Herdenking Ramp 1953

Inhoud

Gedicht "komma vijf drie"
Herdenking februariramp Zierikzee op 1 februari 
De eerste rampdagen bekeken door de ogen van een driejarige Pastoriebewoner
een bijdrage van Jaap Tiemersma uit Haarlem
Lied "Er is een zee"


KOMMA VIJF DRIE

In streepjescode zwijgt een Zeeuwse muur 
hoe eens het water tot haar lippen stond   
en hoger nog, waar men geen stenen vond
om weg te strepen voor de lange duur.

Ik zie de hoogste, roept een kind, ze wijst 
omhoog en volgt het lijnenspel als spoor
van een prestatie. Pap, waar is dit voor? 
Haar vraag weerkaatst, zoals de klank bewijst.

Eens leest hier niemand meer een waterstand
als levensloop van mannen en vrouwen
en kinderen die, zo weggedreven

van het paradijs dat hun vertrouwen
brak, lijn zoeken in wat staat geschreven:
al vijftig jaar een teken aan de wand. 

Zierikzee 2003

Michiel de Zeeuw

Naar inhoud


Herdenking Februariramp Zierikzee

De algemene herdenking van de Watersnoodramp van 1953 georganiseerd voor inwoners van Zierikzee en belangstellenden, vond plaats op zaterdagavond 1 februari 2003 om 19.30 uur in de Nieuwe Kerk te Zierikzee. 
Tijdens deze herdenking zijn de namen genoemd van de slachtoffers uit Zierikzee, die door de ramp om het leven kwamen. 
Medewerking werd verleend door burgemeester J.J.P.M. Asselbergs, dhr. W.F. Sprengelmeijer (die van zijn persoonlijke ervaringen vertelde) en ds. Michiel de Zeeuw (die sprak vanuit de kerken, de tekst kunt u hieronder nalezen: "Vragen maakt vrij").
Muzikale medewerking verleenden: Koninklijke Harmonie Kunst en Eer, organist dhr. Rinus Verhage, het gemengd koor Cantare en het Schoolkoor Prins Maurits (uit Middelharnis) o.l.v. Marco van  t Hoff


Vragen maakt vrij

Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden? Met die vraag van een kind opent de Sederavond en de viering van het Joodse Paasfeest. Een kind vraagt: waarom? En in reactie op die vraag klinken verhalen. Vertellingen, die inzetten met: Wij waren slaven van Farao in Egypte, maar God verloste ons met een machtige hand en een uitgestrekte arm. Had God onze vaderen niet uit Egypte verlost, dan waren wij en onze kinderen nu nog slaven geweest. Een kind vraagt waarom.

Vanavond herdenken wij. Bijeengekomen om stil te zijn, om er niet voor weg te lopen, om te luisteren. Voor velen hoeft niet aangeduid te worden wat hier gedeeld wordt. Zij brachten vanavond hun eigen ervaringen uit 1953 mee, de beelden op het netvlies, de indruk van hun ouders. Maar voor anderen van een nieuwe generatie, van een nieuwe morgen, zijn het indrukken van ver. Ook nu kan een kind vragen ‘waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?’

Zo’n vraag kan veel teweeg brengen. Een gevoel van machteloosheid bijvoorbeeld. Hoe zou je een logisch verhaal kunnen vertellen over wat nog steeds zo onlogisch en onwerkelijk voelt? Over iets dat bij zovelen nog als een steen op het hart ligt. Hoe kun je uitleggen wat toen het meeste pijn deed? Het lijkt zo onvermijdelijk om het kind dan te antwoorden ‘ik vertel het je later nog wel eens’ of te antwoorden met een niet mis te verstaan zwijgen. Een kind vraagt waarom. Maar hoe kun je het verleden naar vandaag brengen, als je zoveel vaker merkt dat vandaag nog steeds naar dat verleden getrokken wordt?

Een kind vraagt waarom. En die vraag kan bij ouderen een lawine losmaken. Als was die vraag gelijk aan het weghalen van die éne steen onder aan een berg van stenen. Waardoor al die andere vragen beginnen te schuiven. Een lawine van vragen naar het waarom. Die al zolang in iemands leven opgestapeld liggen. Wat is er veel moed voor nodig om dan toch naar een antwoord te zoeken op de vraag van het kind.

Een kind vraagt waarom. En soms wordt die vraag verstaan als een verlangen naar ‘daarom’, naar die ene alomvattende oorzaak. Sommige mensen hebben zich zo’n ‘daarom’ toegeëigend. Maar na verloop van tijd hebben ze gemerkt dat dit antwoord vreemd genoeg alles gaat omvatten. Het antwoord gaat zich steeds meer van je leven toe-eigenen; je nieuwe ervaringen en eigen gevoelens moeten daaraan ondergeschikt worden gemaakt. Want anders helpt het antwoord niet meer om greep op het leven te houden. Er is geen ontsnappen aan.

Maar een kind dat vraagt ‘waarom is deze avond anders dan alle andere avonden’ vraagt misschien helemaal niet om antwoorden. Vraagt vooral om deel te krijgen aan de levens van de mensen om hem of haar heen. Het vraagt om niet er buiten te hoeven blijven, niet geïsoleerd. Het hoopt op verhalen. Op momenten uit het leven die opnieuw verteld worden en zo opnieuw gaan leven, voor ouderen en jongeren.

Het is indrukwekkend om te merken dat nu rond de herdenking van vijftig jaar Februariramp steeds meer verhalen op gang lijken gekomen. Alsof de tijd van het vertellen plotseling is aangebroken. Ik heb groot respect voor de durf van al die verhalenvertellers. Hun verhaal begint soms met een heel klein stukje, een voorwerp, een foto, een naam. En dan als ze de draad van hun verhaal gevonden hebben, vertelt het verhaal de draad van hun leven. Tussen de regels door steeds weer die ene draad. Over hoe hun leven ingevlochten is, in de knoop is geraakt, verweven is met. Het kan bevrijdend zijn om die draad te herkennen. Soms gaat iemand van de nieuwe generatie daar in voor. Ik heb het verhaal gehoord over een jongen die voor een project van de basisschool aan een oude dame in hun straat ging vragen wat er toen gebeurd is. En die mevrouw begon bij stukjes en beetjes te vertellen. Na een tijdje zei die jongen:‘U was bang hè? Ik vind het ook zo naar om bang te zijn.’ Die oude dame vertelde later: ‘Het is vreemd, maar ik voelde me heel even begrepen. Begrepen door een jongen van tien jaar.’

Een kind vraagt waarom. Die vraag keert elk jaar terug. Niet als een hol ritueel, maar als een vraag die gesteld moet worden. Want anders vallen de verhalen stil. Anders kun je er niet meer bijkomen, kun je niet meer ontdekken hoe die ervaringen de mensen en het landschap hier bepalen. Zonder verhalen mis je de kans om te ontdekken wie je bent.

In synagogen en kerken klinken al generaties lang de verhalen over mensen. Ook hier in onze stad. Over mensen en God. Soms roept iemand dan ‘ik heb het antwoord, nu weet ik het, nu hoeft er geen vraag meer gesteld te worden’. En als de anderen dat ook vinden, gebeurt er na een tijdje iets vreemd. Na verloop van tijd vallen de verhalen stil. Men heeft immers is het antwoord al. Men heeft greep op het leven. Maar zij houden niet alleen het antwoord vast, het antwoord houdt hen ook vast. Het slokt hun hele leven op. Mensen raken de weg kwijt. Ze kunnen zich namelijk moeilijker oriënteren. Hun leven niet meer een plaats geven ten opzichte van de verhalen van anderen.

Tot er weer iemand durft te gaan vragen. Vaak is dat een kind. Vertel me waarom? En, de hemel zij dank, er is altijd nog iemand geweest die het grote antwoord even durfde los te laten en dan opstond en zei: Ken jij het verhaal van Abraham, zal ik je vertellen van Esther, ken jij het verhaal over de man die met zijn vinger in het zand schreef? Had de Levende God, geprezen zij zijn naam, ons niet verlost uit het verdriet en de slavernij, wij waren nog steeds slaven geweest, mensen zonder toekomst, gevangen in het verleden. Vragen maakt vrij.

Een kind vraagt: Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden? En langzaam beginnen de verhalen, de verhalen van de zee en van de mensen, van de vloed en de kinderen, van het water en de dieren. Die verhalen vertellen wat kostbaar is. Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.


Zierikzee 1 februari 2003
ds. Michiel de Zeeuw

Naar inhoud


Februari 1953
De eerste rampdagen bekeken door de ogen van een driejarige Pastoriebewoner

In 1951 werd mijn vader predikant van de Gereformeerde kerk in Zierikzee. En zo kwam het dat ik als 3 jarige kleuter in de Pastorie aan 't Vrije A 202 woonde, toen in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 de watersnoodramp plaatsvond. Van die nacht zelf heb ik niets gemerkt, maar toen ik 's morgens wakker werd, stonden er allemaal vreemde spullen in het kamertje waar ik met mijn zusje Ankie sliep; stoelen van beneden, boeken, laden uit het dressoir enz. Later begreep ik dat mijn ouders die nacht, half wakker door de kracht van de Noordwesterstorm, werden gealarmeerd door de sirene van de brandweer. Ze begrepen dat er gevaar dreigde en toen mijn vader buiten polshoogte nam hoorde hij van andere mensen dat er water de stad in stroomde. Uit voorzorg zijn ze toen dus begonnen alles wat ze zelf naar boven konden krijgen in veiligheid te brengen. 

Die nacht hebben we nog geen water in huis gehad. De volgende dag toen het weer vloed werd wel. Ik herinner mij dat ik met Ankie op een stoel voor het raam naar buiten keek en het water door het Vrije zag stromen. Opeens zag ik het aanmaakhout van buurman Houmes door onze tuin drijven en even later de deksels van de kolenkisten die achter de bijkeuken stonden. Ik riep naar mijn vader dat nu vast de kolen nat werden. Het water steeg en Ankie en ik keken elkaar toch wat zorgelijk aan toen het hek van de tuin onder water verdween. Later heb ik gehoord, dat er bij hoogwater ruim anderhalve meter water in huis stond.

Toen het weer eb was ging mijn vader de stad in om drinkwater te halen. Daar kwam hij een paar gemeenteleden tegen van wie het huis geheel onbewoonbaar geworden was. Hij nam ze mee naar de Pastorie. Zo waren we die zondagavond met 9 personen op de bovenverdieping van de pastorie.
Ik herinner mij dat ik in de dagen daarna met de heer Heijboer, één van de gasten, met Mecano een hijskraan gebouwd heb. Er werd gekookt op een petroleumstel en steeds als het water zakte ging mijn vader met één van de kinderen Kloet, die ook hun toevlucht in de Pastorie genomen hadden, de stad in om wat eten en drinken te bemachtigen.

Die maandag kwam mijn vader 2 gemeenteleden tegen (Maarten Krabbe en zijn vrouw) waarvan hij eerst dacht dat ze verdronken zouden zijn. Hun boerderij stond vrij afgelegen in de richting van Nieuwerkerk. En zo waren we uiteindelijk met 11 personen in huis. Inmiddels was steeds duidelijker geworden welke omvang de ramp had. Ook drong het besef door dat het erg gevaarlijk was om in deze omstandigheden op de bovenverdieping van het huis te verblijven. Je had er niet aan moeten denken dat er brand zou zijn uitgebroken tijdens een vloedperiode. Dat was in een groot deel van Zierikzee het geval en dat heeft geleid tot een besluit om een algemene verplichte evacuatie af te kondigen. Voor sommige inwoners van Zierikzee was dat een moeilijk te accepteren besluit van de burgemeester. Vooral middenstanders wilden hun huis en zaak niet zo achterlaten. 

Mijn vader heeft later wel eens verteld dat hij in een paar gevallen op gemeenteleden heeft moeten inpraten dat ze toch beter mee konden werken aan die evacuatie. Donderdags was het zover. We werden door de brandweer uit ons huis gehaald. En over een smal looppad, liepen we door het Vrije naar het huis van dokter Vogelaar. Daar brachten we de nacht door en de volgende dag vertrokken we per boot naar Dordrecht. Ik herinner me dat het vreselijk koud was aan boord en er een bedrukte stemming heerste. Ik was aan de ene kant opgewonden over alle dingen die gebeurden, maar voelde toch ook dat het allemaal heel ongewoon was.

Ik begon om de spanning wat te doorbreken, Christelijke kinderliedjes te zingen (mijn lijfliederen waren in die dagen: Weet gij hoeveel sterren blinken en Eens brachten de moeders). Zo kwamen we aan in Dordrecht. Ik zie ons nog staan op de steenkoude kade. Mijn moeder met mijn broertje Louis op de arm en mijn vader met Ankie en mij aan de hand, wat koffers naast ons en we dansten op Jan Huigen in de ton om warm te blijven. Uiteindelijk kwam er een taxi die ons naar Bergschenhoek bracht waar we een paar dagen bij kennissen van mijn ouders verbleven. Daarna vond mijn vader voor mijn moeder en de kinderen onderdak in Bleiswijk.

Mijn vader ging weer terug naar Zierikzee om zijn werk zo goed en zo kwaad als dat ging voort te zetten. Hij kreeg een tijdelijk onderdak bij Jan van den Doel (destijds directeur van de Scheldebank en penningmeester van de kerk). Zijn huis gelegen aan de Oude Haven, stond op het hoogste gedeelte van Zierikzee en had dus geen last van het water. Hij en zijn latere echtgenote Nel van den Doel-Gelijnse namen na verloop van tijd ook mijn moeder en broertje in huis, terwijl Ankie en ik bij familie werden ondergebracht.

Mijn vader heeft in die periode veel moeite gedaan alle gemeenteleden die verspreid over het land ge vacueerd waren te traceren. Via gestencilde rondzendbrieven hield hij het onderlinge contact zo goed mogelijk in stand. Ook maakte hij ommelandse reizen per boot, bus en trein om overal gemeenteleden op te zoeken. Rond juli/augustus trokken mijn ouders weer in de Pastorie. En na een paar weken kwamen ook Ankie en ik weer thuis. We moesten nog boven wonen want beneden moest alles eerst goed drogen voordat er behangen en geschilderd kon worden. We speelden onder begeleiding van vrijwilligers overdag op de speelplaats van de school tegenover de Pastorie. Eind augustus werd mijn zusje Mieke geboren.*  Toen mijn vader me die morgen wakker maakte vertelde hij dat er iets leuks gebeurd was. Ik riep meteen: we gaan beneden wonen. Kennelijk was ik toch in mijn vrijheid belemmerd en was dat beneden wonen belangrijk voor me.

Voor mijn ouders is hun verblijf in Zierikzee mede door die verschrikkelijke februariramp bepalend geweest voor de rest van hun leven. Ze hebben het er vaak over gehad en ook nadat ze in 1963 uit Zierikzee vertrokken, zijn de banden gebleven. Mijn vader is al weer 13 jaar geleden overleden en mijn moeder is nu 83 en woont in een verzorgingshuis in Vlaardingen. Ook op mij als jong kind heeft de ramp van 1953 een onuitwisbare indruk gemaakt. Pas veel later heb ik beseft hoezeer de naam van de Pastorie: Sursum Corda voor mijn ouders in die omstandigheden het motto geweest moet zijn om het allemaal vol te houden.

Nu het over enkele weken 50 jaar geleden is dat de watersnoodramp plaatsvond, wilde ik graag wat herinneringen vastleggen en dit met een groet van mijn moeder en mij aan de oudere gemeenteleden, aan jullie toesturen.

Haarlem, januari 2003

Jaap Y. Tiemersma
Zwitserlandstraat 44,
2034 BL Haarlem
tel.023-5338246
emailadres: tiemkeet@tiscali.nl

*Mijn zus Mieke is in 1998 overleden

Naar inhoud


Naar inhoud