KERK IN BEWEGING
-de wandelaar die steeds naar zijn voeten kijkt, zal vast niet struikelen. Maar als hij nauwelijks meer ziet dan zijn voeten, waarom wandelt hij dan...?-De kerk is in wording en daarom kunnen we haar niet definiëren. Een uitspraak van Okke Jager die te denken geeft. De kerk is in wording, in verandering, in een proces, en daarom kunnen we niet precies vastleggen wie ze is, niet nauwkeurig aangeven waar het op uitloopt. Zoals je bij een kind wel karaktertrekken waarneemt, maar niet in staat bent om te zeggen wat voor volwassene het zal worden, laat staan zal moeten zijn.
Wie recente boeken doorbladert over de Nederlandse kerkgeschiedenis zal misschien geneigd zijn om de uitspraak van Okke Jager te veranderen in: De kerk is in verval en daarom heeft ze iets ondefinieerbaars. Zulke gevoelens leven, zo heb ik gemerkt, ook in onze gemeente. Waar gaat het allemaal naar toe? Het veelgelezen boek van Geert Mak "De eeuw van mijn vader" lijkt als het gaat om zijn beschrijving van de Gereformeerde kerken een passend vervolg op zijn eerdere boek "Hoe God verdween uit Jorwerd". De titel lijkt wat dit betreft gelezen te moeten worden als: De eeuw waarin de kerk en het geloof van mijn vader verdwenen'. Ook het vorig jaar verschenen boek "De Gereformeerden" van Trouw-journalist Agnes Amelink leest als een lijvig In Memoriam. Eens was er het wonder van de negentiende eeuw -het samengaan van de kerken uit de Afscheiding en de Doleantie-, zo haalt ze aan, maar nu is er het mysterie van de twintigste eeuw. Het mysterie hoe in zo korte tijd een gereformeerde cultuur verdwenen kan zijn. Van een wonder van kerkelijkheid naar een mysterie van ontkerkelijking.
Nog maar onlangs organiseerden Dagblad Trouw en de NCRV als uitwerking van een idee van Freek de Jonge De dag van de domineeskinderen'. Freek deed zo zijn best om toch ook vooruit te kijken, maar de nostalgie won het van de visie. Afgaande op de beelden bleek er een kerk volgestroomd met nakomelingen van een voorbije tijd. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we, enkele dagen na die uitzending, onze jongste dochter in de gang van de pastorie met overgave hoorden zingen: "krokodil, krokodil, je moet bij Jezus zijn". Verschrikt keken we elkaar aan: Nog een klantje voor Freek?
Ik noem u de voorbeelden van recente beschrijvingen van de (gereformeerde) kerken met opzet zo nadrukkelijk, omdat het gevoel dat erachter schuilgaat ons inmiddels in het bloed zit. Een gevoel van verlies, alsof het huis waar je als kind bent opgegroeid nu steen voor steen wordt afgebroken. Het heeft geen zin om te doen alsof we die trend niet waarnemen. De ogen hiervoor sluiten verlamt ons bovendien in ons eigen nadenken over de kerk. Die verlamming is in veel kerken waar te nemen: men trekt zich steeds meer terug op eigen terrein. Het hoogste doel lijkt dan geworden om te proberen de zaak draaiende te houden'. Zonder er echt voor te kiezen gaat steeds meer energie van vrijwilligers op aan het in stand houden van een uitgebreide kerkelijke structuur. In stand houden, dat is nog iets anders dan gaande houden.
Kerkenraden en commissies zijn grote delen van hun vergadertijd kwijt aan het zoeken van kandidaten om de vacatures weg te werken. De teneur die gemakkelijk ontstaat is dat het almaar minder en problematischer wordt in de kerken. De blik van mensen die actief verbonden zijn met de kerk raakt al snel gevuld met details. Details die nodig zijn om te voorkomen dat iemand boos wordt op de eigen kerk. Want in deze tijden geldt: Pas op dat je geen mensen tegen je in het harnas jaagt! Voorkom ten allen tijde voorkomen dat je onderling aanleiding geeft tot heisa.'
Het is voor mijn gevoel inderdaad van belang om binnen de kerk zorgvuldig met elkaar om te gaan en de dingen goed te organiseren. Maar wanneer een wandelaar steeds meer naar zijn voeten kijkt om te voorkomen dat hij struikelt, dan komt vroeg of laat de vraag naar boven, waarom wandel ik eigenlijk? Ik zie niets van de omgeving dat mijn eigen schoenen. Ik kan net zo goed thuis blijven.
De kerk is in wording en daarom kunnen we haar niet definiëren. Niet vastomlijnd zeggen wie ze is, wie ze nu moet zijn. Er is alle reden om met elkaar na te denken over onze de toekomst van onze kerk. Want de genoemde voorbeelden krijgen wel alle aandacht in de media, maar dat betekent nog niet dat ze ook het hele verhaal vertellen. Wie enigszins thuis is in het vak kerkgeschiedenis, weet dat de kerk zich in een voortdurend proces bevindt van verandering. Een proces om in veranderende omstandigheden hetzelfde spoor te vinden en te delen. Het blijkt niet anders te kunnen dan door dingen steeds anders te doen en anders te zeggen. Door in beweging te blijven. Alleen zo kan een kerk omgaan met de vragen en uitdagingen van de tijd waarin we leven. Die vragen zitten in de hoofden en harten van gemeenteleden. Met die vragen leven mensen die voor het eerst echt in aanraking komen met het geloof in DE LEVENDE.
De kerkelijke wereld, die velen van ons nog van binnen uit kennen, verandert. Veelomvattende structuren gaan uiteen in kleine verbanden. Grote verhalen die algemeen geldig moesten zijn, blijken heel verschillend begrepen te worden. Mensen verstaan de boodschap van het geloof een ieder in zijn eigen taal. Dat was op het grote Pinksterfeest een bemoediging, we hebben elkaar nodig om het hele verhaal te leren kennen, later is het vreemd genoeg vaak begrepen als een tekort.
Voor wie die veranderingen niet verkrampt samenvat als allemaal achteruitgang', maar in het spoor van de kerk is in wording' zoekt naar de nieuwe uitdaging ligt er veel in het verschiet. Vorig jaar verscheen er een boekje van Leo Fijen. De bekende televisiepresentator van het programma Kruispunt-TV beschreef het proces van de geloofsgemeenschap waartoe hij zelf hoorde. De parochie in Maartensdijk zat al jaren in een neerwaartse spiraal. Mensen haakten af, geld was moeilijker te vinden, het leven raakte uit de geloofsgemeenschap. Tot er een pastoor kwam die samen met verschillende parochianen de uitdaging weer aanging. Op zoek ging naar de vragen waarmee de kerk bezig moest, het oor te luisteren durfde leggen in de dorpsgemeenschap en zo vormen liet ontstaan die pasten bij een kerk die in contact staat. In contact met haar eigen geloofsverhaal en in contact met de wereld waarin ze leeft. Het boekje heeft als titel: "Het wonder van Maartensdijk" want er is nieuw leven gekomen in deze geloofsgemeenschap. Men was niet langer bezig met het krampachtig volhouden van wat moest, men maakte ruimte om samen te werken aan wat kan. Er ontstond steeds meer een eigen vorm, een eigen uitnodigende atmosfeer. De ondertitel van het boekje luidt: hoe een kleine gemeenschap leeft met God.
Ook wij staan als geloofsgemeenschap in Zierikzee op een kruispunt. In zekere zin gaat het onze kerk niet slecht en is er niet direct reden tot ontevredenheid. Maar ook wij staan voor de keuze in welke richting we onze blik durven wenden. Er liggen grote veranderingen in het verschiet. Overmorgen vergadert de triosynode over de nieuwe naam van onze SamenopWeg-kerk, dus ook onze nieuwe naam. Wanneer in januari 2004 de fusie van de drie kerken een feit wordt, en we als Protestantse kerk in Nederland (of iets dergelijks) door het leven gaan, is onze identiteit als gereformeerde kerk niet meer actueel. Nu kunnen we nog geruime tijd blijven zeggen, wij waren vroeger de gereformeerde kerk, maar dat wordt op den duur een term die steeds minder mensen zullen snappen. Een naam van het verleden. Hoe zullen we dan in de toekomst gaan heten? Hoe vertelt u aan de nieuwe buren naar welke kerk u gaat?
Wanneer wij nu zouden nadenken over een herkenbare naam voor ons kerkgebouw, dan gaat het daarbij ook om de vraag wat voor kerk wij willen zijn. Wat denkt u van namen als De Kandelaar, de Ontmoetingskerk, of De Zaaier? Weinig origineel misschien, maar waarmee heeft onze gemeenschap een herkenbaar gezicht. Daar zullen we met elkaar over na moeten denken. Want hoe zullen we bereikbaar zijn voor anderen wanneer we onherkenbaar en vooral naar binnen gericht zijn? Wanneer mensen zich eerst moeten abonneren op ons kerkblad om deze gemeente te leren kennen? Aan de buitenkant van ons kerkgebouw zijn we zeker niet te herkennen. Het heeft veel weg van een schuilkerk. Je moet de weg al weten om er binnen te durven komen. Waarom staat er bij de ingang niet nadrukkelijk vermeld van harte welkom!'? Wij zijn toch niet alleen of vooral kerk voor onszelf? Als we niet oppassen kijken we vooral naar onze voeten...
Dus wat is onze belangrijkste taak, dat we zoveel mogelijk naar elkaar omzien als gemeenteleden, alle bezoekwerk gericht op de eigen leden? Of dat we in het pastorale werk vooral zien naar mensen die in de knel zitten en belangstelling het hardste nodig hebben, of ze nu bij de kerk horen of niet? Kijken we naar onze schoenen of kijken we om ons heen?
Op mijn vraag of er ook een uitnodiging voor onze intrededienst naar het gemeentebestuur gezonden is, kwam een ontkennend antwoord. Nee, het gemeentebestuur van Schouwen-Duiveland heeft bij eerdere gelegenheid duidelijk gemaakt daarin niet ge nteresseerd te zijn. Dat is jammer en misschien ook nogal kortzichtig, maar zou het ook kunnen zijn dat wij als geloofsgemeenschap dan nog te weinig duidelijk gemaakt dat we serieuze belangstelling hebben voor wat er in de samenleving plaatsvindt? Dat wij van mening zijn dat de kerk een positieve bijdrage kan leveren aan de samenleving. Tenminste, dat vinden we toch?
Binnen de Samen-op-Weg-kerken zijn bijna 270.000 vrijwilligers actief. Je zult toch maar zo'n potentieel aan welwillende mensen tot je beschikking hebben... Wat een kansen voor het gestalte geven aan het evangelie. Laten we oog hebben voor de enorme groep mensen in ons midden die bereid is om actief mee te leven met of vanuit de kerk. Wat een kansen om de uitdaging die op ons wacht aan te gaan. Dat is een andere blik dan het staren naar het namenlijstje van aftredende ambtsdragers.
Op de uitnodiging voor deze avond staan twee kerken afgebeeld: een kerk in een fles, zorgvuldig bewaard zoals hij er vroeger uitzag, en een kerk die gebouwd is uit mensen: bewegelijk, onrustig, zoekend, vierend, levend. De kerk is in wording. Zou de Eeuwige, gezegend is Hij, ons daarbij willen gebruiken?ds. Michiel de Zeeuw
Na de pauze is in kleinere groepjes verder gesproken over:
- Wanneer we een naam zouden moeten kiezen voor ons kerkgebouw, welke naam lijkt u dan geschikt? Welke naam straalt iets uit van wat ons beweegt?
-Welke taken zouden we kunnen laten rusten om niet alleen met onszelf bezig te zijn, maar ook meer kerk voor anderen' te kunnen zijn?