STARTZONDAG, 15 september 2002
Een goed begin is het halve werk; na de vakantietijd springt één zondag er uit als een startpunt voor de hele gemeente. Het thema dat in het komende seizoen onze aandacht heeft, stond deze zondag in het middelpunt. "En de zee was niet meer..." roept onder meer de herinnering op aan de februariramp. De krachten van het water kostten vele mensenlevens en trokken een spoor van vernieling, ook in de leefgemeenschap van Zierikzee. We gedenken de slachtoffers en de inzet van de hulpverleners en werkers met respect. Dat respect verplicht ons ook tot aandacht voor wie vandaag door het geweld van zee en water getroffen worden. Kerk-in-actie legt hiertoe een aantal concrete plannen aan ons voor. 
Daarnaast gaat het op de startzondag vooral om de onderlinge ontmoeting als gemeenteleden. Om nieuwe mensen te leren kennen, of om bekende gemeenteleden eens op een andere manier tegen te komen.

een impressie...




ER IS EEN ZEE...

Er is een zee die als een vloed
in golven door ons leven slaat.
Zij brengt ons angsten in het bloed,
de twijfel of het verder gaat
met ons bestaan dat toch zo goed
gebouwd leek en in beste staat.

Maar eens brengt God daarin een keer,
dan leven wij op vaste grond
en bang zijn blijkt daar ongegrond,
want zie de zee, die was niet meer.


Bouwen aan een dijk...

om vervelende dingen tegen te houden of te keren 
Er is een zee die steeds weer neemt,
het geven lijkt haar niet geleerd. 
Zij beukt ons huis tot wij, ontheemd,
gaan dwalen en zo omgekeerd
aan wie wij zijn mogen, vervreemd 
het hopen hebben afgeleerd.


Maar eens brengt God daarin een keer,
dan leven wij op vaste grond
en bang zijn blijkt daar ongegrond,
want zie de zee, die was niet meer.
Er was een mens, een mens als wij,
die dwars door stormen slapen kon
terwijl de zee een woestenij
van water bleek. Hij overwon
de diepe doodse zee voor mij
en loopt erover in de zon.

Maar eens brengt God daarin een keer,
dan leven wij op vaste grond
en bang zijn blijkt daar ongegrond,
want zie de zee, die was niet meer.

Tekst: Michiel de Zeeuw


Een Ark bouwen...

om de dingen die waardevol zijn mee te kunnen nemen

DE ZEE WAS NERGENS MEER...

De zon ging bijna onder, toen is de duif geland,
olijftak in de snavel, veilig in Noachs hand,
het takje kwam op tafel, begin van een boeket,
een stukje nieuwe aarde, blij in de ark gezet.

En de zee, en de zee ging niet te keer,
kon echt niets meer, was er niet meer.
En de zee, en de zee deed nooit meer zeer,
want de zee, ja de zee, was nergens meer!

Een zee van tranen een zee van verdriet,
een zee van zorgen een eindeloos lied,
een zee van de machten met beukende kracht
in donkere nachten een zee, o zo zwart.

En Petrus en de andren mannen van weer en wind,
werden, toen golven sloegen zo angstig als een kind.
Maar alle golven schrokken toen Jezus tot hen sprak,
weg was de wind, de regen droop van ontzetting af.

En de zee, en de zee ging niet te keer,
kon echt niets meer, was er niet meer.
En de zee, en de zee deed nooit meer zeer,
want de zee, ja de zee, was nergens meer!

Een zee van tranen een zee van verdriet,
een zee van zorgen een eindeloos lied,
een zee van de machten met beukende kracht
in donkere nachten een zee, o zo zwart.



Groten en kleinen genieten van het resultaat van de Gideonsbende...
Johannes, zat gevangen op Patmos, om het Woord
Johannes werd al banger de machten raasden voort.
Hij zag een nieuwe aarde in lichtend lentegroen
hij raakte aan de hemel veelkleurig visioen.

En de zee, en de zee ging niet te keer,
kon echt niets meer, was er niet meer.
En de zee, en de zee deed nooit meer zeer,
want de zee, ja de zee, was nergens meer!

Een zee van tranen een zee van verdriet,
een zee van zorgen een eindeloos lied,
een zee van de machten met beukende kracht
in donkere nachten een zee, o zo zwart.

Tekst: Mar van der Veer

Stel je voor de sterren botsen
juist boven mijn straat
Stel je voor de zee stroomt over
als ik net de deur uitga
Al die
-als maar niet- gedachten     
maken mij soms bang
Dan is er nog het donk
er
Het kraken op de gang
God wilt u op de dingen passen
Ja, en ook op mij
dan stop ik met mijn tobberij
en neem ik even vrij

Bron: 't is maar dat U 't weet - van Bara van Pelt

en een
appeltje voor de dorst

Foto's:     A. Speelman
Opmaak: W. Bom