Zien wat je doet: oog voor
elkaars werk deel 2
(bij het jaarthema: "Wiens brood men eet, diens woord men spreekt")
Wáár je werkt, is van invloed op hóe je
werkt. In een kantoortuin werk je anders dan in een volkstuin. Tussen
het zoemen van computers voelt het anders dan tussen het zuchten van koeien.
Vier kamers in een uur schoon maken geeft een ander ritme dan in dezelfde
tijd vier klanten helpen bij de kassa. Om met elkaar in gesprek te gaan
over de betekenis van ons werk voor ons leven, bezoeken we in kleine groepjes
elkaars werkplek. We zien waar iemand een groot deel van de dag aan de
slag is en wisselen ervaringen uit. Hoe raakt je werk aan je manier van
geloven en leven? Verschillende gemeenteleden hebben hun werkplek gastvrij
aangeboden voor een bezoek op een avond of een zaterdag. Hieronder een
aantal ervaringen:
Werkplekbezoek bij Marcel van der Zande,
Drukkerij van De Vries Communicatiecentrum Zierikzee
MARCEL HEEFT DRUK WERK
Vlak
voor we koffie gingen drinken stelde Marcel nog een vraag. ‘Wie
was de uitvinder van de boekdrukkunst?’ We wilden spontaan Laurens
Janszoon Koster! roepen om te bewijzen dat er toch wel wat was blijven
hangen van onze lagere schoolkennis, maar vermoedden al dat er een drukduiveltje
onder het gras zat. Het bleek de Duitser Gutenberg te zijn, bekend van
de Gutenbergbijbel. De boekdrukkunst is dus begonnen met het verspreiden
van bijbels en niet te vergeten de vlugschriften van Maarten Luther.
Zonder deze boekdrukkunst had de kerk er vandaag heel anders uitgezien.
Op de een of andere manier zaten we dus als gereformeerde ‘bezoekers
aan een werkplek’ dicht bij de bron. Wel konden we vaststellen
dat er bij het Communicatie Centrum De Vries geen bijbels in vliegende
vaart worden gedrukt maar vooral folders van luxe villa’s die
meestal aan het water liggen. De vraag is of de profeet Amos daar blij
mee geweest zou zijn. Maar er lag ook een folder over hulp bij de ziekte
afasie, dus komen velerlei soorten drukwerk via De Vries in onze huiskamers
terecht.
We begonnen met een rondleiding door het bedrijf. ‘Wat
groot’ riep iedereen uit. We startten bij het zenuwcentrum van
het bedrijf, daar waar achter grote beeldschermen de kunstenaars- van-nu
hun ontwerpen van folders en zelfs hele websites bedenken. De kleurrijke
schermen gaven een ander beeld dan de kerkbode van Schouwen-Duiveland
waarin
nog altijd in zwart-wit schema’s wordt gedacht en het adagium
geldt: alleen het woord. Vandaar liepen we het hele bedrijf door, afdeling
na afdeling, en volgden zo de weg van idee tot de uiteindelijke realisatie.
Zoals het woord toch altijd weer ‘daad’ moet worden. Die
‘daad’ komt uit de handen van Marcel van der Zande. Hij
staat aan het einde van het proces en moet als drukker ervoor zorgen
dat alles er gekleurd opstaat. Dat alles op rollen verloopt. Als een
meesterknecht van Rubens zorgt hij voor het finale resultaat. Daarbij
moet alle romantiek vergeten worden want, bleek wel uit zijn woorden,
hij is vaak laat. Drukwerk moet op een bepaalde tijd af zijn en een
kleine kink in de communicatiekabel kan al tot vertraging leiden. Klanten
staan dan bijna toeterend in het Jannewekken, want het drukwerk voor
de presentatie moet vandaag af. Dat houdt voor Marcel soms in overwerken,
eenmaal zelfs tot ver in de nacht. Drukwerk betekent dus: werken onder
druk. Ofwel: druk werk.
Daarbij worden fouten gemaakt. Het siert Marcel dat hij
niet vertelde dat er duizenden drukwerken foutloos door zijn handen
gaan, maar wel dat je soms bij het tienduizendste vel ontdekt dat er
iets mis is. Dan is er weer een boom tevergeefs gekapt en heb je gewoon
een rotdag. Dat het werk aan de vierkleurenpers met de vier ‘torens’
ongelooflijk precies is konden we van dichtbij meemaken. We bogen ons
over de grote lichtbak, staarden verbaasd naar een soort elektronische
mengtafel van kleuren en swingden volop mee bij een drumstel van geluiden
dat ontstaat als eenmaal de pers begint te lopen. Gevoegd bij de geluiden
van de snijdapparaten en vouwmachines geeft zoiets toch wel het gevoel
van muziek bij het werk.
Maar liefst tweeëndertig jaar werkt Marcel bij de pers. Opvallend
was dat hij nog steeds gedreven blijkt voor ‘zijn vak’.
Geboortekaartjes
waar trotse ouders maanden van dromen en die ze zachtjes met de hand
bestrijken zijn voor hem peanuts, maar uitdagende folders en veelkleurige
brochures blijken pas het echte werk. Daarbij doet Marcel nog veel meer
in het bedrijf: hij verzorgt de voorraad, denkt na over de beveiliging,
is hulp bij ongelukken. Zondermeer een drijvende kracht. Dreigen de
persen van De Vries stil te vallen als Marcel langere tijd ziek zou
zijn?
Vanzelf ging het ook over ‘geloof en werk’.
Marcel is blij dat hij in een omgeving werkt waar hij over geloof en
kerk kan praten. Vanzelf zijn er ook ‘wie-gaat-er-nou-naar-de-kerk’
collega’s, maar misschien ligt hier juist een uitdaging. Applaus
was er voor de gedegen presentatie van Marcel maar ook voor de geste
van het bedrijf de bezoekers van gebak te voorzien. Zoiets smaakt naar
meer. Het wachten is nu op de werkplek van een gereformeerde in een
Michelin restaurant. Maar of Amos daar blij mee zou zijn?
Werkplekbezoek bij
Johan Schouls, beroepsmilitair.
De beperkte toegankelijkheid
van militair terrein en de langere reisafstand maken het praktischer om
voorbeelden van zijn werkplek naar Zierikzee te brengen. We komen samen
in de Ontmoetingsruimte van de kerk.
Via omwegen naar je doel
De
instructieruimtes van defensie zijn ‘s avonds gesloten en lijken
erg op gewone schoollokalen. Het leek Johan Schouls daarom effectiever
om zijn werkplek in beeld te brengen in Zierikzee. Op 6 maart stond hij
daarom in vol ornaat in de ontmoetingsruimte van onze kerk.
Aan het begin van de avond vertelde hij aan catechisanten over de invloed
van zijn werk. Tijdens een voorafgaande catechese-avond hadden zijn toehoorders
een aantal vragen voor hem opgeschreven. Sommige vragen waren zonder omwegen:
Heb je wel eens iemand doodgeschoten?, Waarom ben je soldaat en geen schilder?,
Heeft de tijd in Irak je geloof in God veranderd? Johan had de vragen
verwerkt in een fraaie beeldpresentatie, die vooral bestond uit foto’s
over zijn uitzending naar Irak.
Zijn contact met defensie was tot stand gekomen via een van zijn broers.
Die wist enthousiast over de militaire organisatie te vertellen en zag
kansen om Johans eerste liefde ‘werken op een kraan’ daar
te verwezenlijken. In de banenwinkel van defensie zag men daarvoor wel
kansen, maar zoiets gaat niet zonder omwegen. Soldaat worden vraagt een
flinke training. De opleiding om inzetbaar te worden bij de ‘genie’
bracht Johan zoveel nieuwe uitdaging dat zijn eerste liefde op de achtergrond
raakte. Toen hij in 2004 uitgezonden werd naar Irak kwam de praktische
invalshoek van die eerste liefde ruimschoots aan bod. De genie is en blijft
doende met de infrastructuur. Of het nu gaat om de constructie van de
aarden wal rondom het kamp of om het opruimen van munitie-artikelen. Dat
laatste woord onderstreepte het militaire dialect dat Johan naast het
Zeeuws vloeiend spreekt. Zo blijkt ‘dik worden’ de vertaling
te zijn van ‘exploderen’. Een vertaling die Sonja Bakker als
vanzelf begrepen heeft. ‘Ellende’ is het aansprekende verzamelwoord
voor alles wat je niet wilt aan stress, dreiging en gedoe.
Ellende is de verkorte versie van uitlandigheid (je bent ergens vreemdeling)
en leek zo ook de beste term om te vertellen over de dreiging in augustus
‘04. Een aanslag en hinderlagen maakten in Irak toen een eind aan
het leven van wachtmeester Severs en verwondden vijf andere collega’s.
Zulke ellende maakt grote indruk, ook deze avond nog. Johan vertelt in
verband hiermee dat defensie de laatste jaren meer werk gemaakt heeft
van de opvang en nazorg van uitgezonden militairen. Vooraf is immers maar
ten dele te bepalen wat zulke bedreigende ervaringen aan je doen. Achteraf
wordt ook je naasten gevraagd of ze de indruk hebben dat je er goed mee
omgaat. Dit ‘thuisfront’ is van grote betekenis voor het functioneren
van een militair, zeker in de periode van een uitzending. Mooi om deze
avond te merken hoeveel waardering Johan heeft voor de steun en ruimte
die hij van zijn partner en familie ontvangt voor zijn werk.
Tijdens zijn uitzending heeft Johans geloof in God zich verdiept. Je wordt
onder indringende omstandigheden teruggeworpen op jezelf en dan ga je
nadenken. De kerkdiensten die in Irak op vrijdag (vanwege de aansluiting
bij de lokale islamitische gebedsdag) plaatsvonden waren vaak een rustpunt.
Soms met nadruk op ontmoeting en muziek en soms met een preek van de legerpredikant.
Die positieve ervaringen met geloof vertaalde hij ook professioneel door
bij de bespreking van een bepaald incident of indringende ervaring ook
steeds de dominee erbij te laten zijn. Mocht de betreffende militair dan
nog eens door willen praten over wat hem of haar gebeurd is, dan is de
dominee al wat op de hoogte.
Johan ervaart de militaire organisatie niet als te beperkend. Als je het
ergens niet mee eens bent, dan kun je je verhaal kwijt. Hij ziet hoe zijn
bedrijfstak steeds meer toegroeit naar de burgersamenleving.
Samenwerking tussen militairen en ontwikkelingswerkers bij uitzendingsoperaties
zou hij persoonlijk toejuichen, maar hij betwijfelt of de veiligheid van
de ontwikkelingswerkers steeds voldoende gewaarborgd zou kunnen worden.
Wat je opbouwt blijft in zulke gebieden bovendien erg kwetsbaar. Het goede
contact dat zij bijvoorbeeld in maanden hadden opgebouwd met de bevolking
rondom hun kamp in Irak werd door een onbehouwen Amerikaanse soldaat in
een half uur weer afgebroken.
Bij de genie werkt hij vaak in voorbereiding en ter controle. ‘Je
draagt in positieve zin je steentje bij’, vat Johan zijn doelgerichte
omweg samen.
Werkplekbezoek bij Jules v.d. Doel: Advocatenpraktijk
Mensen
maken dit werk leuk
Te gast op de werkplek van Jules van den Doel aan de Oude Haven in Zierikzee
vertelt de entree al een heel verhaal. Hier kom je niet binnen bij een
advocatenpraktijk vol sjiek marmer en koele designmeubelen. Dit oogt als
een toegankelijk kantoor waar mensen binnen elkaars bereik aan het werk
zijn. De stapels gekleurde dossiers geven het geheel een levendig accent.
De figuurlijk lage drempel blijkt bewust gekozen. ‘Zo kunnen sommige
vragen eenvoudig beantwoord worden, of zijn afspraken snel geregeld’,
zegt jurist Jules van den Doel. Een eerdere verhuizing van een pand in
de drukte aan het Havenplein naar de luwte van dit deel van de Oude haven
blijkt mensen net wat meer privacy te geven. Op zoek gaan naar een advocaat
blijkt namelijk voor sommigen een grote stap.
In de ontvangstkamer vertelt onze gastheer dat de rechtenstudie niet zijn
eerste keus was. Tot twee keer toe werd hij uitgeloot voor de studie medicijnen.
Huisarts worden lag in de lijn van zijn verwachtingen. De noodzakelijke
koersverandering pakte goed uit. Tot zijn eigen verwondering voelt hij
zich ook in dit vak als een vis in het water. De verbindende lijn is waarschijnlijk
de omgang met mensen. ‘Ik ken collega’s die het liefst de
hele dag op hun kamer werken zonder de mensen te ontmoeten waar hun zaken
betrekking op hebben. Bij mij is het precies andersom: de ontmoeting met
verschillende mensen, de emoties en de communicatie maken het voor mij
boeiend. Een ingewikkelde zaak is uitdagend, maar ik kan ook genieten
van iemand die verontwaardigd zijn recht zoekt omdat zijn
scheepstoeter in beslag is genomen.’ Wezenlijk is ook de goede verstandhouding
met collega’s. In Zeeland kun je met 160 collega’s elkaar
nog wel eens om begrip vragen. Je komt elkaar tenslotte bij een volgende
zaak opnieuw tegen en dan hoopt de collega op jouw inschikkelijkheid.
Bovendien is dat de opdracht voor alle advocaten: Probeer, voor dat je
naar de rechter gaat, tot een vergelijk te komen.
De verdeling van taken op dit advocatenkantoor is zo dat er wel aandachtsgebieden
zijn, maar geen specialisaties die maken dat je nog slechts één
soort zaken behandelt. Diversiteit houdt je scherp, al moet je oppassen
dat je opgewassen blijft tegen de ‘specialisten’ van het Openbaar
Ministerie. De wereld van de rechterlijke macht verandert snel en wie
mee wil spelen moet bijblijven. De boekenwand vol jurisprudentie, wetboeken
en naslagwerken, die nu nog indruk maakt met een schijn van onaantastbaarheid,
zal uiteindelijk verdwijnen in digitale versies op websites en schijven.
Toch blijkt het belang van al die materialen en instrumenten betrekkelijk
in vergelijking met de ontwikkeling van je vakmanschap. Je ontwikkelt
een soort zesde zintuig voor juridische processen en gedrag van mensen.
‘Toen ik net aan het werk was onderdrukte ik die intuïtie nog
wel eens, bijvoorbeeld omdat het vrijdagmiddag was. Nu weet ik’,
vertelt Jules, ‘dat bepaalde signalen of vermoedens niet zonder
reden om je aandacht vragen.’ Een
goede inschatting van de motieven van mensen om hun recht te willen halen,
kan veel narigheid voorkomen. De mogelijkheden van ‘mediation’,
gesprekken met een ervaren bemiddelaar, krijgen gelukkig de laatste jaren
veel aandacht. Een goed verstaan van de standpunten van je tegenstander
kan bij veel emotionele zaken een gang naar de rechter voorkomen. Van
den Doel overweegt om op termijn de opleiding tot mediator te volgen.
Speelt het feit dat je een gelovig mens bent een rol in je werk? ‘Over
die vraag heb ik lang nagedacht. Ja, het stuurt mijn omgang met mensen,
dat ik opnieuw na wil denken of iets wel eerlijk is, dat ik probeer een
oplossing te zoeken wanneer iemand zichtbaar klem komt te zitten. Tegelijk
wil ik het ook niet zo afbakenen, alsof het een verschil is met collega’s
die niet geloven.’ Een collega had hem aan het denken gezet met
de opmerking ‘misschien zou ik nu niet meer kiezen voor de eed,
waarbij je God noemt, maar voor de belofte. Het is tenslotte ook gewoon
werk’. Toch herkende Jules zich ook in de gedachte dat het christelijk
geloof iets is waar je in de goede zin van het woord ‘last’
van hebt. Dat je vraagt om je horizon voldoende ruim te houden, na te
denken over rechtvaardigheid, in verzet te komen tegen onmenselijke oordelen,
en zo meer. De eed, ‘zo waarlijk helpe mij God almachtig’,
valt je misschien eerder in de rede dan de belofte? Wiens brood men eet…
We bedanken Jules van den Doel voor de hartelijke ontvangst en zijn boeiende
impressie van zijn werkveld en werkplek.
Werkplekbezoek bij Gonnie Hordijk: VISIO,
instelling voor begeleiding van slechtzienden en blinden
De wereld bij iemand binnen brengen
Zaterdagmorgen
21 april 2007 bezochten we de werkplek van Gonnie Hordijk. Gonnie werkt
bij Visio, een instelling die blinden en slecht-ziende mensen (oud en
jong) begeleidt, zodat zij zich zoveel mogelijk zelfstandig kunnen redden.
Ook geeft Visio voorlichting aan bijvoorbeeld oudere mensen, die op leeftijd
te maken krijgen met gezichtsbeperking.
Gonnie’s werkveld betreft vooral de jongste groep blinden en slechtzienden:
kinderen van 0-6 jaar. Vroeger gingen blinde en slechtziende kinderen
vaak naar een internaat, omdat er verder geen voorzieningen voor hen waren.
In de jaren tachtig heeft Gonnie samen met enkele collega’s pionierswerk
verricht en zich verdiept in de wereld van blinde en slechtziende mensen.
Zo ontwikkelden zij materiaal en methodes die het mogelijk maakten dat
in de ‘normale’ hulpverlening ook blinden en slechtzienden
geholpen konden worden.
Tegenwoordig gaan veel blinde en slechtziende kinderen naar normale scholen,
dankzij de mogelijkheden die ontwikkeld zijn. Gonnie vertelt dat ze de
begeleiding van een kind met een visuele handicap het liefst zo jong mogelijk
begint. Een kind dat blind of heel slechtziend geboren wordt, ontwikkelt
zich namelijk heel anders dan een ziend kind. Een ziend kind gaat (aan)wijzen,
gaat zelf op ontdekkingstocht uit. Een kind met een visuele handicap ontdekt
de wereld niet zelf, maar moet haar ontdekken aan de hand van iemand anders.
Anderen moeten de wereld bij jou binnen brengen. Je kunt wel zeggen: dit
is een tafel, maar een blind kind moet aan de lijve ervaren wat een tafel
is. Voelen speelt voor deze kinderen een belangrijke rol. Veel aandacht
is er dan ook voor de tactiele ontwikkeling (ontwikkeling van het voelen)
van een kind. Daarvoor zijn allerlei materialen beschikbaar, aanvankelijk
heel grof, maar steeds verfijnder. Behalve op kantoor werkt Gonnie ook
veel ambulant: ze bezoekt de kinderen thuis en ontdekt samen met hen en
hun ouders de leefomgeving. Met één kind bezocht ze zo eens
een basiliek om hem te laten ervaren wat dat is: een kerk.
Gonnie laat ons ervaren hoe het is om heel slechtziend te zijn. Wij krijgen
een brilletje en zien alleen maar vlekken waar we voorwerpen vermoeden.
In een speciale lichtruimte laat Gonnie zien hoe belangrijk licht is om
toch nog wat meer contouren te ontwaren in alle schimmen.
Op onze vraag hoe Gonnie de bijbelverhalen over blinde mensen leest antwoordt
ze dat ze zich vaak realiseert hoe eenzaam, geïsoleerd, het moet
voelen om blind te zijn. Iedereen trekt aan je voorbij, maar je ziet er
niets van. Je hebt alleen maar geluiden en geuren waar je op af kunt stemmen.
Hoe krijg je dan contact met die wereld? Want als blinde ben je vaak ook
afhankelijk van het contact dat anderen met je willen maken. Wie ziet
kan een blinde gemakkelijk negeren als hij dat wil... In de bijbelverhalen
doorbreekt Jezus dat isolement en zoekt contact. Contact maken, met de
mensen en de wereld om je heen, dat is ook een sleutelwoord in Gonnie’s
werk. Haar drijfveer is om ervoor te zorgen dat blinde kinderen elke dag
een stapje meer contact kunnen maken met de wereld om hen heen en de mensen
die daarbij horen.
Werkplekbezoek bij Marijke Babijn:
dagopvang van woonzorgcentrum "de Saele"
Een plaats waar het gezellig is
Op zaterdag 2 juni bezochten we de werkplek van Marijke Babijn: de dagopvang
van woonzorgcentrum "de Saele" in Oosterland. Een gezellige
plek, de voormalige woning van de huismeester van de Saele. Een huiskamer,
een grote tafel met veel stoelen eromheen, op tafel allerlei dingen
die de bezoekers van de dagopvang gemaakt hebben. Ze hebben ter ere van
ons bezoek op vrijdag b.v. koekjes voor ons gebakken, lekker!
Marijke schenkt koffie voor ons in en vertelt dat ze 's morgens
met de mensen die om tien uur komen, -een groep van twaalf personen- ook
begint met koffiedrinken, de krant lezen en in gesprek gaan. Dat
gesprek duurt de ene keer langer dan de andere. Soms wordt er ook nog
een activiteit gedaan, zoals bloemschikken, bakken, zingen of gezelschapsspelletjes.
Tussen de middag wordt er warm gegeten. Het eten wordt diepgekoeld aangeleverd
en ter plekke in een speciale kast op temperatuur gebracht. Het
zijn geen drievaksmaaltijden: de mensen kunnen zelf hun eten opscheppen
van grote schalen. Na het eten doen de mensen die daar behoefte aan
hebben, een dutje in een "luie stoel", compleet met voetenbankje:
er wordt goed voor ze gezorgd!
De mensen die niet rusten pakken een boek, of een handwerkje. Nadien is
er nog een middagaktiviteit, b.v. gymnastiek voor ouderen.( Verrassing:
Marijke had voor ons ook een lesje voorbereid! Gezamenlijk
oefenden we onze spieren en niet te vergeten: onze beide hersenhelften!
Het is niet niks, zo'n werkbezoek!)
Om half vier worden de deelnemers weer door de taxibus opgehaald en thuisgebracht.
Alleen met een indicatie kom je op de dagopvang terecht. Dit kan zijn
omdat iemand dreigt te vereenzamen, of om de partner of kinderen die mantelzorg
geven, één of meer dagen te ontlasten bijvoorbeeld. De mensen
vinden het vooral gezellig. Velen eten vaak alleen en genieten van de
gezamenlijke maaltijd op de dagopvang. Een maaltijd die zoals de meesten
van huis uit gewend zijn, door Marijke wordt begonnen met gebed,
en beëindigd met Bijbellezen en danken. Dat levert dan soms ook weer
gespreksstof op.
Marijke heeft in de vier jaar dat ze dit werk doet een band opgebouwd
met "haar" mensen en dat betekent dat ze ook nog wel eens even
persoonlijk bij iemand langsgaat, als er wat is wat zich niet leent voor
bespreking in de groep: een stukje extra zorg.
Het was een gezellig en interessant bezoek, waarbij we tot slot ook nog
even buiten liepen en o.a. de prachtige binnentuin bewonderden. Marijke,
dank je wel!
(Ria Janse)
Werkplekbezoek bij Ineke van Harten-van Dam:
fysiotherapeut, met een praktijk in Bruinisse
Een mens is geen ding
Een
groot, nieuw bord wijst ons waar we moeten zijn: praktijk voor fysiotherapie,
Ineke van Harten van Dam. Sinds anderhalf jaar is Ineke eigenares van
de praktijk in Bruinisse, maar al veel langer is ze er werkzaam. Toen
haar baas, meneer Moermond, met pensioen ging besloot ze de praktijk over
te nemen. Een grondige opknapbeurt van de ruimte resulteerde in een prettige
omgeving waar patiënten zich al gauw op hun gemak voelen.
Ineke is fysiotherapeute sinds 1980 en heeft in die 27 jaar al veel beweging
in het vak gezien. Allerlei methodes waar aanvankelijk veel mee gewerkt
werd worden nu nauwelijks meer gebruikt. Zelfs de alom bekende massage
is sinds een paar jaar in de ban gedaan omdat mensen zelf moeten bewegen.
Ineke maakt haar eigen keuzes in haar manier van werken. Ze vindt massage
nog steeds heel belangrijk omdat je er veel informatie uit kunt halen
die je nodig hebt voor je keuze van behandeling. Iemand kan wel zeggen
dat de pijn in de nek zit, maar daarmee weet je nog erg weinig. Met massage
kun je preciezer lokaliseren wat er aan de hand is. Daarnaast vormen oefeningen
een belangrijk onderdeel van de behandeling. In de praktijkruimte van
Ineke staan diverse toestellen opgesteld die je aan de sportschool doen
denken. Zo is er een apparaat met gewichten en er is een loopband. Ineke
gebruikt deze middelen tijdens het consult maar schrijft ook heel veel
gewone oefeningen voor, die je thuis kunt doen zonder apparatuur.
Omdat Ineke in een algemene praktijk werkt komen er allerlei mensen bij
haar binnen. Van oude mensen die moeite hebben met lopen tot jonge voetballers
die haar advies vragen voor de volgende voetbalwedstrijd: kan ik met deze
knie het veld wel op? Dat maakt het werk boeiend en veelzijdig. Voor iedereen
maakt Ineke een plan van behandeling. Soms is dat eenvoudig, maar vaak
ga je een traject in waarvan je niet weet of het ook echt zo uitpakt.
Ineke bespeurt soms ongeduld bij de mensen. Ze hebben iets en willen dat
het direct weggenomen kan worden. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Ook
denken mensen soms dat een arts met een operatie alles op kan lossen,
en gooien het al snel op een medische fout wanneer bv. een heupoperatie
niet het gewenste resultaat oplevert. Maar een lichaam is geen ding, al
roept het technisch jargon van de chirurg die gedachte soms wel op.
Evenmin is een mens een ding, en daar is Ineke zich heel bewust van. Naast
aandacht voor de lichamelijke makke heeft ze ook aandacht voor de verhalen
van de patiënt. Mensen praten in haar praktijk over heel veel dingen
die hen bezig houden. Als ze merken dat Ineke ook kerkelijk meelevend
is komt het geloof ook vaak ter sprake. Contacten die zo ontstaan zijn
waardevol en komen de genezing ten goede.
Een ander aspect waar Ineke veel mee te maken heeft in haar werk zijn
verzekeringen. Sinds de veranderingen in de gezondheidszorg worden in
veel gevallen maar 9 behandelingen vergoed. Vaak is dat aantal te gering
om het probleem te verhelpen. Dat is schrijnend voor mensen die noodzakelijke
verdere behandeling echt niet kunnen betalen. Ineke zoekt dan op allerlei
manieren naar wegen zodat de patiënt niet de dupe wordt van dit beleid.
Tot slot trakteerde Ineke ons nog op een les anatomie en mochten we de
oefenapparaten uitproberen. Dat leidde natuurlijk tot hilarische toestanden,
want niet iedereen blijkt even geschikt om op een grote bal te zitten!