Zondag 24 november 2002 De laatste zondag van het kerkelijk jaar.

Herdenking der gestorvenen.

De bloemen maken een halve cirkel,
dit verbeeldt zo ons sterfelijke leven. 
De cirkel lijkt onderbroken, maar het verbond met de Heer blijft.
Hij maakt de cirkel compleet. 
In zijn Licht mogen we verder leven.

Tannetje Klaasse - van IJsseldijk
Sjoerd Jan Nauta
Adriana Hendrikse - De Graaf
Eelkje bij de Vaate - Heuseveldt
Johan Marinus Uil

Matthijs Pipping
Jacobus Verwijs
Cornelia Maria Boot - Dieleman
Willem Vlam
Johan Jacob van den Ende

Daniël Jan Davelaar
Marinus Kloet
Pieter Pipping
Antonetta Dina Tanis-Flohil
Stoffelina Janna de Graaf - Hoogstrate

Adriana den Boer - Blok
Gerard Potappel

Als jouw naam klinkt 
zie ik even
hoe je liep en wat je zei
wat er altijd is gebleven
van jouw leven diep in mij.

Als jouw naam klinkt 
stroomt er water 
uit mijn ogen, door mijn ziel. 
Onze dromen, plan voor later,
tijd die in het water viel.

Nu jouw naam klinkt 
komt tot leven
hoe jij mij hebt meegemaakt, 
mee geschapen, weggegeven,
mijn bestaan hebt aangeraakt.

Nu jouw naam klinkt 
wacht ik onder 
onze levens eens een hand 
ook al voelt nu alles zonder
God brengt ons weer in verband.

tekst: Michiel de Zeeuw

De Mensen van voorbij

De mensen van voorbij 
wij noemen ze hier samen. 
De mensen van voorbij 
wij noemen ze bij namen.
Zo vlinderen zij binnen 
in woorden en in zinnen 
en zijn we even bij elkaar 
aan 't eind van 't kerk'lijk jaar

De mensen van voorbij 
zij blijven met ons leven. 
De mensen van voorbij 
ze zijn met ons verweven 
in liefde, in verhalen, 
die wij zo graag herhalen, 
in bloemengeuren, in een lied 
dat op klinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij 
zij worden niet vergeten 
De mensen van voorbij 
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen,
daar waar geen pijn kan komen. 
De mensen van voorbij 
zijn in het licht,... zijn vrij.

Oorspronkelijke tekst: Hanna Lam

Terugdenken.

Pa, ik zie je in gedachten staan 
aan 't werk in je schuur. 
Je hield van mensen, de natuur 
van honderdduizend lieve dingen: 
een vogel die haar jongen voert,
het wolkenspel, de zee.
En als ik je vroeg: waar denk je aan?
Dan lachte je wat warm. 

Ik zie je in gedachten gaan,
je handen op je rug gevouwen
struinen langs de kustlijn. 
Je leek dan jonger dan je was 
ondanks je wat gebogen lopen.
'k Vergeet je niet, want blijvend
zijn die herinneringen
aan 'n vader die mijn vader was 
en die mij leerde hoe te leven.

Ik spreek je naam wel eens hardop
wanneer ik je erg mis.
'k Bewaar zo zeker voor mezelf 
deze getuigenis 
dat liefde door verdriet 
uitgroeit tot groter goed.

door Hennie van Liere-Kloet

 


Schikking: Irene Bom en Nelly Maassen
Foto's: Arie Speelman