De
bloemen maken een halve cirkel, dit verbeeldt zo
ons sterfelijke leven. De cirkel lijkt onderbroken, maar het verbond met de
Heer blijft. Hij
maakt de cirkel compleet. In zijn Licht mogen we verder leven.
 Tannetje Klaasse - van IJsseldijk Sjoerd Jan Nauta Adriana Hendrikse - De Graaf Eelkje bij de Vaate - Heuseveldt Johan Marinus Uil
Matthijs
Pipping Jacobus Verwijs Cornelia Maria Boot - Dieleman Willem Vlam Johan Jacob
van den Ende
Daniël
Jan Davelaar Marinus Kloet Pieter Pipping Antonetta Dina Tanis-Flohil Stoffelina
Janna de Graaf - Hoogstrate
Adriana
den Boer - Blok Gerard Potappel
 Als jouw naam klinkt zie
ik even hoe je liep en wat je zei wat er altijd
is gebleven van jouw leven diep in mij.
Als
jouw naam klinkt
stroomt er water
uit mijn ogen, door mijn ziel.
Onze dromen, plan voor later,
tijd die in het water viel.
Nu
jouw naam klinkt
komt tot leven
hoe jij mij hebt meegemaakt,
mee geschapen, weggegeven,
mijn bestaan hebt aangeraakt.
Nu
jouw naam klinkt
wacht ik onder
onze levens eens een hand
ook al voelt nu alles zonder
God brengt ons weer in verband.
tekst: Michiel de Zeeuw
|
De
Mensen van voorbij
De mensen van voorbij wij
noemen ze hier samen. De mensen van voorbij wij noemen ze bij namen. Zo
vlinderen zij binnen in woorden en in zinnen en zijn we even bij elkaar aan
't eind van 't kerk'lijk jaar
De mensen van voorbij zij
blijven met ons leven. De mensen van voorbij ze zijn met ons verweven in
liefde, in verhalen, die wij zo graag herhalen, in bloemengeuren, in een
lied dat op klinkt uit verdriet.
De mensen van voorbij zij
worden niet vergeten De mensen van voorbij zijn in een ander weten. Bij
God mogen ze wonen, daar waar geen pijn kan komen. De mensen van voorbij zijn
in het licht,... zijn vrij.
Oorspronkelijke
tekst: Hanna Lam
Terugdenken.
Pa, ik zie je in gedachten
staan aan 't werk in je schuur. Je hield van mensen, de natuur van
honderdduizend lieve dingen: een vogel die haar jongen voert, het wolkenspel, de
zee. En als ik je vroeg: waar denk je aan? Dan lachte je wat warm.
Ik zie je in gedachten
gaan, je handen op je rug gevouwen struinen langs de kustlijn. Je leek dan
jonger dan je was ondanks je wat gebogen lopen. 'k Vergeet je niet, want blijvend
zijn die herinneringen aan 'n vader die mijn vader was en die mij leerde hoe
te leven.
Ik spreek je naam wel
eens hardop wanneer ik je erg mis. 'k Bewaar zo zeker voor mezelf deze getuigenis dat
liefde door verdriet uitgroeit tot groter goed.
door
Hennie van Liere-Kloet
|