 |
1 Korintiërs
3: 1-13a
Maar,
broeders en zusters, ik kon tot u niet spreken als tot geestelijke mensen.
Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het
geloof in Christus. Ik heb u melk gegeven, geen vast voedsel; daar was
u niet aan toe. En ook nu nog niet, want u bent nog gebonden aan de wereld.
Wanneer u afgunstig en verdeeld bent, dan bent u toch gebonden aan de
wereld, dan leeft u toch als ieder ander? Wanneer de een zegt: ‘Ik
ben van Paulus,’ en een ander: ‘Ik van Apollos,’ bent
u dan niet als alle andere mensen?
Wat is Apollos eigenlijk? En wat is Paulus? Zij zijn niet meer dan dienaren
die u tot geloof hebben gebracht, beiden op de wijze die de Heer hun heeft
geschonken. Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft
doen groeien. Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet; alleen God
is belangrijk, want hij doet groeien. Wie plant en wie begiet hebben hetzelfde
doel, al worden ze ieder apart beloond overeenkomstig de moeite die ze
zich hebben gegeven. Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.
U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade
heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd,
en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,
want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus
Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud,
zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk
worden wat het waard is.
|
Bouwen
op het goede fundament: Jezus is het fundament waarop wij op verschillende
manieren verder bouwen.
De
vaas verbeeldt het fundament. De bloemen en kleuren verbeelden de verschillende
mensen en daarmee de verschillende geloofsrichtingen.
Alle
kleuren en vormen komen terug in één boeket, dat staat voor
samen bouwen ieder op zijn manier op dezelfde fundering.
|