KERSTFEEST VAN VROEGER…
De koster laat in deze bijzondere dagen voor Kerst z’n vrouw maar eens aan het woord.

“Een kerstfeest uit mijn jeugd, waar ik nog wel eens aan terug denk.”

Ik hielp als meisje van twaalf jaar mee aan de voorbereiding van een kinderkerstviering.
Voor die tijd ging je met een lijst bij de kerkmensen langs, om een bijdrage te vragen voor deze dienst.
Kinderen van de lagere school oefenden vanaf oktober, ‘s morgens na de kerkdienst, onder leiding van een paar mannen, die zelf zongen in het kerkkoor.

Deze kerstviering, die gehouden werd op 2e kerstdag, bestond dus uit een soort zangdienst, waarin ook een kerstverhaal werd voorgelezen. Dat verhaal was meestal heel erg spannend!
Na afloop kregen de kinderen een boekje en een sinaasappel mee naar huis. Daar keek je elk jaar weer naar uit, want in die tijd kreeg je als kind nog niet zoveel.

“Ik had geholpen om op lange tafels, waar witte lakens met rode linten op lagen, de boekjes met de namen van de kinderen en de sinaasappels klaar te leggen.
Ik was alleen, althans, dat dacht ik. Een klein jongetje stond te kijken naar de lange rij boekjes met de sinaasappels erbovenop.”
“Als jij morgen meezingt, is er voor jou ook iets bij,” zei ik als aanmoediging, want hij keek nogal zielig.
“Wat heb ik nou aan een boekje? En die sinaasappel moet ik toch ook met z’n vieren delen.”
“Maar je vindt kerstfeest toch wel mooi?”
“Dat gaat wel. Ik droom er wel eens van, dat de tijd komt, dat je met de Kerst een hele sinaasappel voor jezelf krijgt.”
Ik had zo met dat ventje te doen. Ik herkende het ook wel. Bij ons thuis was dat namelijk ook zo in die tijd. “Kom maar mee,” zei ik tegen hem.
In een kast lagen nog vier sinaasappels, waarschijnlijk als reserve. Of voor een noodgeval… En dit was volgens mij zo’n noodgeval.

Maar ’s avonds kreeg ik er toch spijt van, dat ik dat zomaar had gedaan, zonder overleg. Want boven in de hemel is God en die kijkt op ons mensen neer en zeker naar een meisje, die sinaasappels pikt. Weliswaar niet voor zich zelf, maar toch… het blijft wel zondig. Daarom besloot ik om het op te biechten bij de leiding. Anders kon ik zelf geen Kerst vieren.
Dus ging ik de volgende dag, nadat ik moed had verzameld, naar de kerk. Ik wist dat de mevrouw van de leiding daar zou zijn.
Maar toen ik het zaaltje binnen wou lopen, was ze in gesprek met de dominee! Dat kwam slecht uit, want in die tijd, was ik best een beetje bang van de dominee. Daar keek je geweldig tegen op.
Ik ging snel terug naar de gang en wachtte geduldig tot ik aan de beurt was. Maar ik kon wel goed horen waar het gesprek over ging.
En ……… het ging over die sinaasappels!
Ik had het niet meer, ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen. Maar ik hoorde, dat de dominee niet kwaad was, hij was zelfs blij verrast.
Ik zal zijn woorden nooit meer vergeten. Ik hoorde hem zeggen: “Toen ik aan dit dankbare jongetje vroeg, van wie heb je dan die sinaasappels gekregen?” Keek dat mannetje me ernstig aan en zei:” Van een engel, want wie zoiets doet is voor mij een engel.” En toen rende hij weg.

Ik heb er verder met niemand meer over gesproken, maar ‘s avonds heb ik naar de mooie sterrenhemel gekeken en op mijn knietjes, dolblij gebeden:
“Lieve God bedankt, nu wordt het voor mij toch een mooi kerstfeest.”

Ben Ramondt