| Verleden, heden en toekomst. Terwijl
het echtpaar aan het ontbijt zit, informeert de vrouw des huizes of hij
goed geslapen heeft.
“O, ja dat wel, maar ik heb wel vreemd gedroomd.”
“Maar dan weet ik wel waar het over ging!”
“Hoe kan dat nou? Volgens mij is dromen toch een privé-zaak.”
“Gelukkig wel. Maar ik heb gisteren geprobeerd met je te praten,
maar jij was zo intensief aan het TV
kijken, dat je er niet op reageerde.”
“O, ja dat zou kunnen. Maar ik heb daar niet over gedroomd.”
“Het was een mogelijkheid. Krijg ik nog een kopje thee van je?”
De koster kijkt wat verdwaasd naar z’n vrouw en stamelt: “Een
kopje thee, dat is goed. Maar toch heeft het wel met Mozart te maken,
maar het ging niet over muziek.” Intussen probeert de koster de
theepot te hanteren. ”De ene mens componeert en de ander schenkt
thee. Niet zomaar een paar kopje, maar duizenden kopjes. Want ja ik ben
nu eenmaal koster geworden.”
“Is het dan tegen gevallen?”
De koster zucht maar eens. “Nee helemaal niet, maar gisteren was
gewoon wat emotioneel. Vooral over het feit, dat iemand 250 jaar na z’n
geboorte nog zo bekend is.” De koster denkt terug aan zijn droom.
“Ik heb vannacht even mogen beleven, hoe ze over twee honderd jaar
over mij praten.”
“Dit bos is dus ruim honderd jaar geleden aangeplant,” legt
de gids uit aan een groepje belangstellenden. “Ik heb voor u ook
nog een interessant detail. Een paar jaar geleden is bij graafwerkzaamheden
nog iets unieks gevonden. En wel een koperen naamplaatje. We weten bijna
zeker, dat het ruim twee honderd jaar oud is. Het is waarschijnlijk bevestigd
geweest aan een gebruiksvoorwerp uit die tijd. Waarschijnlijk gaat het
hier om een koster. Helaas is het niet meer te achterhalen wat het precies
is, maar het zal toch wel iets typisch geweest zijn voor een koster.
Voor degene die niet precies weten wat een koster was. Zo noemde men in
die tijd een manager van een kerk.”
“Dus
dan heeft hier vroeger een kerk gestaan?” vraagt een van de leden
van de groep.
“Inderdaad, dat was rond het jaar 2000. Honderd jaar later is men
begonnen om onze stad wat anders in te delen, zodat wonen en recreatie
wat beter op elkaar afgestemd zouden zijn.”
“Is er van die mijnheer de koster nog meer terug gevonden?”
vraagt een andere belangstellende.
“Niet dat ik weet. Maar we kunnen dus wel aannemen dat deze man
ruim twee honderd jaar geleden, zijn best heeft gedaan om het de bezoekers
van die kerk naar de zin te maken.”
“Toch wel een interessante droom. Misschien gaat het ook wel zo!
Maar aan welk apparaat zat nu toch dat koperen plaatje?”
“Volgens mij moet ik dat nog krijgen en dat is nog een verrassing.
Die droom is ook nog een blik in de toekomst. Het kan ook mijn afscheidscadeau
zijn. Daarom heb ik waarschijnlijk nog niet gezien wat het was.”
“Het zou kunnen. Misschien krijg je het wel als je veertig jaar
in dienst bent.
We moeten het maar rustig afwachten….”
Ben Ramondt
|