Niet voor dag en nacht.
“Volgens mij is het hier wel een geschikte plek. Ik heb zo langzamerhand
ook wel trek gekregen.”
De koster
moet hard praten, omdat het echtpaar aan het fietsen is, langs de zeedijk
en ze achter elkaar rijden.
“Dan stoppen we toch, het is hier wel leuk.”
Nog geen tien minuten later is de picknick gereed.
“Dat heb je aardig voor elkaar. Zaten al die spullen in die twee
tassen?”
De koster neemt plaats tegenover z’n vrouw en is helemaal onder
de indruk.
“En ik zei nog wel, dat het voor mij niet hoefde. Trouwens je
hebt ook wel aan alles gedacht. Het ziet er allemaal geweldig uit.”
“Kijk nou eens wat ik hier heb?” Ze houdt veelbetekenend
een kleine thermoskan omhoog.
“Heb je nou niet teveel drinken bij je?”
“Ik denk, dat je dit wel leuk vindt. Het is speciaal voor jou.
Je kouwe borrel voor het eten kan toch niet ontbreken hè?”
Het eten
en drinken smaakt geweldig en na verloop van tijd komt er steeds meer
belangstelling van schapen, die allemaal nieuwsgierig een plaatsje zoeken
rondom het kostersechtpaar.
“Die beesten hebben het ook naar hun zin,” merkt de koster
op.
“Maar die hebben alleen maar gras op het menu,” zegt zijn
vrouw, terwijl ze een slok neemt van de vers geperste jus d’orange.
“Toch eten ze met smaak. Maar moet je dat nu zien.” De koster
wijst naar een watertank, waar een volautomatische drinkbank op aangesloten
is.
De koster zucht diep: “Vroeger hadden ze daar herders voor. Nu
regelen die beesten het gewoon zelf.”
“Maar waarom moest je nu zo zuchten?”
“Omdat ik in m’n lange kostersloopbaan al zo veel heb horen
preken over herders. Vooral rondom de kerstdagen.
Meestal ging het om mannen die een mooi en zinvol beroep hadden. Ook
het avontuur om die beesten bij elkaar te houden, kwam nogal eens ter
sprake.
Maar ja, dat was wel in een tijd, zonder zo’n watertank en een
omheining rondom hun domein.”
“Maar wat vind je nu eigenlijk van onze picknick? Want zo enthousiast
was je nu ook weer niet.”
“Het
is een belevenis om dat hier, samen met jou, mee te maken. Het zitten
is dan wel niet zo comfortabel, maar verder is het geweldig. En het
smaakt ook nog uitstekend. Je hebt het prima verzorgd!”
Ondertussen komen er nog steeds meer schapen…
“Nou, nou, jij hebt toch wel aantrekkingskracht op die beesten.
Ze vinden jou wel heel erg leuk.”
“Die beesten willen me vast iets laten weten.”
“Ze komen inderdaad wel steeds meer naar jou toe..”
“Die
beesten geven gewoon aan, dat ze mij accepteren als herder. Want een
beest kan toch ook best heimwee hebben naar de tijd van de herders,
die dag en nacht voor hen zorgden?”
“Maar dan zeg ik nu als herderin, dat je die beesten gaat vertellen,
dat de tijden inmiddels veranderd zijn. En dat een koster een goede
nachtrust nodig heeft, gewoon in zijn eigen bed.”
Ben Ramondt

|