Schuitje varen … koffie drinken …

“Koster, je moet nu toch wel snel bij gaan sturen, richting stuurboord. Anders komt het niet goed.”
“O…, dat is…eh, ik was er even niet bij met m’n gedachten.”
Nu is het toch al moeilijk voor de koster om stuur- en bakboord uit elkaar te houden, want hij heeft al moeite met links en rechts.

De schipper, een actief gemeentelid, die de koster heeft uitgenodigd voor een middagje varen, houdt de koers goed in gaten, terwijl hij de zeilen in gereedheid brengt voor het varen op de windkracht.

De koster die in inmiddels heeft bijgestuurd en zich al aardig stuurman gaat voelen zegt: “Zag je zo even wat bijzonders aan me, toen ik een beetje uit koers lag?”
“Nee ik heb… Nou ja…, nu ik er over nadenk toch wel. Je keek erg blij, je straalde iets van blijdschap uit..”
De koster is gelukkig met het antwoord: “Zie je wel, dat dacht ik wel.”
“Wat bedoel je daarmee koster, waar gaat het over?”
De schipper, die inmiddels het roer weer heeft overgenomen, is toch wel erg nieuwsgierig geworden: “Heb ik iets gemist?”

“Nee het ligt aan mij, ik heb dat wel eens meer gehad als ik geconcentreerd naar een punt moest kijken. Het lijkt dan wel of ik in een soort hypnose kom.
Ik heb jaren geleden, op die manier nog een dominee gelukkig gemaakt.”

“Vertel eens koster. Dan schenk ik een kop koffie in. Dan wil ik je verhaal wel eens horen. Want een goed verhaal tijdens het zeilen is niet te versmaden.”

“Nou vooruit dan maar. Er kwam een gastpredikant preken, die ik nog niet zo goed kende.
Nu had ik horen vertellen, dat de dominee zich niet helemaal lekker voelde. En er werd zelfs gefluisterd, dat ik daar als koster extra op moest letten.”

“Ik wist niet dat je daar als koster ook verantwoordelijk voor bent, “ is de reactie van de schipper, tussen twee slokken koffie door.
“Natuurlijk niet, maar ja ik voel me in zo’n situatie dan toch wel verantwoordelijk. Dus ik keek de hele tijd aandachtig naar de preekstoel. Met die gedachte; gaat de prediker onderuit, dan maak ik, dat ik als eerste op de kansel ben om hem bij te staan.”
“Daar kan ik me toch wel iets bij voorstellen, maar het is achteraf toch goed afgelopen, want je had hem toch blij gemaakt?”
“Inderdaad. Nu begreep ik dat eerst niet. Want ik had hetzelfde als daar straks. Ik had de hele tijd intensief naar de preekstoel gekeken. En was dus ook in een vorm van hypnose geraakt. Maar dat wist ik niet. De dominee kwam na de dienst naar me toe en zei: ”Koster ik heb regelmatig naar u gekeken, maar u zat steeds te genieten. Dat vind ik fijn, want ik ben altijd gelukkig, als ik mensen van m’n preek zie genieten. Vooral als ze ook nog koster zijn, want die hebben meestal veel ervaring in het luisteren naar preken.”
“Ik heb het met stomme verbazing aangehoord. Maar ik durfde niet te vertellen, dat ik van z’n preek nauwelijks iets gehoord had, door al die toestanden.”

“Als ik je het roer nu weer eens geef, kom je dan weer met een verhaal?”
De koster grijnst, haalt een papiertje uit z’n broekzak en zegt: “Ik heb het maar opgeschreven.” Hij leest voor: “Een fok is het zeil dat voor de mast wordt gevoerd. Dus ik dacht dat jij met jouw voornaam, toch zeker wel een goed zeemansverhaal moet kunnen vertellen. Dan gooien we nu de boeg even om.”

Ben Ramondt