Ik heb nog iets belangrijks te doen.

“Heeft u hier soms iemand zien wachten?”
Er komt een dame het restaurant binnen. De koster begrijpt de situatie meteen.
“Inderdaad zat er hier een man, die steeds om zich heen keek. Hij heeft twee bakjes koffie gedronken en is nog geen tien minuten geleden vertrokken.”

Ze schrikt er van. “Jammer, hoe moet ik dat nu weer oplossen?”
De koster trekt zich haar teleurstelling aan en vraagt spontaan: “Kan ik u dan misschien helpen?”
“Nee, laat maar, dan moet ik maar iets anders zien te regelen.”
“Drink dan even een bakje koffie”. De koster regelt koffie en even later zijn ze in gesprek.
“We dachten: als we nu eens een echt kerstverhaal zouden voorlezen... Anders wordt het weer alleen maar een zangdienst.”
De koster knikt begrijpend. ”Dus die man had een verhaal voor u… en wat nu?”

“Ja, het was zijn idee om hier af te spreken. Ik was ruim op tijd bij de bus, maar toen...”
“Wat gebeurde er dan?” De koster vraagt het aarzelend.
“Nou, het is ook weer niet zo belangrijk, maar het moest wel gebeuren!”

Ze kijken elkaar aan. “Toch zou ik graag willen weten, wat er is gebeurd,” zegt de koster ineens. Hij schrikt van zijn eigen woorden en gaat verder met:“Misschien kan ik je wel helpen.”
Ze kijkt de koster vragend aan, maar begint toch met haar verhaal.
“Er zat een meisje bij de bushalte, helemaal in elkaar gedoken. En toen ik eens goed keek, zag ik dat ze huilde. Ik wilde me er eerst niet mee bemoeien, want ja ik had natuurlijk die afspraak. Maar ik kreeg er toch moeite mee. Eerlijk gezegd durfde ik het ook niet zo goed, want ze was van buitenlandse afkomst.
Vlak voordat de bus kwam, kon ik me niet meer inhouden en ben ik met haar gaan praten. Ze wilde aanvankelijk niets zeggen. Maar ik zag meteen dat ze blij was, dat iemand aandacht voor haar had.
Ik vroeg haar of ze aan mij wilde vertellen, wat er aan de hand was. Ja en toen kwam de bus.
Dan laat je zo iemand toch niet in de steek? We zijn dus maar samen ingestapt en de bus vertrok.
Maar ja, de bus is nu niet bepaald een plaats om je probleem met iemand te bespreken. Maar wat moet je dan?”

De koster luistert ingespannen naar het verhaal. “Maar wat heb je dan, waar is ze nu?”
“Gelukkig woont mijn beste vriendin een paar haltes verderop. Die wist natuurlijk ook, dat ik hier naar toe moest. Dus ik dacht: ik breng haar daar maar heen. Als ik dan m’n verhaal heb, dan gaan we samen voor een oplossing zorgen. Want als een mens in nood is, probeer je die toch te helpen?”
De koster moet even naar woorden zoeken: “En wat nu? Ze zit misschien wel te huilen bij je vriendin.”
“Maar dan kan ze nu toch weer haar verhaal kwijt en ervaart ze, dat er al twee mensen aandacht voor haar hebben.”
“Ja, aandacht, begrip tonen. Dat is natuurlijk wel belangrijk, maar is nog geen oplossing.”
Ze gaat staan en knoopt haar jas dicht. “Nou bedankt voor de koffie, er is nog genoeg te doen.
Ik ga maar gauw aan de slag”
“Trouwens, je had het ook nog over een kerstverhaal! Ga nog eens even zitten. Dat verhaal heb ik wel voor je… nou ja, bijna.”
‘Wat is dat nu voor een antwoord?”
“Dat zal ik je uitleggen, als ik weet wat jullie verder gaan doen met dat meisje.”

“Maar goede man… dat weet ik toch nog niet? Maar we laten haar in ieder geval niet in de steek. We helpen haar heus wel. Laat dat nu maar aan ons over.”

De koster kijkt haar in de ogen: “Dat is toch geweldig! Zo’n kerstverhaal hoor je veel te weinig.”
“Waar heb je het over?”
“Dat jij me net een geweldig verhaal hebt verteld. Ik wil het best vertellen, maar dan als een mooi kerstverhaal.”
“Kom nou, zoiets zou iedereen doen, dat hoeft verder toch niemand te weten?”
“Ja, juist wel. Dat moeten zoveel mogelijk mensen weten. Ze hoeven heus niet te weten, dat jullie dat gedaan hebben. We maken van jullie een man en een vrouw en van de bushalte een park. Desnoods laten we het nog sneeuwen ook.
Want iemand die een meisje helpt, in een voor haar vreemd land, terwijl degene die haar zou willen helpen, daar eigenlijk zelf geen tijd voor heeft, dat is toch een geweldig kerstverhaal?”

Ze kijkt nu verlegen naar de koster: “Maar zoals u het gaat vertellen, zal het wel mooi zijn”.
Ze geeft de koster een briefje. “Hier is mijn telefoonnummer, dan maken we binnenkort wel een afspraak. Ik moet er nog wel even aan wennen. Maar goed…ik heb nu nog iets belangrijks te doen.”

Ben Ramondt