| De farizeër maaide het gras aan het Veerse
meer.
“Koster, kunt u het wel een
beetje vinden met de jeugd?”
“Waarom vraagt u dat?”
“Ach zomaar. Ik lees wel eens wat, ook over kosters. Het schijnt
dat sommige collega’s van u, toch wel eens moeite hebben met de
jeugd.”
“Nou, dat zou heus wel eens mee kunnen vallen. Daar kan ik u zelfs
een mooi voorbeeld van geven.
Een aantal jaren geleden, twijfelde een jongeman aan de capaciteiten van
mij, als koster.
Die heb ik toen toch maar mooi aan het grasmaaien gekregen. En dat was
heus niet omdat hij het zo graag deed.”
“Hoe kreeg u dat dan voor elkaar?”
0-0-0-0
“Zo koster, komt je ook eens kijken,” vraagt de jongeman,
die wat verveeld rond loopt, tijdens een weekend voor de catechisanten.
“Nou, ik kom wat spullen brengen. Kosters doen ook wel eens aan
vrijwilligerswerk. Heb jij het wel een beetje naar je zin?”
De jongeman
aarzelt even: “Het gaat wel, maar soms is het ook wel een beetje
saai hoor.”
“Maar als je iets leuks wilt doen en eens om je heen kijkt, dan
zie je dat het gras hier nodig gemaaid moet worden.”
“Ja, maar je dacht toch niet, dat ik zo lomp zou wezen om op m’n
vrije weekend hier gras te gaan maaien? Als dat nodig is, dan moet de
leiding dat maar doen.”
“Het was maar een suggestie. Maar waar ben je dan nu mee bezig?”
“Ja, ook weer zoiets. Ik ben me nu aan het voorbereiden voor een
rollenspel.”
“Dat lijkt mij nu juist wel interessant.”
“Je moet er zelf iets van maken. Ik moet straks, voor de hele groep,
gaan uitbeelden hoe een farizeër en een oude vrouw geld geven aan
een bedelaar.”
“Oh, maar dat gaat jou zeker wel lukken. Nou succes er mee!”
“Hé, wacht nou eens even.”
Het gezicht van de jongeman begint te stralen.
“Het zal me ook best lukken, als ik het dan ook een beetje echt
kan uitbeelden.”
“Wat bedoel je daarmee?”
“Nou gewoon, ik heb wel muntjes, maar geen papiergeld. En als je
het dan ook een beetje goed wilt uitbeelden, moet ik toch ook papiergeld
hebben? Want jij weet natuurlijk ook wel, wie dat geld gaat geven!”
Dus als jij me nou eens wat wil lenen? Ik dacht zelf aan € 10, --”
“Ja,
dat wil ik best wel doen, maar je bent toch wel creatief genoeg om zelf
geld te maken?
Het past misschien ook nog wel beter in het rollenspel.”
“Dat zou kunnen, maar echt geld is toch beter denk ik. Anders geef
je desnoods maar € 5, --”
De koster begrijpt maar al te goed, dat het niet om het rollenspel gaat,
maar om het geld.
“Nou, laten we er dan toch maar tien van maken.“
“Maar dat is toch wel erg veel voor een bedelaar?”
De jongeman begrijpt niets van deze reactie, maar hij heeft wel een goed
gevoel van deze transactie.
“Maar ik vertrouw er wel op, dat je de rol van farizeeër goed
gaat vertolken.”
Enkele uren later is de koster telefonisch in gesprek met een van de
leiders:
“Ja, ik heb hem € 10, -- geleend en natuurlijk geeft hij dat
ook terug.
Maar, zou hij toevallig andere plannen hebben? Want hij denkt vast, dat
ik hem niet ken.
Dus mochten jullie toevallig eens iets horen…
Want ja,
er is veel kans dat hij vanavond stoere verhalen gaat vertellen, over
een simpele koster, die wel erg makkelijk geld geeft. Dan mag hij die
€ 10, -- gerust houden. Maar dan moet hij wel het gras maaien aan
het meer.”
Na de reactie van de leider te hebben vernomen, besluit hij z’n
gesprek met:“Ja, ik vind het zelf ook wel een leuk idee en het is
's avonds nog lang licht. Dat moet kunnen.”
Ben Ramondt
|