Een blije baby.

“Koster, het is beter dat u het ook weet.” Een beetje zenuwachtige ouderling probeert zo goed als mogelijk zijn probleem aan de koster voor te leggen.” “Zegt u het maar. U weet het, als ik u kan helpen, zal ik het altijd doen, daar ben ik immers voor.” “Nou ja, het gaat over de doop die straks plaatsvindt.” “Dat moet toch wel lukken, dat heb ik al zo dikwijls meegemaakt!’ “Ja, maar de baby wordt straks binnengebracht, door een mevrouw. Maar die is volgens mij nog nooit in een kerk geweest. Het zou mij rust geven, als u dat een beetje in de gaten houdt. Ik bedoel, dat u ze wat extra aandacht geeft.” “Daar zorg ik voor, ik ga wel wat eerder en natuurlijk wijs ik haar plaats aan. Maakt u zich vooral geen zorgen.” En zo geschiedde, want de dienst verliep voortreffelijk, zelfs de dopeling onderging de plechtigheid zonder commentaar. Een paar dagen later, als de predikant weer eens aanschuift aan de keukentafel, in de kosterswoning, komt hij met opmerkelijk nieuws. “Ik moet u toch eens wat vragen over de dienst van zondagavond.” “Toch geen klachten dominee?” is de eerste reactie van de koster. Want ik heb juist op advies van de ouderling, extra aandacht besteed aan die mevrouw, die de dopeling binnenbracht.” “Juist, extra aandacht, zie je wel! Maar dan ben ik nu toch wel heel erg nieuwsgierig geworden, wat u zoal met extra aandacht bedoelt.” De koster is nu toch wel enigszins verbaasd en ook wel een beetje geschrokken. “Niets bijzonders, gewoon een geruststellend praatje. Want de baby was nogal huilerig. Die dame zelf, dacht dat de baby honger had.” “Dat heeft ze tegen mij ook verteld.” “Ja, maar dominee, ik heb daar toch geen spullen voor? Trouwens, tijdens de dienst was het zo gezegd een blije baby. Maar wat is er dan niet goed gegaan?” “Het is juist heel goed gegaan. Nou goed, ik zal zeggen wat die mevrouw aan mij heeft verteld. Want ook ik heb haar wat extra aandacht gegeven. Je wilt toch zeker ook aan niet kerkelijke mensen een goede indruk achterlaten… Toch was ik wel verbaasd, dat u als koster, veel indruk hebt gemaakt. Ze zei zelfs:”ik heb geen verstand van geloven, maar die koster van jullie, die heeft er wel veel verstand van.” “O”, stamelt de koster, “dat is nogal wat. Dat wist ik niet van mezelf.” “Zo zie je maar… Maar nu vertelt u me toch wel, wat het geheim is . Hoe kreeg je dat kind nu zo snel stil?” “Dat begreep ik ook niet, maar ik heb, nou ja ik weet het ook niet of…..misschien was het toch een wonder?” “Kom op koster, vertel het nu maar.” “Ik zag laatst in de krant, een foto van de paus. Die was in gesprek met een zieke, en die maakte met zijn wijsvinger een kruis. En zonder verder na te denken, deed ik dat ook. Misschien meer als wanhoopsdaad, omdat die kleine steeds harder ging huilen. Maar daarna … stopte ze wel met huilen. Dat had ik zeker niet mogen doen? Ik ben maar een koster.” “Kijk niet zo bang. Volgens mij heb je goed werk verricht. Maar of het ook werkelijk geholpen heeft, weten wij mensen niet.” De koster slaakt een diepe zucht: “Maar je moet toch wat, als koster. Het kwam gewoon spontaan in me op. Wat denkt u dominee, zou zoiets dan toch... Je weet toch maar nooit?” “Nou koster, dat weet ik eerlijk gezegd ook niet. Maar wat ik wel weet, dat iedereen gelukkig was, met een blije baby, zoals u het zo typerend zei.”

Ben Ramondt