Commerciële Kerst.

“Goedemorgen koster, wat ben ik blij dat ik je zie. Ik zou graag eens met je praten.”
De koster wordt aangesproken door een vage kennis die, zo te zien, graag een gesprek met hem wil.
“Je weet, dat ik graag een praatje maak, maar momenteel heb ik het nogal druk. Je begrijpt natuurlijk ook, dat deze dagen voor mij altijd topdrukte betekenen.”
“Natuurlijk begrijp ik dat, maar het gaat juist over het kerstfeest. Ik zou daar ontzettend graag met jou over willen praten.”
“Maar waarom nu juist met mij? Mijn taak is dat al die mensen, binnen de kerk en uiteraard belangstellenden, kerstfeest kunnen vieren. En zeker geen theologisch verhaal te gaan houden.”
“Dat verwacht ik ook niet. Maar jij hebt wel vele jaren ervaring met mensen en met kerstfeest vieren. We kunnen ook ergens afspreken, als je dat beter vindt?”
“Laten we het kort houden en gewoon hier op straat. In die stal in Bethlehem was het toch ook niet zo comfortabel, dus kom maar op met je verhaal.”

“Ik stond gisteravond in mijn tuintje te kijken naar alle versierde tuinen in de buurt. Bijna iedere tuin heeft tegenwoordig wel verlichting. Honderden lampjes in lange snoeren. Ze vormen ook wel kerstmannen, rendieren of dennenbomen. Alles bij elkaar een zee van licht.”
“Inderdaad. Maar als ik zo naar je kijk ben jij toch niet zo blij met al die uitbundigheid”, valt de koster de spreker in de rede.
”Dat is het nu juist, maar daarom moet ik je nog iets vertellen. Ongeveer twintig jaar geleden heb ik een kerststalletje gemaakt en in mijn tuin gezet. Ik had van een oude fiets het achterlichtje afgehaald en met behulp van een trafo er ook nog een lampje in gemaakt en dat liet ik dan ‘s avonds branden. Heel romantisch, een zodanig klein, nietig lampje in een donkere tuin. Mensen bleven zelfs stil staan, om er naar te kijken en ervan te genieten.
Ik herinner me nog goed, dat ik toen regelmatig aan het kerstfeest dacht, als het feest van het licht. Dan fantaseerde ik, dat dit kleine lampje mensen zou stimuleren om het licht door te geven. En dat er steeds meer licht zou gaan schijnen. Maar nu realiseer ik me, dat dit zeker wel overmatig is gelukt.”
“Ja, dat kun je wel zeggen, maar jij vindt het volgens mij toch niet zo geweldig!”
“Ja en nee. Het is toch veel te commercieel geworden. Dat kan toch niet goed zijn koster… en daar wil nu graag eens jouw mening over horen.”
“Nou volgens mij kunnen zoveel mensen hier iets over zeggen. Waarom moet je nu juist mijn mening weten?”
De man begint steeds zieliger te kijken: “Alstublieft je zou me er een enorm plezier mee doen.”
“Nou goed dan. Voor mij zijn al die jaren, dat ik als koster mee mag helpen aan kerstvieringen, me even dierbaar. Misschien is het dan nu wel te commercieel, maar vroeger vond men het wel eens te sober, of te ingetogen.
Jaren geleden had ik eens problemen. Toen had ik, beschuit met muisjes in opdracht geserveerd, voor een jeugdclub. Maar dat vond men toen een theologische blunder. En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Maar één ding herken ik elk jaar weer.
Mensen zijn met die dagen wat blijer en voelen zich gelukkiger. En ze hebben met die dagen ook wat meer voor elkaar over. Helaas is dat dan dikwijls snel weer over. Waarom dat zo is, laat ik anderen maar verklaren, ik constateer het alleen maar. Het is in ieder geval wel mooi mee genomen. Dus mijn conclusie is: maak je geen zorgen over commercie, mensen maken het kerstfeest samen. Waarschijnlijk maken ze elkaar blij. Ik spreek nu over de mensen die ik ontmoet in mijn kerk. Maar ik denk dat degene, waarbij de stal van Bethlehem geen betekenis heeft, ook door elkaar gestimuleerd worden en dat ze ook genieten van de duizenden lampjes en het extra luxe eten, al dan niet thuis.
Of die mensen het anders beleven weet ik niet, maar daar houden anderen zich wel mee bezig.
Maar je moet je dus maar niet al te druk maken, over de commerciële Kerst.
Maar nu krijg ik toch nog behoefte, om met een korte preek te besluiten. We moeten ons wel druk maken, over die miljoenen mensen, die nauwelijks voedsel hebben en niet eens een dak boven hun hoofd. Eerlijke delen, wordt helaas niet in praktijk gebracht. Maar dit werd wel verkondigd door Hem, die we herdenken in deze dagen. Toch nog iets om eens over na te denken .
En nu ga ik maar weer eens een paar banketstaven warmen. Want ook dat is een van de vele taken van het kosterschap. We maken nu eenmaal deel uit van het rijke westen.”

Ben Ramondt