Nuttig bezig zijn…

Jarenlang is neef Huib bezig geweest om mij zo ver te krijgen, om eens mee te gaan vissen. Uit zijn vele verhalen wist ik, dat hij met zijn zoon en een vriend regelmatig met hengels in de weer waren om vissen uit het water te halen. En dat zou dan niet gaan om zo maar eens een visje maar om grote hoeveelheden. Hoewel ik ook een enorme liefhebber ben van vis, ga ik gewoon naar de visboer. Maar dat is in de beleefwereld van mijn dierbare neef geen goede methode. Want zo uit de zee in de koekenpan is zijn manier van vis eten.

Dus daarom ging ik op een avond, warm gekleed en met laarzen aan, mee naar een zeedijk om een portie verse vis op te halen. Uiteraard was er voor mij ook een hengel beschikbaar.
“Maar neef, dat is toch geen gooien! Je komt nauwelijks in het water.”
Ik ben het met hem eens. Tot nu toe lijkt het ook nergens op.
Dus vraag ik hem zo vriendelijk mogelijk. “Als je nog een keer een worm aan dat haakje doet en dan ook nog eens een keertje in gooit, dan denk ik wel dat ik het zelf ook kan.”
Natuurlijk deed mijn neef wat ik vroeg, maar merkte wel, dat mijn prestaties heel erg tegen vielen.
Ik probeerde de stemming zo goed mogelijk te houden door hen regelmatig te prijzen: “Geweldig zeg, jullie vangen wel erg veel! Nou, het kan niet op.”
“Dat kunnen we van jou niet zeggen, heb je toch al een keer beet gehad?”
Ik zei, dat ik het niet wist, maar eigenlijk wist ik bijna zeker, dat de vissen mijn aas met rust hadden gelaten.
“Je staat ook maar te kijken, je moet er wel wat voor doen,” concludeerde neef Huib.
Het schijnt dat je toch een beetje met je hengel moet bewegen, maar hoe precies, dat kwam bij mij niet over. Dus was ik blij, dat er werd voorgesteld, dat ik maar iets anders moest gaan doen, want het vangen van vissen zat er voor mij niet in.

“Waar ben je met onze vangst gebleven?” informeert neef Huib, niet al te vriendelijk, als ik terug kom van een wandeling langs de zeedijk.
“O, ja, nou dat wil zeggen ……. Ja, ik weet het, die ligt daar, vlak bij die grote stenen.” Mijn neef rende naar de aangegeven plaats. “Daar snap ik helemaal niets van, daarnet lag daar absoluut geen net met vissen.”
“Heb je dan toch wel goed gekeken?” stamelde ik. Maar neef Huib gaf geen commentaar, want hij was veel te blij, dat hij zijn voorraad vis weer had gevonden.

Hij mompelde nog wat: “Toch blijf ik het vreemd vinden, want een half uur geleden was er geen vis te bekennen. Gelukkig hadden we nog een reservenet.”
Mijn neef vertrouwt het nog steeds niet. Zodat ik maar met aardig te zijn, de boel probeer te sussen.
“Wees daar nu maar blij mee. Het is toch ook geweldig dat jullie zo veel hebben gevangen?
Sommige dingen begrijpen wij nu eenmaal niet, dat maak ik ook regelmatig mee.”
“Luister eens neef, nu vertel je wat je allemaal hebt uitgespookt. Dat je niet kunt vissen, vooruit dat moet dan maar, Maar vis zomaar laten verdwijnen en dan toch weer niet...”
“Nou ja,” stamelde ik, "ik wilde het als verrassing houden.”
“Verrassing?” , klonk het behoorlijk hard over de zeedijk.
“Ja, ik dacht alleen een vis eten, is ook zo wat. Vis moet toch zwemmen. Dus met een wijntje of een pilsje. Daarom ik heb jullie vis maar een poosje verhuurd.”
“Verhuurd?” klonk het nog harder over de dijk.

Ze lieten hun hengels in de steek en keken me uiterst verbaasd aan: “Leg dat dan maar eens uit.”
“Zullen we er dan bij gaan zitten? Dat praat wat gemakkelijker,” stelde ik voor.
Zodat ik even later knus mijn verhaal kon vertellen.

“Daar wat verder op, zit ook iemand te vissen. Althans dat probeert hij, net als mij. Maar die man had een probleem. Ze hadden vanuit zijn stamcafé gebeld en natuurlijk geïnformeerd naar zijn vangst. Wat zeg je dan? Juist… als visser heb je toch altijd een goede vangst?
Maar daar bleef het niet bij. Waarschijnlijk vertrouwden ze het niet en men wilde het wel eens controleren.
En nu was er ook nog een dame bij, waar hij nogal gek op was. Zodat deze prille liefde dan wel ten einde zou zijn, als ze er achter kwam, dat de vangst nihil was.
Misschien gaan jullie nu toch al iets begrijpen?

Juist, ik kwam net op tijd, ze waren al onderweg. Trouwens, toen ik de vis kwam halen, hebben jullie er ook niets van gemerkt.
Eigenlijk vonden ze het helemaal niet leuk dat er echt een zodanige goede vangst was, zodat ze al snel weer vertrokken. Maar zijn nieuwe liefde zag hem nu toch als een echte held.
Even later moest ik absoluut twintig euro in ontvangst nemen. En …… ik moest jullie natuurlijk ook hartelijk bedanken.
Laten we dan straks samen, deze gift gebruiken voor een welverdiende consumptie. Ik heb nu het gevoel, dat ik toch ook nuttig bezig ben geweest.”

Ben Ramondt.


hoofdpaginaoverzicht