Ik ben de predikant…………

“Zo, lukt het beetje?” vraagt de dominee vriendelijk.
In een van de zalen, van het kerkgebouw, is een jongeman druk in de weer met schrijven. Hij is bezig zijn aantekeningen, die hij heeft gemaakt tijdens een gesprek met de koster, te rangschikken. En zonder te kijken is zijn antwoord: “Prima en zo blijf ik nog even in de sfeer. Dan vergeet ik het ook niet zo snel. Want ik heb heel veel informatie”
“Als je soms nog vragen hebt, dan kan ik je misschien van dienst zijn.”
“Wie ben jij dan wel?” intussen kijkt hij wel even, wie hem aanspreekt.
“Ik ben de predikant, verbonden aan deze kerk. Waarschijnlijk heeft de koster wel over mij verteld.”
De jongeman denkt even na: “Dat zal wel, maar dat weet ik zo snel niet. Hij heeft me wel een enthousiast verhaal verteld over vele functies, dikwijls met heel aparte namen. Zoals scriba en rentmeester en dan toch ook wel over de dominee. Maar volgens mij zeker niet in het bijzonder. Hij zei wel, dat hij er in de loop van de jaren, al veel had meegemaakt, maar verder niet. Het gaat natuurlijk ook over het beroep van koster. Daar wilde ik iets over schrijven. In het kader van bijzondere beroepen.”
“Ja, dat heeft de koster me verteld, maar het zou toch kunnen. Als predikant ben je nu eenmaal nauw betrokken met een gemeente.”
De jongeman was maar weer gaan schrijven en vraagt zich intussen af, wat hij met die dominee aan moet. Maar om niet al te bot over te komen, wil hij nog wel een poging wagen. “Nu kan ik me toch wel weer wat herinneren.”
Het gezicht van de dominee begint te stralen: “Hij had het over...”
De jongeman denkt even diep na. “Hoe zei hij dat ook weer? O ja, ik zit samen met de dominee in hetzelfde schuitje.”
De dominee kijkt zeer verbaasd. “Weet je ook wat de koster daarmee bedoelde?”
“Ja, jullie worden allebei betaald voor het werk. De rest van de vele werkzaamheden worden allemaal door vrijwilligers gedaan.”
“Typisch een gezegde van onze koster,” reageert de dominee enigszins teleurgesteld.
De jongeman glimlacht: “Maar hij heeft er ook nog wel een typisch menselijke reactie op gegeven.”
“Nu maak je mij toch nieuwsgierig.”
“Hij vond het verschil in salaris nogal groot,” Maar... zei hij toen zuchtend, “als je voor een dubbeltje geboren bent, dan word je nooit een kwartje.”
“Daar heeft de goede man wel een beetje gelijk in. Maar goed, ik ga er weer vandoor. Veel succes met je verhaal.”
“Bedankt.”
Maar intussen krijgt de jongeman wel zin in een gesprek: “In mijn scriptie heb ik geschreven: een socialistische gedachte in een kerk geeft mij een geweldig goed gevoel.”
De dominee knikt: “Het is jouw verhaal.”
“Nu herinner ik me nog wel meer. Hij vertelde ook nog dat hij had meegemaakt, dat er ook vrouwelijke dominees kwamen. Dat gaf toen best een boel problemen. Er waren veel mensen tegen, maar dat was niets bijzonders,” zei de koster. “Veranderingen geven nogal eens problemen. Maar hij vindt het wel een hele verbetering.”
De dominee knikt instemmend: “Dat ben ik helemaal met hem eens.”
“Er was nog iets waar hij aan moest wennen…………o, ja nu weet ik het weer. De laatste tien jaar, mag ook de koster jullie bij de voornaam noemen.”
Weer knikt de dominee: “Ook dat past nu beter in de hedendaagse samenleving. Maar goed, nu ga ik toch echt weg, want ik heb nog veel werk te doen.”
“Dag jongeman.”
“Dag Klaas.”
De predikant aarzelt even om weer verder in discussie te gaan. Maar staat uiteindelijk toch even stil: “Zo heet ik niet!”
“Dat kan wel zo zijn, maar ik dacht; als het noemen van voornamen nu gebruikelijk is, zal ik ook maar een willekeurige naam noemen.”
“Je mag ook wel gewoon dominee zeggen.” mompelt de predikant nog en loopt weg.
Ben Ramondt |