Een sportieve heer van middelbare leeftijd zet zijn sportfiets tegen een boom en gaat aan de picknicktafel zitten, waar toevallig ook de koster zit uit te rusten.
“Ook een goedemiddag, ik kom even mijn administratie doen.”
“O, ik rust alleen maar wat uit. Trouwens, ik ben toch niet zo’n goede boekhouder.”
Even later heeft de man wat papieren uit zijn zak gehaald, en een stukje potlood uit zijn T shirt en is nu mompelend aan het schrijven.
“Belastingformulier invullen zeker?” vraagt de nieuwsgierige koster.
De man kijkt de koster aan en schudt van nee. “Ik ben bezig met het schrijven van mijn dagboek.”
“Nee, maar dat is geweldig. Dat zouden meer mensen moeten doen. Ik ben het al zo dikwijls van plan geweest, maar het lukt me niet om mijn dagelijkse belevenissen aan het papier toe te vertrouwen.”
Weer kijkt de man de koster vriendelijk aan: “Nee, dat is het niet. Ik schrijf op, hoeveel kilometer ik gefietst heb. Al jaren rij ik op maandag, woensdag en vrijdag 25 kilometer. Dat past in mijn gezondheidsprogramma.”
“Dat is heel interessant, want ik heb nu toch sterk het vermoeden, dat het vandaag donderdag is.”
“
Dat klopt, maar gisteren had ik een etentje met mijn collega’s. Zoiets doen we al jaren, tweemaal per jaar. Dat schijnt goed te zijn voor de werksfeer. Als ik niet mee ga, dan wordt de werksfeer voor mij een stuk minder. Maar ik moet daardoor wel mijn gezondheidsschema drastisch aanpassen. Want ja, het is niet alleen dat ik gisteren niet kon fietsen, maar mijn cholesterol moet dan ook weer bijgesteld worden. En natuurlijk de teveel genuttigde calorieën, zodat ik nu vandaag tien kilometer meer heb gefietst. Ik moet nu ook nog snel naar de visboer, om twee harinkjes en een makreel om mijn cholesterol op peil te houden.
De koster weet niet wat hij hoort. “Het is dan nog een hele administratie, om gezond te leven. En waarom fietst u alleen op maandag, woensdag en vrijdag?”
“Dat heeft te maken met jarenlang onderzoek om naar een goede balans te zoeken. De andere dagen van de week ben ik dan in de sportschool bezig. Maar dat is allemaal nogal gecompliceerd om uit te leggen.”
“Als ik dat zo hoor, dan kom ik min of meer tot de conclusie, dat gezond zijn, of beter gezegd, gezond blijven voor u eigenlijk een heel gedoe is. Of zie ik dat verkeerd?”
“Ik ervaar het zelf als positief. Eigenlijk zou ik er nog meer aan willen doen, maar ik heb ook mijn gezin en mijn werk. En dat kost veel tijd.”
“Volgens mij doet u er heel veel aan. Gezondheid is natuurlijk heel belangrijk en … dat weet ik uit ervaring, misschien wel het allerbelangrijkste. Je kunt er ook wel wat aan doen, maar volgens mij, heb je absoluut niet alles zelf in de hand.”
Deze opmerking zorgt spontaan voor een snellere ademhaling van de sportman.
“Zeker, helaas hebben we nog niet alles in de hand, maar door een streng dieet, het precies doceren van vitamines en mineralen, de juiste sporten beoefenen, kan ik er toch toe bij dragen dat ik gezond blijf en heel oud ga worden.”
“Dat hopen we toch allemaal? Maar u kunt toch ook een ongeluk krijgen. Al doet u nog zo uw best in het verkeer. En er zijn ziektes of aandoeningen, die je kunt krijgen. Ook al leef je nog zo gezond.”
De man kijkt nu toch wel een beetje teleurgesteld, maar heeft zijn antwoord al snel geformuleerd: “Inderdaad, sommige ziekten maken me soms nog wel wat somber. Want er is altijd kans, dat ze toeslaan. Maar ik ga ieder jaar voor een keuring. Dan laat ik ook een scan maken. Het is niet goedkoop, maar dan weet ik wel of er iets ernstigs aan de hand is.”
Na een diepe zucht antwoord de koster: “Ja, dat kan helaas iedereen over komen.”
“Maar dan ben ik er natuurlijk wel heel snel bij, dat kan dan toch mijn redding zijn!”
“Dan wens ik u daar veel succes mee, maar ik hoop dat ik u niet beledig, maar u draaft wel een beetje door.”
“U beledigt me helemaal niet, want dat hoor ik zo vaak. Maar ik vind gewoon, dat ik het moet doen. Maar …doet u dan helemaal niets aan uw gezondheid?”
“Natuurlijk wel, ik rook niet, drink niet al te veel alcohol en probeer zoveel mogelijk te bewegen.”
“Dat is natuurlijk uw keus, maar het is wel het allerminste wat je kunt doen.”
De koster had wel een dergelijke soort reactie verwacht en er verschijnt een ontdeugend lachje. “Dan zal ik u nog eens iets vertellen… Zo af en toe kan ik ontzettend genieten, ondanks dat mijn bloeddruk aan de hoge kant is, net als de cholesterol, door mezelf te verwennen met een grote bal varkensworst, waar ik dan ruim zout en peper in doe en heel langzaam laat bakken.
En dan samen met een ijskoude borrel er heel lang van genieten. Heerlijk! En als ik dan het vet van mijn kin poets, voel ik me een gelukkig mens.”
De man schudt zijn hoofd, loopt naar zijn fiets en zegt: “Tjonge, tjonge, daar moet ik nu niet aan denken.”
Ben Ramondt