Koffie met een koekje.

“Dat was een lange wandeling. Ik ben blij dat ik zit,” zucht de koster, terwijl hij plaats neemt in een luxe stoel, in de vakantie bungalow.
Terwijl zijn vrouw ook plaats neemt, zegt ze:“Heb jij die mensen gezien, vlak bij dat bruggetje?”
“Bedoel je die ouwe mensen?”
“Jazeker, die mensen die misschien wel jonger waren dan wij. Volgens mij was dat een dominee, die ongeveer vijf of misschien wel tien jaar geleden voor het laatst bij ons gepreekt heeft. Daarvoor kwam hij regelmatig.”

De koster is verbaasd, want meestal herkend hij wel gauw mensen en zeker dominees.
“Zou dat? Wacht eens even, je hebt gelijk! Maar ik kan niet meer op zijn naam komen.
Nu je het zegt, ze groetten allebei wel vriendelijk, maar dat wordt wel meer gedaan tijdens de vakantie, dan hebben de mensen toch wat minder stress.”

“Denk er maar eens over na, dan zal ik intussen wel even koffie zetten.”
“Dat zou geweldig zijn. Wacht eens, nu jij over koffie begint, weet ik het ineens weer. Maar daar moet ik dan wel even wat aan doen. Jij had toch een pak koekjes meegenomen?”
“Wat bedoel je nu allemaal? Je gaat toch hopelijk niet zeuren over een koekje bij de koffie?”

De koster, die een beetje onrustig is gaan rondlopen, zegt:“Maar dat bedoel ik helemaal niet!”
“Wat bedoel je dan wel? Trouwens ik heb laatst een artikel gelezen over mensen die, als ze tot rust kwamen, wartaal gingen spreken.”
“Dat kan wel zo zijn, maar dit is totaal geen wartaal. Maar ik herinner me ineens, dat ik die dominee, voor de dienst koffie bracht. Daar was hij natuurlijk blij mee, maar het koekje dat er bij zat, was enorm oudbakken. Helaas kwam ik daar later pas achter.
Dus ga ik hem nu een vers pak koekjes brengen.”

“Man, doe toch eens gewoon! Dat is die man immers al lang vergeten! En je weet niet eens waar hij woont! Er staan hier minstens honderd bungalows.”
“Dat kom ik wel te weten. Ik heb gewoon een enorme zin om dat te gaan doen. Je weet nu toch langzamerhand wel hoe ik ben? Zoiets doe ik nu eenmaal graag!”

Het had verder weinig zin om hier op te reageren. En zo gingen zij een paar dagen later op pad.
“Hier zal het zijn.”
Toch wel een beetje gespannen staat het kostersechtpaar voor de vakantiebungalow van de predikant. Maar niet voor lang, want de voordeur gaat open en een vrolijk lachende man staat hen op te wachten.
“Is het kostersechtpaar ook op vakantie? Toen we jullie een paar dagen geleden tegen kwamen, wist ik het nog niet zeker. Maar ik had toch wel een flauw vermoeden. Kom binnen, dan praten we verder. Ik denk dat het ongeveer acht jaar geleden is, dat we elkaar voor het laatst hebben gesproken.”

Als ze even later gezamenlijk hebben plaats genomen, voelt de koster zich al snel op zijn gemak. Hij haalt triomfantelijk een pak koekjes te voorschijn.
“Ik kon het niet laten een aardigheidje voor u mee te brengen. Want toen u voor het laatst bij ons gast- predikant was, heb ik bij de koffie per abuis een heel erg oud koekje geserveerd.”

“Dat ik daar nu zoveel jaren op heb moeten wachten… We zullen maar zeggen: beter laat dan nooit!”
De koster schrikt van deze woorden. Hij denkt: nou, dan was het wel een heel erg oud en smakeloos koekje, als hij zo reageert en hij stamelt:“Ik was misschien wel wat gespannen. Dat ben ik wel meer op zondagmorgen.”

“Nu ben ik toch blij, dat ik het weet. Niet dat ik daar nu wakker van heb gelegen, maar toch!”
De koster probeert zo joviaal mogelijk te reageren:“Dat lijk me ook niet nodig voor een koekje...”
“Nee, natuurlijk niet, gelukkig was het koekje oud en niet de preek!”
De koster begrijpt het nog niet helemaal, maar voelt wel aan dat er meer aan de hand is dan zomaar een koekje.
“Ik heb het idee dat ik het toch nog even moet uitleggen,” zegt de dominee.
De koster knikt.

“Na afloop was ik met iemand aan het praten en toen hoorde ik u ook wat zeggen. Maar ik heb niets van een koekje gehoord, alleen maar, dat er iets oud was. Dan denk je als predikant toch al gauw aan je preek. Later heb ik het nog nagekeken, maar het was dus helemaal geen oude preek!”

De koster weet even geen raad met de situatie. “Dat laatste kan ik me niet meer herinneren. Maar ik heb u toch niet beledigd?”
“Wel nee man. Het is toch geweldig dat ik nu, na zo veel jaren, bericht krijg dat het niet aan de preek lag. Je zou geneigd zijn daar ook een preek van te maken.”
“Die zou ik dan best willen horen en dan krijgt u een vers bakje koffie en een vers koekje erbij.”

Ben Ramondt



hoofdpaginaoverzicht