Psalmversje

“Een bijzonder goedemiddag.” De koster wordt aangesproken door een voor hem onbekende man.
“Ook goedemiddag. Ik ken je niet, maar daarom is het juist goed om elkaar iets goeds toe te wensen.”
“Kijk dan eens goed. We hebben samen op de lagere school gezeten en ik weet dat jij hier koster bent.”
“Dat laatste klopt wel, maar de lagere school is wel erg lang geleden. Ik zie wel iets bekends, maar toch herken ik je niet.”
“Ik ben al op jonge leeftijd met mijn ouders verhuisd naar Amsterdam en daar blijven wonen. Maar nu ik gepensioneerd ben, ben ik weer terug gekeerd naar mijn geboortegrond. Maar ik had je wel eens gezien in de stad en een poosje terug hoorde ik toevallig, dat jij koster bent. Eerlijk gezegd had ik dat helemaal niet achter je gezocht.”

Dat vindt de koster geen leuke opmerking en reageert wat nors: “Waar slaat dat nu op? Hoe zou je dat nu op de lagere school al kunnen zien?”
“Zal ik het dan maar zeggen?”
“Je gaat je gang maar.’
“We moesten toch iedere maandagmorgen een versje opzeggen? En daar had ik altijd een tien voor. Maar dat kun jij niet zeggen.”

Er valt even een stilte: ”Daar heb je wel gelijk in. Ik was ook niet zo goed in het onthouden van zo’n versje. En laat ik nu dan ook meer eerlijk zeggen; ik vond het ook geen leuke bezigheid.
Maar dat heeft toch verder niet zoveel te maken met het beroep van koster?”
“Daar heb je ook wel gelijk in, maar ik dacht er toevallig aan, toen ik hoorde dat jij koster bent geworden.”

De koster kijkt nu ernstig naar de man: “Misschien heeft het er toch wel mee te maken.”
“Dat lijkt me sterk. Maar als dat zo is, wil ik het wel eens van je horen.”
“Goed, dan zal ik je iets uit mijn kinderjaren vertellen. Misschien denk je er dan wel anders over.

De juffrouw op school vertelde een verhaal. Dat ging over een meisje. Die had steeds problemen, wat precies weet ik niet meer. Maar het kwam hier op neer, dat ze steeds verdrietig was. Toen had ze, op een verdrietig moment, zomaar spontaan een versje opgezegd.
De juffrouw vertelde dat toen veel uitgebreider en met de nodige emotie.
Toch kwam het hier op neer, dat haar verdriet al vrij snel verdwenen was. De boodschap van het verhaal was volgens mij: Kun je geen woorden vinden om te bidden, dan is God ook wel tevreden met een versje.”
De koster straalt ervan, dat hij het verhaal van zolang geleden, toch tamelijk goed heeft kunnen na vertellen.

“Dat is een prachtig verhaal, maar wat heeft dat nou met jou te maken?”
“Nou, dat ga ik je nu vertellen. Want niet zolang daarna, had ik zelf problemen. Ik had het nodige kattenkwaad uitgehaald en was voor straf zonder eten naar boven gestuurd. Nou ik voelde me behoorlijk zielig. Ineens dacht ik aan dat verhaal en vol vertrouwen declameerde ik een versje.
Maar omdat ik niet zo braaf was geweest met het leren, is het wel een versje geworden, samengesteld uit minstens drie versjes, die ik door elkaar haalde. En ik schaamde me eigenlijk al direct voor mijn slechte prestatie.
Maar desondanks kwam mijn moeder met een bordje eten en daarna mocht ik toch weer naar beneden en werd er niet meer over het voorval gesproken.
Ik had toen een enorm dankbaar gevoel. Nu ben ik geholpen door God en die vind het niet eens erg, dat ik zo slecht mijn versje geleerd heb en het dus niet eens goed kan opzeggen. Het was dus voor mij een enorme belevenis, waar ik nog lang over nagedacht heb.
Eerlijk gezegd heb ik toen wel een paar maanden mijn versje goed geleerd. Maar het is altijd een zwak punt is gebleven.”

“Inderdaad een boeiend verhaal, maar of dat nu ook stimuleert om koster te worden?” is de wat lauwe reactie van zijn toehoorder.
“Dat weet ik ook niet, maar het heeft er wel toe bijgedragen. Want men kan wel iemand gelovig opvoeden, maar je moet het ook zelf ervaren. Noem het voor mijn part een praktijkervaring.”

De man denkt er nog eens over na en knikt dan: “Daar heb je ook wel gelijk in.”
De koster is blij, dat zijn verhaal toch nog begrepen is.
“Eerlijk gezegd was ik wel geraakt, toen je over dat versje begon. Misschien heb ik het zelf ook nog niet helemaal verwerkt. Daarom heb ik geprobeerd, je ook duidelijk te maken dat ik, ondanks dat ik slordig omging met het leren van dat psalmversje, toch een gevoelig mens ben.”

Ben Ramondt



hoofdpaginaoverzicht