“Het smaakt toch wel?”vraagt een vriendelijke dame, die tegenover de koster zit, in het eetcafé.
“Prima, het smaakt naar de echte erwtensoep, die mijn vrouw een keer per jaar maakt.”
“Dat is dan fijn, maar u kijkt er toch niet zo gelukkig bij.”
“O,” stamelt de koster. “Dat kan, ik was even in gedachten.”
“Ik heb er natuurlijk niets mee te maken, maar dan waren het volgens mij niet al te vrolijke herinneringen.”
“Nou ja, achteraf was het een misverstand, maar ik werd toen best, min of meer beledigd, omdat ik koninginnensoep lekkerder vond dan erwtensoep.
Maar het gaat natuurlijk wel over een belevenis van ongeveer vijftig jaar geleden”
“Ik begrijp niet, dat iets zoveel indruk op iemand kan maken, dat je daar nu weer aan moet denken.”
“Ik werd toen aangezien voor een jongetje, dat nogal veel verbeelding heeft, zo’n mannetje die het erg goed met zichzelf getroffen heeft. En ik weet heel zeker dat ik zo niet ben.”
“Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Maar dan moet er toch iets meer gebeurd zijn dan alleen maar graag koninginnen soep lusten?”
De koster wijst naar de erwtensoep: “Dat wel, nu vind ik het heerlijk, maar als kind moest ik er niets van hebben. Een mens verandert nu eenmaal in de loop van de jaren.”
“Vertel verder, het lijkt me wel een interessant verhaal!”
“Misschien wel, maar ik weet niet, of ik het nog wel goed kan vertellen. Het gaat over lang geleden. Het past ook niet meer in deze tijd.”
“ Zou je het toch willen proberen?”
“Als ik de soep op heb, maar dat duurt nog wel even, want ik wil nu van iedere hap genieten.”
De koster veegt zijn mond af met het papieren servet.
“Allereerst dit, vroeger was het op het platteland de gewoonte, dat er ieder jaar een varken werd geslacht. Heus niet alleen op de boerderij. Want toen mocht je achter je huis nog een varkenskot hebben.
Dan gingen artikelen, zoals oren, poten en niet te vergeten de krulstaart in de snert”
De dame, die ondertussen wat vies kijkt, vraagt: “Is dat echt waar, ik maak het heel anders klaar.”
“Het gaat nu over lang geleden. Dat je gewoon spekvet op je brood smeerde, eventueel aangevuld met stroop, want van cholesterol had nog niemand gehoord. Deze informatie heb je nodig anders is het verhaal niet duidelijk.”
“Het gaat toch over erwtensoep?”
“Ja zeker, ik bouw het alleen een beetje op. Nu de gebeurtenis waar ik daar straks aan moest denken. Ik mocht eens een keer mee met een vriendje. Zijn opa was boer. Dat is niet helemaal juist, want ze noemden dat toen een keuterboertje. Een beetje land, een paar koeien en dan natuurlijk ook een varken.
Ik dacht, dat we daar naar toe waren gekomen om te spelen, maar dat was maar gedeeltelijk waar. Hij schakelde ons meteen in, om te helpen. Onder meer met het schoonmaken van de stal.”
De koster trekt een vies gezicht: ik vond het niet leuk, en ik was ook erg onhandig bezig. Ik was zoiets helemaal niet gewend.”
De dame die aandachtig luistert: “Tot nu toe is het goed te begrijpen en leuk.”
“Maar nu komt de climax. Die boer had steeds staan kijken, hoe onhandig ik bezig was en zei: “tjonge, tjonge wat bin jie on’andig. Jie bin nog nie eens geschikt voe de snert.” Van die opmerking begreep ik absoluut niets en ik gaf spontaan als antwoord:” Ik houd meer van koninginnensoep.” Dat had ik pas nog gegeten. Daarom koos ik daar spontaan voor.
Maar die oude man keek me verontwaardigd aan en zei. “Zo mannetje, ben jij er zo een, dan moet jij maar nooit meer komen spelen hier.”
De dame doet enorm haar best, om het enigszins te begrijpen: “Ik denk dat ik het wel begrijp.”
De koster zucht: “Nou ik toen niet, ik was er ook behoorlijk van overstuur. Maar gelukkig is het later allemaal uitgepraat. Die opa bleek best heel aardig te zijn. Want wat hij zei, was toen een bekende uitdrukking: “Je bent nog niet eens geschikt voor de erwtensoep.”
“Want daarom moest ik dat eerst uitleggen van dat slachten. Want zowat het gehele varken werd vlees, worst of spek, maar de rest ging in de snert.
En als je het dan als snotneus, over koninginnensoep gaat hebben, lijkt het toch min of meer, dat jij je liever bezig houdt, met de hogere kringen. Maar zeker niet met die boerensnert”.
“Dus uiteindelijk was het gewoon een misverstand!”
“Maar op zo’n moment is het vervelend om mee te maken. Maar als je ouder wordt ga je begrijpen, dat mensen, zonder dat ze het beseffen, je verdriet kunnen aan doen. Ik heb ook regelmatig goedbedoelde opmerkingen gemaakt, die niet goed vielen”.
Intussen bekijkt de dame de menulijst en roept even later: “Ze hebben hier ook koninginnensoep. Ik bestel voor ieder een kop.”
“Dat is toch wel overdreven, al zou het me best smaken,” grinnikt de koster.
“Niets overdreven. Het is belangrijk dat je dat doet. Want ik ben geïnteresseerd in psychologie. En ik denk, als we dat nu samen gaan doen, dat je dit voorval, voor eens en voorgoed gaat verwerken.”
De koster kijkt wat verbaasd: “O, dat wordt dan wel een therapeutische soep.”
Ben Ramondt