Een onbewolkte toespraak…

“Daar zou ik nu wel eens naar toe willen. Zullen we er dan samen heen gaan?”
“Dat samen lijkt me wel leuk, als je dan even zegt waar je naar toe wilt?” is het antwoord van de koster.
Zijn vrouw zit een uitnodiging te lezen, die net met de post gekomen is.
“Het is een brief van de vakbond. Die hebben, als spreker voor de ledenvergadering, ‘s morgens de weerman uitgenodigd voor een lezing over het weer.”

“Dat lijkt mij nu ook wel interessant. Ik vind, dat hij het op de TV ook heel leuk doet. Als jij ons dan opgeeft, want jij bent handiger met de computer, dan komt het allemaal goed.”
“Dat zal ik wel doen, maar ik zou het ook wel leuk vinden, als jij dan een foto van hem maakt.”
De koster kijkt wat verbaasd: “Ik ben daar niet zo goed in, maar vooruit ik zal het dan wel proberen.”

 “Mijnheer, mag ik u eens wat vragen?”
Na de lezing was de voorzitter naar het kostersechtpaar gekomen.
“Natuurlijk, ik voel me zelfs vereerd, als de voorzitter de moeite neemt om met ons te praten.”
De man is wel blij met deze reactie: “Bent u van de pers? Ik zag u wat foto’s maken.”
“Ik heb inderdaad wel foto’s gemaakt, maar ik ben niet van de pers, maar gewoon een amateur. Maar het mocht toch wel?  Het is voor… Hij kijkt even naar zijn vrouw en antwoordt dan, “het is gewoon voor het familiealbum. Maar als u ook een foto wilt, mijn vrouw is handig met het digitale transport.”
“Dat zou wel fijn zijn.” De man probeert zo vriendelijk mogelijk te lachen, maar is duidelijk teleurgesteld. “U had meer van dit gesprek verwacht?” informeert de koster.
“Laat maar, het is wel goed zo.”

De koster krijgt medelijden met de man.
“Maar, als ik nu wel van de pers was geweest, had ik u dan misschien…?”
“Misschien kan ik toch wel helpen, al ben ik geen journalist.”
“Goed dan. Wat vond u van mijn toespraak? Want ik heb me n.l. opgegeven voor een functie als voorzitter, maar dan landelijk. Dan zou het dus fijn zijn als ik eens wat positieve reacties kreeg. ”
De koster kijkt de man aan. “Nu begrijp ik het. En ik wil niet arrogant over komen, maar dat was aan uw, overigens prima toespraak, te merken.”
De man begrijpt nog niet zoveel van dit antwoord.
“Ik ben maar een eenvoudige koster, maar ik heb in mijn leven natuurlijk duizenden preken gehoord. En natuurlijk mag ik die niet vergelijken met een toespraak voor vakbondsleden. Maar ik ben dan toch maar zo vrij om het in ieder geval te proberen.”

Op het gezicht van de voorzitter verschijnt langzaam een glimlach.
”Toch denk ik wel, dat er overeenkomsten zijn, dus zegt u het maar”.
“Vroeger kwam er wel eens een dominee proefpreken. Dan wilde de gemeente zo’n dominee beroepen, mits hij goed kon preken.
Nu heb ik daar nooit mijn mening over mogen geven. Maar wat ik wel uit ervaring weet is, dat het dan wel eens voor kwam, als de predikant dan aangenomen werd, zijn preken steeds beter werden. Dan kon hij gewoon zichzelf zijn.”
“Wat wilt u daarmee zeggen?”
“Dat was aan u ook te merken, u kunt gewoon een goede toespraak houden. Maar u wilde het toch nog iets extra’s meegeven.”
De voorzitter is nogal verbaasd: “Ja, ... toch had ik niet het idee!”
“Maar u heeft zich vast, langer dan anders, op deze toespraak voorbereid.”
De voorzitter knikt.
”Inderdaad met het oog op mijn voordracht voor die andere functie, heb ik geprobeerd er wat meer humor in te brengen.”
“Dat dacht ik wel, maar dat had u spontaan, waarschijnlijk nog beter gedaan.”
“Het zou best kunnen dat u gelijk heeft, maar wel knap van u, dat u dat heeft opgemerkt. Ik zal het proberen toe te passen.”
“Fijn, … toch wil ik nog even opmerken, dat het natuurlijk niet altijd op ging, bij de nieuwkomers. Meestal merkte ik helemaal geen verschil. Trouwens, ik heb ook wel collega’s die beweren, dat het andersom ook voor komt
Maar hoe het ook zij, onze weerman hield een onbewolkte toespraak.”

Ben Ramondt



hoofdpaginaoverzicht