De droom
(Vanuit het Erasmus MC, kamer 506)“Kijk eens aan, daar hebben we Suusje!” De koster z’n dag is meteen goed. Want Suusje is een vrolijk en optimistisch type. Ze helpt de koster wel eens belangeloos als er extra hulp nodig is.
“Ik was al een tijdje van plan, om eens bij je langs te komen, maar ja........ daar zag ik gewoon een beetje tegen op!”
“Dat maakt toch niet uit, je bent er nu toch? Ik ga meteen koffie zetten, want ik weet dat je een liefhebber bent.”Even later zitten ze gezellig bij te praten. “Nou koster, ik vind het leuk, maar hoe is het nu toch met je?”
De koster wordt een beetje verdrietig.
“Laten we daar maar niet over praten. Momenteel is m’n leven een onbegrijpelijke puinhoop.
Ik zal je eens wat laten zien”
De koster laat het restant zien van een grote fruitmand.
“Die kwamen ze zomaar brengen. Je kent de gevers niet eens goed..... en moet je die bloemen eens zien.”
“Dat zijn de bloemen uit de kerk, die zijn inderdaad prachtig.”
Suusje bekijkt de bloemen en ook de fruitmand.
“Heel mooi, maar dit zal je toch zeker wel erg goed doen?”“Nou Suusje, ik heb er vannacht zelfs over gedroomd en het was een fantastische droom.
Ik liep door een prachtig landschap en eerst zag ik allemaal prachtig fruit, hetzelfde als in die fruitmand, zelfs de flesjes vruchtensap groeiden aan de boom. En aan het eind van het pad allemaal bloemen en ook waren het weer dezelfde bloemen, die in dat bloemstuk van de kerk waren gebruikt. Tussendoor zag ik nog wel meer, maar dat had er niets mee te maken.”
Suusje antwoordt niet, ze is duidelijk ergens mee bezig.
“Maar koster, die droom heeft jou misschien toch wel iets te vertellen.”
“Waarom? Voor mij was het gewoon een mooie droom, verder niet...........”.
“Maar je hebt toch nog meer gedroomd? Wat was er dan nog meer te zien, langs dat pad?”
De koster denkt geruime tijd na: “Ja zeker, maar dat was maar een boel onzin, dat slaat werkelijk nergens op.”
“Zeg dat niet koster......... Een droom heeft meestal iets te zeggen, het zal er zeker mee in verband staan.”
“Welnee, het was gewoon flauwekul, verder niet.”
Suusje loopt naar de koster toe en kijkt hem diep in de ogen. ”Vertel het nu maar, ik wil het nu allemaal weten.”
“Nou goed dan, het was iets met muziek. Ik stond boven op de duinen en zag een wonderschoon strand en vlak bij het water stond een piano. Er liepen een aantal meeuwen kris kras over het toetsenbord. De beesten zelf maakten ook nog kabaal en samen klonk het als prachtige muziek. Ook was er een grote vogel, volgens mij was het een zwaan, die speelde klarinet, maar het mondstuk paste totaal niet in z’n bek. Toch speelde dat beest een grandioze solo partij. Samen met de wind en de zee klonk dit als een groot symfonieorkest.
Hoewel het alles bij elkaar een lachwekkend gezicht was, klonk de muziek wondermooi.”Het is geruime tijd stil. Suusje is er van onder de indruk en laat het verhaal op zich inwerken. “Volgens mij heeft dat wel een boodschap. Een stelletje meeuwen op een piano en een zwaan met z’n klarinet, musiceren samen met de wind en de zee.......”
“Hoe raar het ook was Suusje, het maakte me al met al heel erg blij.”“Juist daarom heeft die droom iets te vertellen. Dat fruit en later die bloemenpracht....... dat heeft dus feitelijk met al die mensen, die met je meeleven te maken. Ze staan dus rondom het muzikale intermezzo. Je zag daar onbegrijpelijke dingen gebeuren: vogels die er toch ook in zekere zin een puinhoop van maakten, maar wel als resultaat een grandioos muziekstuk.
Soms begrijpen we niets meer van het leven, maar dan klinkt toch op zeker moment en dikwijls onverwacht die harmonische muziek, net zoals in die droom. En het leven wordt weer overzichtelijk en daar helpen dan al die mensen aan mee.”De koster is er sprakeloos van, maar na een diepe zucht zegt hij: “Ik weet zeker, dat je gelijk hebt Suusje.”
Ben Ramondt