Een bewogen overdracht...

“Nu maak je het werkelijk te dol. Je weet best dat ik meestal wel met je mee doe, ook al zijn je ideeën nog zo vreemdsoortig, maar nu maak je het toch echt te bont!”

De koster kijkt wat beteuterd naar z’n vrouw. Hij is het er wel mee eens, dat ze meestal z’n ideeën wel boeiend vindt.
“Op zichzelf is het wel een goed idee, een hulpkoster uitnodigen voor een etentje, maar dan wel hier in onze eigen kamer. Dan kun je koken in je eigen keuken. Je gaat toch niet in een zaaltje van de kerk eten, dat is toch helemaal niet gezellig? Het is nog onhandig ook. Of wil je dan ook in de keuken van de kerk koken?”

“Twee kosters die een goed diner in de kerk nuttigen, mooier kan het bijna niet. Verder wil ik een bijzonder gesprek met hem hebben. Ik moet toch een keer vertellen, wat het nu precies betekent om koster te zijn. En........ dat heb ik ooit plechtig beloofd.”

“Dan eet je met z’n tweeën, desnoods midden in de kerk. Maar ik doe niet mee met die onzin.” “Maar ik wil een bijzondere sfeer creëren en hem het mooie en unieke van het kosterschap laten meebeleven......... ik ga hier nog eens diep over nadenken en dan proberen om alles op een rijtje te zetten.”
De koster verlaat z’n woning en gaat lopen “ijsberen” in de kerk. Een terugkerende activiteit als de koster weer eens met een echtelijke oneffenheid te maken heeft.

Maar na verloop van tijd wordt er toch een afspraak gemaakt met de hulpkoster.
“Ja, natuurlijk vind ik dat een geweldige eer, om bij u te mogen eten”, antwoordt de hulpkoster. ”Maar waarom ik? Er zijn toch nog veel meer hulpkosters?”
“Nou dat zal ik je proberen uit te leggen. Een aantal weken geleden had je dienst. Ik zag je vakbekwaam bezig. Toen wist ik het, hem ga ik uitnodigen.”
“Nou, dat is nog al wat...... maar natuurlijk moet ik het dan eerst even met m’n vrouw bespreken, maar ik weet bijna zeker dat ze dat ook leuk zal vinden. Maar ik weet niet of we al een afspraak hebben. Dat regelt zij meestal.”
“Als ik niets hoor, dan komen jullie. Is dat afgesproken?”
De hulpkoster, die het allemaal nog aan het verwerken is knikt heftig van ja.
“Maar... dan mogen wij toch wel koster zeggen? Want ja... u bent tenslotte de echte koster. En ik zou me helemaal niet prettig voelen, om u met uw voornaam aan te spreken.”

Enige tijd later is het dan zo ver.
“U zou best kok kunnen zijn,” reageert de hulp koster spontaan.
“Dat bedoel je zeker als een compliment? Misschien zijn er wel meer overeenkomsten.
Trouwens ik hoop dat dit eten jullie lichaam streelt en dat onder meer de enzymen en hormonen zich er ook prettig bij voelen. En verder..... kok lijkt mij wel een mooi beroep, maar koster is een bijzonder beroep.
Als koster mag je er aan mee werken, dat de mensen zondags geestelijk gevoed worden en dan weer een week verder kunnen. Maar dan ben je als koster natuurlijk ook nog de vriendelijke en behulpzame gastheer.”
“Dat is best een grote verantwoording,” antwoordt de hulpkoster nauwelijks verstaanbaar, omdat hij zo onder de indruk is.
“Zeker en ook heel apart en vooral bijzonder.” De stem van de koster is nu veel plechtiger en ook een beetje emotioneel. “Ik heb jullie uitgenodigd om eens gezellig samen te zijn. Maar er is nog iets. Ik zou bijzonder graag, straks even met m’n collega koster alleen naar de kerk gaan, om samen wat verder in te gaan op het beroep van koster. Ik loop daar al een poos mee rond. Gelukkig is er nu de gelegenheid voor.”
“Moet dat nou?”, reageert de kostersvrouw enigszins geïrriteerd. “Daar hebben we het toch nog over gehad? Maar ja, zo gaat dat hier meestal.”
Maar de hulpkoster voelt aan, dat zijn grote voorbeeld hem toch iets belangrijks te melden heeft en dat onder vier ogen wil vertellen. En wel in de zo vertrouwde omgeving van de kerk.
“Het eten smaakt uitstekend en we vinden het gezellig. Ik heb er geen bezwaar tegen om even als kosters onder elkaar, werkbespreking te houden.”

De koster slaakt een zucht van verlichting: “Daar ben ik erg blij mee. Want het is voor mij heel belangrijk.”
“Als je het maar niet te lang maakt, dan moet het maar,” sputtert de gastvrouw nog wat tegen.
“Laat die mannen toch eens lekker over hun beroep en hobby praten, wij vermaken ons toch wel,” is de positieve reactie van de partner van de hulp koster.
“Maar we zijn nog niet klaar met eten. Het lijkt me beter, dat we dat dan eerst afronden,”
reageert de zorgzame echtgenote van de koster, die de plannen van haar man nog steeds niet kan waarderen.

Na een een paar minuten van merkwaardige stilte gaat de koster staan.
“Ik zou graag, met een van m’n opvolgers, het toetje in de kerk willen nuttigen. Dat kan zorgen voor wat extra sfeer.”
Weer valt er een stilte, de dames en heren kijken elkaar aan.
“Laat die mannen toch als ze dat zo willen, dan kunnen wij eens praten over dat borduurwerk, wat hier overal hangt, want daar ben ik ook pas mee begonnen. En eerlijk gezegd lukt me dat nog niet zo best.”

De koster zucht, wat kwamen die woorden toch precies op tijd. Het liefst had hij haar omhelsd, maar hij heeft nu al voor genoeg frustraties gezorgd.
“Dat is een uitstekend idee, gaan jullie dan maar, midden in die lege kerk, jullie toetje opeten. Dan genieten wij er hier wel van!”

En met het dessert in hun handen lopen de kosters in de richting van de kerk...................

Ben Ramondt

(Deel twee>>>...)