Gesprek aan het water.

“Wat ben je aan het doen, of is er iets bijzonders te zien?”
De man schrok van deze belangstellende vraag van de koster: “Ik kijk in het water. Onder water is alles bijzonder!”
“Ja zeker de natuur is bijzonder, ik geniet er ook altijd van.”

De man die in het water staat te turen is het daar niet mee eens: “Het is nergens zo mooi als onder water, dat is een wereld apart. Het is er veel beter dan de wereld boven water.”
“Nou dat is dan al wat, maar ik kan er niet over oordelen, want ik ben m’n leven lang al boven water. Heeft u dan wel ervaring onder water?”
“Ik heb vroeger veel gedoken, maar ik mag het nu niet meer, vanwege m’n gezondheid, nu moet ik me op deze manier behelpen.”
“Ja zo gaat dat, ik ben nu aan het fietsen omdat ik nog niet mag werken en als ik eerlijk ben, bevalt me dat wel.”
“Ja zo gaat dat mijnheer, de wereld boven water maakt mensen ziek, onder water heb je dat niet.”

De koster vindt het gesprek wel interessant worden. “Onder water zou ik het ook niet lang volhouden, daar kan ik waarschijnlijk ook niet tegen. En de dieren eten elkaar daar toch ook op?”
De man kijkt de koster droevig aan: “We begrijpen elkaar niet, trouwens er is ook niemand die mij wel begrijpt.”
De koster krijgt medelijden: “Toch denk ik dat ik je wel begrijp. Ik zal m’n fiets eens neerzetten en dan schenk ik koffie in, want we moeten er natuurlijk wel iets van maken, boven water”.

Even later zitten ze samen aan de koffie. “Ik neem dikwijls koffie mee als ik ga fietsen en meestal ontmoet ik dan wel iemand om samen een bakje mee te drinken.”
“ Ik ben hier bijna iedere dag, maar dit is voor het eerst dat ik zo iets meemaak. De meeste mensen zeggen nauwelijks iets. Ik ben verbaasd dat u wel praat en er ook nog koffie bij schenkt. Of heb je er misschien een bedoeling mee?”

De koster kijkt de man in de ogen: “Ja, gezellig even praten.”
Er valt een stilte, de man probeert zijn verbazing onder woorden te brengen.
“Het is toch, ik eh.... ben er van onder de indruk, dat is.... Nou ja laat ik het zo zeggen: wat fijn dat je er bent, want ik heb nauwelijks nog vertrouwen in de mensen. Maar nu is dat toch weer een beetje anders ... je bent een bijzonder mens.”
“Dat valt wel mee. Ik zal je ook mijn verhaal eens vertellen. Een paar maanden geleden lag ik in het ziekenhuis, het ging toen niet zo best met me, maar daar hebben we het nu niet over. Maar op een dag zag ik het ook even niet meer zitten. Toen werd ik op een bijzondere manier getroost door een buitenlandse dame, die de kamer kwam schoonmaken. Ik kreeg weer rust en ook weer een beetje moed. Maar toen ik ze bedankte, wilde ze daar niets van weten. Ze zei alleen maar dat haar grootmoeder, waar ze door opgevoed was, haar had verteld:”Probeer iedere dag een mens gelukkig te maken. Dat zal jou een zeer gelukkig mens maken. En daar heeft ze gelijk in. Al moet ik eerlijk zeggen: bij mij lukt het zeker niet iedere dag.”
De mannen kijken elkaar aan. “Vandaag is het je toch weer gelukt, of mag ik jou ook niet bedanken?”

Ben Ramondt.