HET MOSTERDZAADJE.

In mijn jeugd, zo'n dertig jaar geleden had de hemelvaartsdag iets speciaals, wat zeker voor de jeugd van nu niet meer herkenbaar is. Want het leek op een zondag, zoals natuurlijk het naar de kerk gaan, maar daarna was het dan geen "rustdag" meer. En dikwijls werd er dan gebruik gemaakt van de fiets, maar ook waren er sport evenementen. Hoewel ik me alleen maar wandeltochten kan herinneren, met na afloop een glaasje "ranja" en natuurlijk de begeerde medaille.

Ook de Jongelings Vereniging (J V) wilde, op die dag, ook eens iets doen buiten om de wekelijks vergadering. En wat is er dan origineler een onderwerp de behandelen in Gods vrije natuur. Want de J.V. van toen kwam alleen maar bij elkaar als er een Bijbels thema werd behandeld. Na de pauze was er soms nog wel even tijd voor verantwoorde ontspanning. 
We waren dan ook blij dat een van de oudere leden bereid was een onderwerp te verzorgen. Verder werd er om de locatie democratisch gestemd en bij de vijfde ronde koos men uiteindelijk voor de zeedijk. Daar was ik in ieder geval gelukkig mee, want daar had ik ook iedere keer op gestemd.

Dus na de kerkdienst, en een kopje koffie geserveerd door onze trouwe koster, vertrokken de gereformeerde jongelingen, met de voorzitter voor op richting het Goese sas. Na een halve kilometer kreeg een van onze leden het idee, een lied aan te heffen. En ik kan me nu nog vaag herinneren, dat we een vers meerdere keren gezongen hebben, en wel: "Heer ai maak mij uwe wegen......." En uiteindelijk kwamen we dan op een plaats waar geen weg meer te zien was, want we reden inmiddels onder op de zeedijk, vlak langs de traditionele paaltjes, met daar achter de basaltblokken.

Na zo'n vijfhonderd meter besloten we te stoppen om te kunnen beginnen met de openlucht vergadering. Nu waren er enkele leden die alvorens het officiële gedeelte begon, nog wel even wat ontspanning wilden. En gelukkig gaf de voorzitter hiervoor toestemming maar niet langer dan een kwartier. Er werden, door enkele jongelingen schoenen en sokken uitgedaan. En sommigen gaven zelfs nog wat meer bloot door hun broekspijpen wat op te rollen om zo de temperatuur van het water te voelen.

Maar binnen het kwartier was iedereen gereed voor het onderwerp.
Nu was het nogal zonnig, en onze secretaris maakte er ons op attent, dat zoiets slecht is voor fietsbanden. Daarom brachten we de fietsen aan de andere kant van de dijk, waar tevens struiken onze banden koel hielden. Daarna zongen we weer een lied en kon de inleider beginnen. Ik kan me "de preek" nog goed herinneren. Evenals de inleider die plaats nam, wat verder naar boven op de dijk. Zodat sommige jongelingen spraken over een Bergrede. Het verhaal was opgebouwd uit drie punten. Het eerste ging over de zee en de kracht van het water. (De watersnoodramp was nog maar zo'n vijf jaar geleden). Daarna werd "het kunnen" van de mens behandelt. Ook dit was goed te begrijpen we stonden immers aan de voet van een kolossale zeedijk, die door mensen werd gebouwd. Daarna kwam het mosterdzaadje ter sprake. Het thema een klein zaadje, wat uit kan groeien en dan heel veel kan betekenen.
Nog geen uur later, beseften we, dat zo'n mosterdzaadje enorm groot is, in verhouding met lucht. Want tijdens de toespraak had de een of ander, al onze banden leeg laten lopen. Dat lucht samengeperst in een binnen band zo enorm belangrijk kan zijn, hebben we toen aan de lijve ondervonden. Het was voor ons toen ineens veel belangrijker dan dat kleine zaadje.

Ik ben nog jaren lid geweest van de J.V. ik heb het zelfs nog gebracht tot waarnemend algemeen adjunct. Maar we hebben nooit meer in de openlucht vergaderd. Maar over het "mosterdzaadje" werd nog meerdere keren gesproken. Wat dan voor sommigen J.V.ers een "luchtige" herinnering opriep.

Ben Ramondt