De digitale navelstreng.
De koster is vooral uit nieuwsgierigheid, maar ook een beetje als manager,
gaan kijken op een bijeenkomst van actieve 60-plussers.
Nadat hij wat heen en weer heeft gelopen en intussen wat mensen heeft
begroet, kan hij het niet meer langer weerstaan om naar een groepje toe
te lopen. Hij wil toch even zijn mening geven.
”Ik wil me er eigenlijk niet mee bemoeien, maar ik kan me niet meer
inhouden. Jullie zijn niet meer aan het werk, maar in de korte tijd dat
ik hier ben, heb ik al minstens vijf keer een mobiele telefoon gehoord.
Dus dat wil zeggen, dat jullie nog steeds onmisbaar zijn.”
“Welnee”, reageert een van de dames, ”mijn dochter belde.
Ze had weer eens iets vergeten uit de supermarkt mee te nemen en of ik
het dan maar even wilde halen. Daar heb ik nu toch tijd voor.”
De koster z’n reactie was: “O, dat! Ja, dat zie je dagelijks
als je in de supermarkt loopt.”
Een ander zegt:“Mijn kleinzoon belde me op. Hij wist nog niet precies
wat hij voor z’n verjaardag wilde hebben. Hij vroeg een paar dagen
bedenktijd. Dat je zoiets mee mag maken, dankzij dat mobieltje.”
“O, ja” was de reactie van de koster. Zo volgen er nog meer
belangrijke telefoongesprekken.
“Voor mij hoeven al die moderne dingen niet. Vroeger had je ze
ook niet en alles ging toch naar behoren,” was de reactie van de
koster.
“Het zijn puur zegeningen, deze uitvindingen. Ik heb nu het allernieuwste,”
is de reactie van een wat oudere man. Met trots laat hij zijn nieuwste
aanwinst zien. Het ziet er uit als een wat fors uitgevallen GSM.
“Dit
is dus niet zomaar een telefoon, dit is een minicomputer, als ik op deze
knop druk......”
Hij laat het apparaat dolgelukkig aan de koster zien. Midden op het apparaat
bevindt zich een vrij grote rode knop.
“Als ik hier op druk, maak ik niet alleen contact met een speciaal
nummer, maar nu komt het...”
Het gezicht van de man straalt helemaal van bewondering voor de techniek.
“Ze kunnen me hiermee ook opsporen, waar ik ook ben. Is dat niet
geweldig? Het schijnt via een satelliet te werken.”
Iedereen
is er stil van, zelfs de koster. Maar de man gaat verder: “omdat
ik alleen ben en dus ook alleen woon, is dit voor mij een geweldige uitkomst.”
Intussen laat hij het wonder nogmaals zien. “Het kost dan wel veel
euro’s, maar dan heb je ook wat. Ik noem het wel eens, mijn digitale
navelstreng.”
“Gaat het wel goed met je?” vraagt de koster z’n vrouw,
als ze haar man achter de keukentafel aantreft.
“Ja, toch wel. Ik was volgens mij even aan het dagdromen.”
“Dat zag ik, je had het er nogal druk mee. Maar wat mompelde je
daar nu eigenlijk?”
“Nou, dat is eh... ja, nu is eigenlijk de cirkel weer rond.”
“Dat heb je wel meer met cirkels. Maar waar ben je nu zo emotioneel
van geworden?”
De koster pakt z’n zakdoek en slaakt een diepe zucht.
“Nou ja, ik zal het proberen om het je uit te leggen. Een paar maanden
geleden stonden we bij de couveuse van onze kleindochter. Net op de wereld
en omgeven en ook aangesloten op allerlei moderne apparatuur. Je moet
er niet aan denken, dat ze in de derde wereld geboren zou zijn, waar geen
geld is voor al die dure apparatuur.
Maar goed... toen heb ik tegen mijn schoondochter gezegd: ”ze kan
nu nog niet zonder navelstreng. Want de eerste dagen zat die kleine meid
met drie slangen of draden vast aan die apparatuur.”
“Natuurlijk weet ik dat nog. Is dat nu nog steeds zo emotioneel
voor jou?”
De koster kijkt z’n vrouw aan en schudt z’n hoofd: “Nee,
… maar ja, … nu weer wel, omdat ik daarnet een man ontmoette,
die wel een interessant verhaal had en daardoor kwam het gewoon weer even
boven.”
“Had hij dan ook een kleinkind in de couveuse?”
“Hoe kom je daar nu bij? Hij had het over een nieuwe uitvinding,
die hij in gebruik heeft.
Daarom is de cirkel nu weer rond!”
“Kun je nu eens wat duidelijker worden?” reageert z’n
vrouw ongeduldig.
“Ja,
neem me niet kwalijk. Ik sprak daarnet iemand en die had het over zijn
digitale navelstreng. En toen moest ik weer aan onze kleine meid in die
couveuse denken.”
“Daar begrijp ik helemaal niets van.”
“Zo moeilijk is dat toch niet? Als je pas geboren bent, heb je nog
wel eens extra hulp nodig.
Zoals in een couveuse, met een kunstmatige navelstreng.”
“Ja, tot zover kan ik met je meegaan.”
“Als je oud bent, heb je tegenwoordig de beschikking over een digitale
uitvoering. Dus dan is nu toch de cirkel rond?”
“Oh, bedoel je dat? Maar … als je me niet kwalijk neemt, ik
voel er verder niets bij hoor. Trouwens al dat digitale gedoe... ik heb
er helemaal niets mee!”
“Dat kan wel zo zijn. Maar het geeft mij toch wel een goed gevoel.”
Ben Ramondt

|