Veranderingen...

“Mijn voorstel is, dat u over een paar weken begint met zo af en toe eens therapeutisch te gaan werken. Dat is wel belangrijk, dan blijft u in elk geval contact houden met uw werkgever en niet te vergeten, uw collega’s.”

Omdat de koster de informatie even moet verwerken en niet direct reageert, herhaalt de dokter het nog een keer.
“Ik heb het wel gehoord hoor, ik weet alleen niet wat ik er mee aan moet.
En verder heb ik ook geen collega’s, althans niet diegene, die daar ook voor betaald worden,” reageert de koster wat zorgelijk.
“Maar u begrijpt dus wel, wat ik er mee bedoel?”
“Ja, ik heb wel eens met mensen gesproken, die dat ook deden, maar ik heb nooit gedacht, dat ik zoiets ook nog eens zou moeten doen.”
“Nou moeten..., dat klinkt ook niet erg enthousiast.”
“Ja maar dokter, ik heb nu eenmaal een bijzonder beroep en dan, ach... laat ook maar.”
De arts probeert de koster wat moed in te spreken: “Zo gaat dat in een mensenleven, maar u moet natuurlijk wel iets gaan doen wat u leuk vindt, u heeft nu de kans.”

De koster probeert wat leuke werkzaamheden in zijn gedachten te krijgen en mompelt zo af en toe onverstaanbaar.
“Anders denkt u er nog eens over na......” onderbreekt de arts de stilte,
“Nou ik dacht aan vroeger, toen koster nog een echt beroep was en niet was overgenomen door goed bedoelde vrijwilligers.”
De dokter, die nauwelijks iets weet van het kostersambt, lacht zo vriendelijk mogelijk.
“Vroeger, schonk ik nog zelf de kopjes koffie en thee in voor de kerkenraad en ik wist van ieder lid, hoeveel melk en suiker die gebruikte. Toen werd de vergadering daar speciaal voor geschorst. Koffie drinken tijdens de kerkenraad was toen nog een plechtig gebeuren. Nu gaan ze gewoon door met praten, want nu schenken ze het zelf wel in.
Vroeger, toen de kerk zondags nog vol zat, zag ik in een oogopslag waar er nog plaats was. Als er dan mensen wat later binnen kwamen, dan bracht ik deze mensen rechtstreeks naar de plaatsen waar nog ruimte was. Nu wil ik dat nog wel eens doen, maar dan zie je de mensen kijken..... Want ja er is nu meestal plaats in overvloed.”
“U heeft dus eigenlijk heimwee naar vroeger dagen, maar ja dat komt niet meer terug en het heeft ook niets te maken met het therapeutisch werken. Denkt u er toch maar eens over na.”
“Dat zal ik doen.” De koster staat op en geeft de dokter een hand, “Bedankt maar weer.”
De koster bemerkt, dat de dokter nogal aandachtig naar hem kijkt en hij zegt:“is er wat dokter?”
“Ja eigenlijk wel, naar aanleiding van uw verhaal over vroeger. Het zal ongetwijfeld wel met vakmanschap te maken hebben, maar ik begrijp toch niet goed wat de kick moet zijn.
Ik weet niet zoveel af van het kerkelijk wereldje, maar ik weet wel, dat jullie het regelmatig hebben over Jezus en een voorbeeld aan Hem willen nemen. En daar weet ik dan wel iets van. Hij was volgens mij toch een gemoedelijk mens, die onder meer discussieerde met oplichters en dames van plezier. Vanuit die gedachte lijkt het me toch logisch, dat ze vandaag de dag gewoon zelf hun koffie inschenken en ook zelf hun plaats opzoeken. Neem me niet kwalijk dat ik dit zeg, maar ik had dit ook niet van u verwacht.”

“Ja, maar nu ik er eens goed over nadenk hebt u wel gelijk. Maar heus... toen, ik bedoel vroeger, was dat voor mij toch iets wat ik koesterde, maar ja toen dacht ik over veel dingen anders. En als ik eerlijk ben is er tegenwoordig toch wel veel verbeterd. Maar dat u me daar nu op moet wijzen!”
“Maar u geeft nu ook zelf meteen de uitleg. U bent nu ook anders gaan denken, want u beseft, dat ook u, in uw branche, met veranderingen mee moet gaan.”
“Ja zeker, zelfs een koster moet mee veranderen. En met deze wijze woorden verlaat hij de spreekkamer. De dokter kijkt hem tevreden na.

Ben Ramondt.