DE KOSTER EN HET WERELDDIACONAAT.

Je leest nogal eens in de krant, over personen, die heel goed kunnen aangeven, hoe de toekomst zich gaat ontwikkelen. 
Men zegt dan, dat zij hun tijd ver vooruit zijn. In "onze" kringen heeft men het dan zelfs over profetische gaven. Uit een onderzoek van de VU, in nauwe samenwerking met de kostersbond CNV, is vast komen te staan, dat veel Nederlandse kosters hun tijd ver vooruit zijn, wat natuurlijk best de nodige conflicten veroorzaakt. In kerkelijke kringen, verwacht men deze gave toch meer van de predikanten. Daar ik weleens iets over een koster schrijf, volgt hier nu ook mijn aandeel over deze beweringen.

Hoewel onze koster het altijd druk had, nam hij zo af en toe eens de tijd voor een fietstochtje door het mooie polderlandschap. Het sociale gevoel van de koster, noodde hem nogal eens tot een praatje met deze of gene. Toen hij dan ook op zekere dag over de dijk reed, zag hij een dame onder een boom zitten. Ze keek bovendien nog droevig ook en het sociale gevoel kwam bij hem boven. Hier moest hij iets aan doen. "Goedemiddag mevrouw. Neemt u mij niet kwalijk, dat ik u zo aanspreek, maar ik vind, dat u zo zielig kijkt. Daar moet een reden voor zijn. Kan ik soms iets voor u doen ?" 
"Nee, dat denk ik niet, want mannen deugen niet !" Dat was nogal een uitspraak, waar de koster toch enigszins van schrok. Hij kende wel enkele mannen, die deze veronderstelling wel waar maakten, maar om daarmee gelijk alle mannen zo te noemen, ging hem toch net iets te ver. "Ik weet zeker, dat ik niet zo ben. Ik wil u best helpen, als dat zou kunnen."
"Dan wil je er toch wel beter van worden ?"

Zo ging het gesprek nog even door. Maar langzaam maar zeker, werd het gesprek wat vriendelijker. Hij had inmiddels zijn fiets tegen een boom gezet en was naast de vrouw gaan zitten. De stemming daalde weer even, toen de vrouw vernam, dat ze met een koster te doen had. Volgens haar waren kerkmensen nog erger dan de rest. Dat stimuleerde de koster om nu te bewijzen, dat ook deze veronderstelling niet helemaal juist is. Ruim een uur later, was het probleem duidelijk. De dame in kwestie had een jaar of wat geleden een boerderij geërfd. Ze runde die nu zelf, maar werd zodanig tegengewerkt, dat ze in moeilijkheden was gekomen. Ze had dringend geld nodig. Ze had al een gesprek gehad met de bank, maar de boerenleenbank wilde geen geld lenen aan een vrouw, die zich als boer uitgaf. Over emancipatie gesproken .....

"Jij bent een vriendelijke koster, maar ik denk dat jij me toch ook niet kan helpen en die kerk van jou evenmin......" Deze uitspraak maakte de koster verdrietig. Hij wilde helpen en wist bijna zeker, dat de kerk dat ook zou willen.  "Ja kijk, ik heb een drukke baan en totaal geen verstand van het boerenbedrijf, maar ik wil best eens een middagje komen helpen !"
"Dat meen je niet !" "Ik meen het wel, al heb ik absoluut geen ervaring met dit werk". Zo gezegd, zo gedaan. Er werd een datum afgesproken en na een lang en indringend gesprek met de vrouw des huizes, ging de koster helpen op de boerderij.

Vervolgens ging hij ook praten met de voorzitter van de diaconie. Hij vroeg of het misschien mogelijk zou zijn, de vrouw financieel te ondersteunen met een lening. Maar dat ging niet door. Wat de koster ook wel begreep. Toch sprak de voorzitter de voorspellende woorden: "Als het aan jou zou liggen, dan draait op d'n duur onze diaconie op voor de noden van de hele wereld." "Inderdaad en dan noem je zo'n diaken werelddiaken." vulde de koster aan.

Ze hebben er samen nog wat om gelachen. Maar......zoals u weet is het werelddiaconaat niet meer weg te denken. Wij weten niet beter of het heeft altijd bestaan, met zelfs een aparte dienst e.d.  Zo gaat het nogal eens, ook in het kerkelijk wereldje. Bij de boerin is het bij eenmalige hulp gebleven en dat gaf al meteen voldoening. Want mevrouw, de boerin, heeft haar "kijk" op de kerkmensen danig aangepast. 
Deze P.R. functie behoren we allemaal te vervullen.

Ben Ramondt