1. Help je mee een kruis te dragen?
Alleen kan het te zwaar zijn.
Tillen moet je ook de vragen.
Wat Jezus vraagt zal waar zijn:
Vader wil het hun vergeven,
want uit u is heel ons leven.
2. Wil je voor mijn moeder zorgen?
Mijn handen zijn gebonden.
Liefde geldt vandaag en morgen,
nu heeft ze jou gevonden.
Weet bij wie een mens mag horen:
ooit ben jij uit God geboren.
3. Zult u mij straks niet vergeten,
zo ongekroonde koning?
Naar uw scheldnaam wil ik heten,
mijn thuis is in uw woning.
Door uw onschuld durf ik vragen:
wilt u ook mijn fouten dragen?
4. Waarom u zo bent verlaten,
de hemel mag het weten.
Zult u ook het licht gaan haten
nu God u lijkt vergeten.
Uw vertrouwen opent ogen:
hier heeft God zich diep gebogen.
5. In een kus wordt u verraden.
De vrienden blijken vreemden
Met mijn leugens overladen
als koning van ontheemden
heb ik u niet thuis gegeven:
in uw dorst verdort mijn leven.
6. Wat heb ik met hem te maken?
Die mens is niet te volgen.
Ik bemoei me met mijn zaken,
want hij is al verzwolgen
door de haat die aan de macht is.
Zacht klinkt dan dat het volbracht is.
7. Op het raamwerk van mijn leven
verschijnen nieuwe kleuren
schaduwen worden verdreven:
een opstandingsgebeuren.
Jezus blijft in licht vertellen
hoe ons leven mee mag tellen. |
Refrein:
Geloof jij ook dat ieder mens telt?
In die manier van rekenen
kun jij iets goeds betekenen:
sta op, durf te beginnen;
het kwaad dat denkt te winnen
raakt door Gods trouw eenmaal uitgeteld.
|