Een inspirerende kerkmusical uit Zierikzee

Michiel de Zeeuw en Mar van der Veer schreven een veelzijdige kerkmusical die zich afspeelt rondom de poort. Het verhaal zet in bij de Zuidhavenpoort in Zierikzee. Er is opnieuw een vrachtwagen tegen de poort gereden en een flinke restauratie is noodzakelijk. Tijdens deze werkzaamheden wordt zichtbaar dat de poort door alle tijden heen belangrijk is geweest voor mensen. Zo was het ook in bijbelse tijden. Toen kwamen mensen naar een poort om afspraken te maken, om namen vast te leggen, maar ook om er markt te houden of recht te spreken. De poort maakte zichtbaar hoeveel grenzen er in een mensenleven kunnen zijn.

Een grote spelersgroep brengt in Grensgebied ten tonele hoe wij steeds in de buurt van een poort leven. Dat gold voor Abraham, Boaz en Johannes, maar niet minder voor de inwoners van het huidige Zierikzee. In dit samenwerkingsproject vanuit de Gereformeerde kerk en de Hervormde gemeente in Zierikzee komen verschillende actuele vragen aan bod: Wanneer krijgt een vertrekkende burgemeester de lof die hij verdient, wordt Zeelandia verkocht aan een Japanse financieringsmaatschappij, en wie bepaalt wat in onze stad traditie is?

Mar van der Veer biedt in zijn muziek een veelkleurige waaier van stijlen: Oosterse klanken, Spaanse flamenco, moderne ritmes en Middeleeuwse melodieën. De teksten van Michiel de Zeeuw bieden een vaak verrassende herkenning, die ook na afloop nog te denken geeft. De regie is in de even vertrouwde als deskundige handen van Lies Hanse uit Brouwershaven. Zij is er opnieuw in geslaagd om bij de kinderen, de jongeren en de volwassenen, die samen de spelersgroep vormen, steeds het eigen talent aan te spreken. Zo is deze kerkmusical een belevenis voor spelers en publiek. Natuurlijk spreekt deze kerkmusical het sterkst in het moment van de uitvoering, maar ter herinnering of om een indruk te geven wat zich heeft afgespeeld, bieden we u hier een samenvatting:



Dingeman, Jan en Maarten, drie timmerlieden van het bouwbedrijf Quint, zijn druk doende om de beschadigde balk in de Zuidhavenpoort in Zierikzee te vervangen. Dit gaat niet van een leien dakje. Stenen blijken verschillende maten te hebben. Er wordt gemopperd op de chauffeur die zich hier heeft klemgereden en op onze voorvaderen, waarvan Maarten zich afvraagt ‘of zij geen stenen konden bakken’. Maar dat ging vroeger toch heel anders. Er werd toen keihard gewerkt en als de stenen het konden, zouden ze verhalen vertellen over wat zich vroeger allemaal heeft afgespeeld. De poort was een belangrijke plek. Daar gebeurde alles; het middelpunt van de stad. Lichtelijk geïrriteerd vraagt Maarten aan Jan om daar dan eens meer van te vertellen…



WE KOPEN, WE ZINGEN

Refrein:
We kopen, we zingen,
we geven ons woord.
Durf hier af te dingen:
je bent in de poort.
We trouwen, beschermen,
bekietsen elkaar.
Je kunt je ontfermen,
maak hier een gebaar.

Mensen hebben mensen nodig
leven kun je niet alleen
geen beroep is overbodig
wat jij kunt kan er maar één.

Mensen willen kunnen zingen
over morgen, over God,
over al hun lievelingen.
schrijf een lied over hun lot.

Refrein


Mensen moeten kunnen eten
vind een bakker, kies een geit.
Of heb jij een slecht geweten?
Hier vind je gerechtigheid.

Mensen willen kunnen spelen:
kinderen gaan hand in hand.
Rijden stoer op droomkamelen,
bouwen torens in het zand.

Refrein



Mensen willen zeker weten;
maak een afspraak in de poort.
Land verkocht, je grond bemeten,
hier weet men hoe of het hoort.

Mensen willen kunnen spreken
over ooit, over elkaar.
kletsen gaat zonder gebreken:
alles wat je hoort is waar.

    Refrein
We kopen, we zingen,
we geven ons woord.
Durf hier af te dingen:
je bent in de poort.
De poort is het leven,
de poort is een grens.
Een oeroud gegeven,
want zo leeft de mens. (2x)

Vanuit alle kanten komen in het oude Israël mensen zingend aanlopen. Een groep kinderen zoekt elkaar op, vrouwen bespreken hun dagelijkse bezigheden en mannen discussiëren in de poort. De kinderen spelen, maar hebben honger. Levi ’s vader Simeon is bakker en de kinderen halen Levi over om bij z’n vader wat brood los te krijgen. Maar brood is te duur om zo maar weg te geven. Levi bedenkt een smoesje en zegt dat hij één van de broden heeft laten vallen. Hij krijgt het brood mee, maar krijgt geen waardering van Simeon; ‘Nee hè, viespeuk. Hoe jij ooit een echte bakker moet worden weet ik niet!’. De meeste kinderen willen graag meedoen met de ouderen maar worden vaak als ‘te klein’ bestempeld.
De kinderen vinden dat je, om groot te worden, toch wel naar je ouders moet luisteren. ‘Maar niet alleen naar je ouders, ook naar opa en oma. Ook hebben we beroemde voorvaderen, Abraham, Isaak en Jacob’. ‘En beroemde moeders niet te vergeten! Moeder Sara bijvoorbeeld’.
Tamar reageert bedroefd: “Mijn vader zit hier in de poort en hij praat nooit met me. Als ik wil weten hoe hij denkt, dan moet ik luisteren als hij met anderen praat. Meestal ziet hij me niet eens.

PAPA, PAPA

Refrein:
Papa, papa, kijk eens wie ik ben.
Wat moet ik doen voor u me ziet?
Uw spiegelbeeld ben ik nog niet,
misschien lijk ik het meest
op wie u nooit bent geweest.
Mama, mama, dit is wie ik ben.

Moet ik soms eerst beroemd zijn,
kunnen racen op kamelen?
Een stille filosoof zijn,
of twee olifanten stelen?
Heel stoer zijn of brutaal doen,
zeggen dat ik op uw baan wacht,
steeds vragen om een aalmoes;
wanneer win ik echt uw aandacht?

Refrein

Of mag ik echt mezelf zijn
met mijn vragen en mijn grappen
voor mijn gevoel al groot zijn
maar uw raad niet kunnen snappen?
Mijn wereld eerst ontdekken
zien hoeveel ik nu al aankan,
de poort door en vertrekken
naar het land waar ik bestaan kan?

Refrein


Ada weet wel wat je daaraan kunt doen: “Dit is wie ik ben. Ik zal mijn naam op de muur schrijven, dan word ik wel gezien”.
“Ben je mesjokke, dat mag toch helemaal niet”.
“In de poort wordt op een boekrol geschreven bij wie je hoort, Onze naam staat daar dus al ergens”.
Toch gaan de kinderen één voor één hun naam op de muur schrijven, maar ze zijn de eersten niet. Ze verdwijnen door de poort uit het zicht van de vrouwen. Deze komen even later tot de ontdekking dat de kinderen weg zijn en gaan ze zoeken.


Maarten en Dingeman hebben de verhalen van Jan aangehoord, maar zijn intussen aan het proberen de balk op de goede plaats te krijgen. Dan komen er twee vrouwen aanlopen. Ze zien in de verte een rouwstoet aankomen en vragen zich af ‘wie dat zou zijn’. ‘Het zal er wel één van buiten zijn, want er stond niets in de PZC’. ‘Er komen steeds meer vreemden bij’. ‘Nou ja, dat is er dan weer eentje minder’. Dan valt hun oog op het werk in de poort. Volgens hen klopt er iets niet. “Die balk heeft daar nooit gezeten! Wat zijn jullie nou aan het doen?” “Aan het breien, nou goed”. “Dus dat is nou balkenbreien?”
Van de Wetering, de begrafenisondernemer, loopt op de ‘troepen’ vooruit om de route te inspecteren. De stoet wil door de poort en hij vraagt aan de bouwlieden om deze vrij te maken. Maarten wil daar echt niet aan meewerken. Ook Dingeman vindt dat er op weg naar de begraafplaats toch geen haast meer is. Van de Wetering dringt echter aan want voor de familie is dit een betekenisvolle route. Jan is overtuigd en haalt de anderen over. “Jullie zouden toch ook niet willen soebatten of je je dode mag begraven?” “Niet overdrijven. Dat is nog nooit gebeurd”, volgens Dingeman. Daar is van de Wetering het niet mee eens en begint te vertellen…


In het oude Israël komt een bedroefde Abraham bij de poort aan. Zijn vrouw, Sara, is overleden en omdat Abraham in dit land een vreemdeling is heeft hij geen plaats om haar te begraven. De Hethieten houden hun grondgebied liever in eigen hand en bieden hem ruimte in hun beste graven. Maar Abraham wil een stuk grond kopen als grafplaats. Een eigen stukje grond in het beloofde land. Na lang onderhandelen koopt Abraham de grot van Machpela voor het extreem hoge bedrag van 400 sjekel zilver van Efron.

 

 

 

SAMEN GINGEN WE OP REIS (BRON:Genesis 23)

 
Samen gingen we op reis
een levenstijd geleden.
Zoveel wegen, zoveel steden.
Wat hebben we gestreden,
elkaar liefgehad, gebeden
om een spoor, om een bewijs.
Nu ben je mij opeens vooruit gegaan.
Je weet toch dat ik leefde aan jouw hand?
Ik tast naar wegen om hier te bestaan.
Hoe kom ik nog in het beloofde land?
Samen waren we een mens
zo helemaal vervlochten
zoveel lijnen, zoveel bochten.
We leefden van beloften
en jij weet hoelang wij zochten
naar de bloeitijd van die wens.

Nu ben ik jou opeens vooruit gegaan
Je weet toch dat ik leefde aan jouw hand?
Er blijken wegen om hier te bestaan.
Straks zie ik je in het beloofde land.>
Samen wachten wij apart
tot liefde zal verjagen
zoveel tranen, zoveel vragen;
de dood zal zijn verslagen.
God heeft ons tot hier gedragen:
je bent altijd in mijn hart.
Nu ben je mij opeens vooruit gegaan.
Je weet toch dat ik leefde aan jouw hand?
Ik tast naar wegen om hier te bestaan.
Straks zie ik je in het beloofde land.

 

Abraham betaalt de 400 sjekel zilver aan Efron en vraagt toestemming op weg te gaan om Sara uit te dragen en haar lichaam te begraven. Hij gaat door de poort en doet zoals afgesproken is.



Terug in het heden loopt Maarten te mopperen. Jan vond het wel de moeite waard om de weg vrij te maken voor de stoet, maar Maarten zal het Van de Wetering nog eens een keer haarfijn uitleggen dat een poort er soms ook is om gesloten te houden. “Als je er in aan het werk bent bijvoorbeeld”. Maarten begrijpt de mannen uit het verhaal wel, die hun land niet willen verkopen. Voor je het weet gaan ze er iets mee doen dat jij niet wilt; ‘Ontpolderen bijvoorbeeld’.
Dan komt de 16 jarige Ellen langs. Ze is op zoek naar haar vader, maar deze blijkt hier niet geweest, en ze loopt verder. Ze wordt achternagekeken door Jan, die duidelijk van haar gecharmeerd is. “Daar zouden ze er meer van moeten hebben”. “Je bent veel te oud voor zo’n jong meisje”, reageert Dingeman. Jan droomt hardop dat het vroeger veel makkelijker ging. Dan maakte je in de poort een praatje met de vader van het meisje en dan was het maar zo geregeld. Maarten gelooft daar niets van, waarna Jan zijn woorden kracht bijzet met het verhaal van Ruth…


KIEZEN ALS VERZET (BRON:Ruth 4)

 
Wie kent hier het verhaal nog niet
van kiezen als verzet?
Van mensen die na veel verdriet
toch weten dat God zelf hen ziet;
er is er Eén die redt. er is er Eén die redt.

Een schoondochter nog in de rouw
uit Moab, ver van hier,
bleef kiezen en haar liefde trouw.
Noömi ik ben Machions vrouw,
zijn leven leef ik hier. zijn leven leef ik hier.

 

In Israël zoekt Ruth wat wacht;
de oogst is ook voor haar.
De aren leest zij ongedacht,
in halmentaal spreekt God haar zacht
'jouw keuze maak ik waar.' 'jouw keuze maak ik waar.'
Een losser is een man die trouwt
als brug over de dood.
Nu Boaz kiest groeit welbeschouwd
-zie vreemdeling die God vertrouwt! -
een koning uit haar schoot. een koning uit haar schoot.

Wie kent hier het verhaal nog niet
van kiezen als verzet?
Van mensen die na veel verdriet
toch weten dat God zelf hen ziet;
er is er Eén die redt. er is er Eén die redt.
Noömi en haar schoondochter Ruth zijn uit het land Moab teruggekomen in het oude Israël. Ruth is ook weduwe geworden. Noömi wil haar land verkopen en de oudste broer van de gestorven Elimelech heeft het eerste recht van koop, onder voorwaarde dat hij dan ook trouwt met Ruth om de namen van Elimelech en Machlon, van Noömi en Ruth voort te laten bestaan. Dit kan hij echter niet doen en hij vraagt Boaz, de andere boer, om deze taak op zich te nemen. Als teken geeft hij zijn sandaal aan Boaz. De mensen die op dat moment in de poort aanwezig zijn, zijn getuigen van deze afspraak, en zo wordt in de poort geregeld dat Boaz het bezit van Noömi overneemt en zal trouwen met Ruth.


Nu Maarten het verhaal hoort, komt het hem toch wel bekend voor. Jan geeft inmiddels toe dat hij Ellen gewoon leuk vindt en geen bijbedoelingen heeft. De werkzaamheden worden hervat. Dan komt er een jongedame aanlopen met een kind op haar arm. Ze begint op de muur van de poort te schrijven. Verbolgen reageren de werklieden; “Ben je van de werkverschaffing?” Ze zegt dat ze de naam van haar dochter, Mary-Jo, in de poort wil schrijven, omdat ze ruzie heeft met haar moeder. Die vindt dat geen passende naam voor een Zierikzeese. Deze dochter hoopt haar moeder te overtuigen door de naam ‘Mary-Jo’ in een poort van Zierikzee te schrijven. Het kan anders of haar moeder zal die naam een keer lezen en er anders over gaan denken. Dan ontdekt Jan dat ‘Mary-Jo’ er al staat. De jonge vrouw schrikt als ze het ziet en loopt haastig weg. ‘Het is het handschrift van m’n moeder!!!’
Na deze onderbreking gaan de bouwlieden verder. Er blijkt nog een steen uit te moeten. Deze ziet er anders uit, het is Gobertange, Vlaams kalksteen. Na enig wrikken komt de steen met veel kabaal en stof uit de muur. Er lijkt iets achter te bewegen, maar de werklieden zien geen hand meer voor ogen.


Uit de stofwolk komt een Spaanse soldaat tevoorschijn. Hij heeft opgesloten gezeten in de poort. Nadat z’n longen stofvrij zijn gehoest, begint hij zijn verhaal te vertellen:
“Madre mia! Dat was benauwd. Maar ik heb mijn post niet verlaten, Julio, soldaat uit het leger van veldheer Christóbal de Mondragón is trouw aan zijn heer”. Julio was opgesloten door zijn broeders die begonnen te muiten, toen hij daaraan niet wilde meedoen. Omstreeks 1600 moest Zierikzee capituleren en Mondragón trok de stad binnen met alleen zijn Waalse soldaten. Om de inwoners niet kwaad te maken moesten de Spaanse soldaten buiten de poort blijven, waarop deze vreselijk boos werden. Na een paar maanden vertrokken ze alweer. “En ik bleef achter. Ik heb mijn post niet verlaten. Een poort houdt niemand tegen, maar een poort kan wel onthouden”.

 

ZIERIKZEE, ZIERIKZEE

   
Zierikzee, Zierikzee,
ik heb je moeten winnen.
Mondragón streed als een heer.
Hij kwam de poort wel binnen
maar verloor de stad ook weer.
Muiterij is geen manier,
dus ik blijf altijd hier.
Zierikzee, Zierikzee,
je bent nog vaak bestreden.
Door het water of met vuur,
door eigenaardigheden.
Maar je leeft nog ieder uur.
Nu strijdt men dan op papier,
maar ik blijf altijd hier.
Zierikzee, Zierikzee,
je hebt van mij gewonnen.
Aan de buitenkant zo oud
ben je iets nieuws begonnen
dat mij in je poorten houdt.
Daarom zing ik met plezier:
ik blijf voor altijd hier.


De werklieden begrijpen niet wat er gebeurde en volgens Dingeman was het alleen stof. “Stof van eeuwen”. Maarten stelt voor om die vreemde steen niet terug te plaatsen, maar Dingeman is het er niet mee eens. “Je mag de geschiedenis niet wegpoetsen”. Maar dat is toch precies wat ze aan het doen zijn; de schade onzichtbaar herstellen. Ondertussen komt Baanders aanlopen met de chauffeur ‘die dit allemaal veroorzaakt heeft’. Het blijkt een vrouw te zijn en bouwvakkers zouden geen bouwvakkers zijn als daar geen reactie op kwam. Ook is er verbazing dat Baanders vrouwen achter het stuur heeft, conservatief als hij is. Baanders komt naar de vorderingen kijken en het tempo valt hem tegen. Dat gaat meer kosten dan waar hij op gerekend heeft. “Maar dat is toch gewoon verzekeringswerk, of bent u niet verzekerd? Daar doet u misschien niet aan hè”. “Maar wat toch belangrijker is, is dat uw chauffeur door het oog van de naald gegaan is”. “Nee” zegt Baanders, “Ze is juist niet door het oog van de naald gegaan”. Dat snappen de jongens niet (al een poosje niet naar de kerk geweest). Baander legt uit dat Jezus dat verhaal vertelt om duidelijk te maken wat rijkdom met je kan doen. Eén van de poorten van Jeruzalem was zo klein dat een kameel er alleen op de knieën en zonder bepakking doorheen kon. Mensen moeten ook kunnen afleggen wat ze meedragen. Maar bij een mens kun je niet gemakkelijk zien wat hij allemaal meesjouwt. Als je denkt dat al die rijkdom bij je hoort, dan kun je het ook niet loslaten. Maar mensen zijn kostbaarder dan hun bezit. En als je teveel zorgen meedraagt, dan kom je ook vast te zitten.

De chauffeur blijft nog even kijken waar ze aan vast zat.

HET LIJKT ME HEERLIJK (BRON: Marcus 10: 25)
Het lijkt me heerlijk
om aan het einde van een dag
volledig eerlijk
te zien wat je vergeten mag.
Wat er weer misging
en die vergissing
sturen niet langer mijn gedrag.
Het lijkt me prachtig
om zo voordat je slapen gaat
niet zenuwachtig
te zien wat goed is en wat kwaad.
Niet mee te dragen
de stress, de vragen
maar vrij te weten wat bestaat.
Het lijkt me kranig
om af te leggen wat bezwaart
niet onderdanig
aan wat je ongewild ervaart.
Laat me proberen
vrij zijn te leren.
Er is er één die mij bewaart.


De burgemeester, mw. Poortman, zoekt telefonisch contact met de mannen van Quint, die in de Zuidhavenpoort aan het werk zijn. Ze verwacht hoog bezoek uit Japan, mogelijke investeerders voor Zeelandia. En de Middeleeuwse poorten zijn de juwelen van de stad. Zaterdag moet het werk klaar zijn, want ze wil bij een rondleiding goede indruk maken. Jan kijkt daar anders tegenaan. Z’n hele familie werkt bij Zeelandia en ziet het somber in als het bedrijf in Japanse handen over zal gaan. De burgemeester kan niet op zijn medewerking rekenen. Met goed ‘poortambacht’ gaat het echt langer dan twee dagen duren. “Neem die Japanners maar mee naar de Nobelpoort. Dan kunt u ze vertellen hoe twee adellijke dames, de nobele Anna en Maria, alles over hadden om buitenlandse overheersing buiten de deur te houden”.


De twee welgestelde Middeleeuwse dames Anna en Marie discussiëren al zeven weken over de poort die ze willen bouwen. Er moet een besluit genomen worden over het aantal zijden van de twee torenspitsen. Anna wil er niet meer over praten want ze heeft het zo in haar rug. Maria denkt dat ze het eerder op haar heupen heeft. Anna wil een achtzijdige spits, maar Maria wil de gulden snede toepassen en kiest dus voor een zestienzijdige spits. Uiteindelijk besluiten ze om het probleem voor te leggen aan hun buurman, heer Ghise Nobelsone. Anna ziet echter direct kansen om haar zin door te drijven door de buurman om te kopen. Maria wordt woest en beschuldigt Anna ervan dat niet alleen haar rug krom is, maar dat haar gedachten het ook zijn. Anna vindt haar zuster jaloers, en dat is niet erg nobel.


DAG, DAG, DAG BURGEMEESTER

Dag burgermeester, nu uw afscheid is gekomen
u was zo aardig
wat deed u eigenlijk niet?
Steeds sprak u waardig,
maar nu is de stad failliet.
Dus vergeten wij uw goede eigenschappen,
nu we spoedig naar de rechter moeten stappen.

Dag burgemeester, nu het afscheid is gekomen
u koos voor praten
en zoiets is altijd goed
uw doen en laten
toonde ons morele moed.
Maar het geld is op en nu zijn we vergeten
hoe die ouwe burgermoeder toch mocht heten.

Dag burgemeester, nu uw afscheid echt een feit is:
u was zo eigen
en had tijd voor ieder mens.
Hoeveel wij krijgen
trekt bij alles toch de grens.
Zierikzee wil oude rijkdom gaarne tonen
door haar moeder in de poort te laten wonen.

Dag burgemeester, had u dit niet aan zien komen?
dicht bij de deuren
van een zo verlaten stad;
dus nu niet zeuren,
u heeft echt een kans gehad.
Uit traditie wordt uw naam straks uitgeschreven:
een blauw straatbord als een vorm van eeuwig leven.



Ellen loopt zoekend rond bij de poort. In de stilte probeert ze op de vragen over haar afkomst een antwoord te krijgen. ‘Waarom zijn er van mij geen babyfoto’s, en wat bedoelt oom Geert met de opmerking; ‘Weet je het nog niet?’. Ben ik geadopteerd, ben ik een familiegeheim?

IK BEN EEN BOOM IN VREEMDE GROND

 
Ik ben een boom in vreemde grond
een soort die eigenlijk niet past,
zo al een leven lang verwond.
Wie sneed zijn naam diep in mijn bast?
Misschien ben ik een holle boom.
Langzaam verrot van binnen uit:
mijn takken vruchteloos en sloom.
Wie nam dat rottende besluit?

Of kom ik uit een verre tak
niet eigen maar ook weer niet vreemd.
Herkende jij wat in mij stak
of is mijn stamverband ontheemd?

Zou wie een naam sneed in mijn hout
ook kunnen wachten tot die voelt
aIs eigen schors mij diep vertrouwd?
Gehecht, gevormd en zo bedoeld?

 

Twee joggende dames zijn ongewild getuige van de overdenkingen van Ellen. Ellen schaamt zich hiervoor, maar de twee vrouwen herkennen het probleem en proberen haar te helpen. “Je bent niet de grote onbekende. Jou naam staat ook geschreven in de poort, ook al zie je hem onder de verf niet meer staan. Onze namen blijven bewaard”.

 

JIJ BLIJFT DOOR ALLE TIJDEN HEEN
Jij blijft door alle tijden heen
een mens die helemaal bestaat.
Een naam geschreven op een steen
is als een vonk die niet vergaat.

Jij draagt een naam en die draagt jou
in taal als deel van een gedicht
wie eens die letters spellen zou
ziet dan jouw sprekende gezicht.
Jij staat geschreven in de poort
een muur die alle volken telt
weet hoe jij bij de mensen hoort
jouw naam wordt steeds opnieuw gespeld.

Jij leeft hier in een grensgebied
van keuzes, samenzijn en tijd:
waar hoor ik bij, wat mag ik niet.
Jouw naam is vol gedrevenheid.

Jij bent ook als zoveel mislukt
of anders gaat dan was gedacht
een medemens; ga niet gebukt,
er is een toekomst die je wacht.
Jij mag zingen omdat je leeft
want God die alle namen hoort
blijft mensen trouw. En weet hij heeft
Zijn naam geschreven in de poort.

Dan ziet Ellen plotseling haar vader: “Pa, daar ben je. Wacht, ik wil je iets vragen. Nee, ik wil je iets vertellen”.



Het karwei zit erop. De werklieden ruimen de spullen op. Het was wel een klus met hindernissen. De poort is van iedereen en dat merk je. Een wat vreemd uitgedoste man met een koffer komt aanlopen en vraagt met een zwaar buitenlands accent, waar hier een plaats is om te slapen. Maarten heeft het er niet zo op en wil hem het liefst rechtstreeks naar de vreemdelingenpolitie sturen. De burgemeester komt ook net aanlopen om het werk te inspecteren. De man die zich heeft voorgesteld als Annis, ‘mijn moeder zegt altijd Joannis’, vraagt de burgemeester een plaats om te slapen. Ze reageert gastvrij. Er komen kinderen aanlopen die een lied hebben ingestudeerd om zo de poort op een feestelijke manier te heropenen.

EEN STAD LIJKT ZO STERK ALS HAAR MUREN (BRON: Openbaring 21: 10 – 27)
Een stad lijkt zo sterk als haar muren
met poorten die dicht kunnen gaan.
Wie zo'n stevige stad wil besturen
houdt de boosdoeners bij zich vandaan.
Een stad is zo sterk als het spelen
van de meisjes en jongens op straat.
Waar niemand zich hoeft te vervelen
en geen discriminatie bestaat.
Een stad is zo ruim als het dwalen
van de ouderen die met elkaar
nog eens rondgaan in oude verhalen
en een handicap is geen bezwaar.

Ondertussen wordt de poort bewonderd en Annis moet denken aan een lied uit zijn land over een poort die uit de hemel komt. De omstanders begrijpen het niet goed, maar de kinderen weten wel waar Annis het over heeft. Het verhaal over de mooiste stad uit de hemel die eens door God aan ons gegeven wordt. De stad met wel 12 poorten die allemaal verschillend van vorm zijn. Waar de angst en het geld niet meer bestaan. Waar de poorten ruim en altijd open zijn. Waar mensen thuis zijn bij elkaar. Onze stad lijkt nog helemaal niet op die stad, maar daarom moeten wij eraan werken, maar ook zingen en dansen om dat grote geschenk dat ons wacht.



Een stad is zo sterk als de namen
die geschreven staan binnen de poort
je hoeft je dan niet meer te schamen
omdat daar ook jouw naam tussen hoort.

Een stad is zo ruim als haar deuren.
Want vergeving vindt ieder de norm,
als meetelt wat jou kan gebeuren
en de poorten verschillen van vorm.
Een stad is om veel van te dromen
de verschillen zijn steeds weer een kans
om dichter bij Gods stad te komen
waar ons lopen verandert in dans.
Gods stad is een prikkel voor morgen
om te bouwen met liefde en moed
tot ieder gekend en geborgen
over grenzen een ander begroet.
EINDE


HET TEAM...

Spelers/zangers in volgorde van opkomst:
Dik de Koning, Wim Bom, Stefán Gyarmathy, Ruben Maassen, Elias Speelman, Simon de Koning, Lucas de Koning, Jasmijn de Zeeuw, Rosalie de Zeeuw, lrene Mens, Maaike Speelman, Marlotte van't Hoff, Eleanor van Opdorp, Piet van der Schee, Jolanda van der Werf, Jitske Speelman, Ada van der Schee, Marijke Speelman, Tannie Stoutjesdijk, Nellie Maassen, Marja Jonker, Klaas Grootenboer, Tineke van der Werf, Aad van Poppel, Emily van Opdorp, Hilde Maassen, Abram de Pagter, Hanna Maassen, Stephan Kemink, Leen van der Werf, Charlotte Mens, Jolijne Mens, Sjoerd Ennenga, Jos Maassen, Jantina Gyarmathy, Esther van der Schee, Anja van lwaarden, Rianne van der Schee, lneke van Poppel, Dineke van Opdorp, Daan Bolle, Anne de Jong, Wiets Ennenga.

Tekst en muziek:
Michiel de Zeeuw en Mar van der Veer

Regie:
Lies Hanse

Decorbouw:
Frank Kemink, Richard Kemink, Sjoerd Ennenga, Bert Heming, Piet van der Schee

Muzikale begeleiding:
Mar van der Veer, Wolfert Jumelet

Geluid:
RINKO Sound Sirjansland

Licht:
AUDIO Consult Wemeldinge,
Nicole van Dijke

De organisatie van deze musical was in handen van een kerngroep bestaande uit:
Anja van lwaarden
Lies Hanse
Dineke van Opdorp
Charlotte Mens
Tannie Stoutjesdijk
Ada van der Schee
Mar van der Veer
Michiel de Zeeuw
Sjoerd Ennenga
Jantina Gyarmathy
Esther van der Schee

De productie werd mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van:
Hervormde kerk Zierikzee (gewone wijkgemeente)
Gereformeerde kerk Zierikzee
Bouwbedrijf Boogert
Schults schilders
Stimuleringsfonds Protestantse Kerk in Nederland

Reageren naar aanleiding van deze musical?
Telefonisch:
Michiel de Zeeuw (0111)412230
Mar van der Veer (0111)414585

Per @-mail:
musicalzz@hotmail.com