
| Een inspirerende
kerkmusical uit Zierikzee
Michiel de Zeeuw en Mar van der Veer schreven een veelzijdige kerkmusical die zich afspeelt rondom de poort. Het verhaal zet in bij de Zuidhavenpoort in Zierikzee. Er is opnieuw een vrachtwagen tegen de poort gereden en een flinke restauratie is noodzakelijk. Tijdens deze werkzaamheden wordt zichtbaar dat de poort door alle tijden heen belangrijk is geweest voor mensen. Zo was het ook in bijbelse tijden. Toen kwamen mensen naar een poort om afspraken te maken, om namen vast te leggen, maar ook om er markt te houden of recht te spreken. De poort maakte zichtbaar hoeveel grenzen er in een mensenleven kunnen zijn. Een grote spelersgroep brengt in Grensgebied ten tonele hoe wij steeds in de buurt van een poort leven. Dat gold voor Abraham, Boaz en Johannes, maar niet minder voor de inwoners van het huidige Zierikzee. In dit samenwerkingsproject vanuit de Gereformeerde kerk en de Hervormde gemeente in Zierikzee komen verschillende actuele vragen aan bod: Wanneer krijgt een vertrekkende burgemeester de lof die hij verdient, wordt Zeelandia verkocht aan een Japanse financieringsmaatschappij, en wie bepaalt wat in onze stad traditie is? Mar van der Veer biedt in zijn muziek een veelkleurige waaier van stijlen: Oosterse klanken, Spaanse flamenco, moderne ritmes en Middeleeuwse melodieën. De teksten van Michiel de Zeeuw bieden een vaak verrassende herkenning, die ook na afloop nog te denken geeft. De regie is in de even vertrouwde als deskundige handen van Lies Hanse uit Brouwershaven. Zij is er opnieuw in geslaagd om bij de kinderen, de jongeren en de volwassenen, die samen de spelersgroep vormen, steeds het eigen talent aan te spreken. Zo is deze kerkmusical een belevenis voor spelers en publiek. Natuurlijk spreekt deze kerkmusical het sterkst in het moment van de uitvoering, maar ter herinnering of om een indruk te geven wat zich heeft afgespeeld, bieden we u hier een samenvatting: |
|
|
|
|||||||||||||
Ada
weet wel wat je daaraan kunt doen: “Dit is wie ik ben. Ik zal mijn
naam op de muur schrijven, dan word ik wel gezien”. “Ben je mesjokke, dat mag toch helemaal niet”. “In de poort wordt op een boekrol geschreven bij wie je hoort, Onze naam staat daar dus al ergens”. Toch gaan de kinderen één voor één hun naam op de muur schrijven, maar ze zijn de eersten niet. Ze verdwijnen door de poort uit het zicht van de vrouwen. Deze komen even later tot de ontdekking dat de kinderen weg zijn en gaan ze zoeken. |
|||||||||||||
Maarten en
Dingeman hebben de verhalen van Jan aangehoord, maar zijn intussen aan het
proberen de balk op de goede plaats te krijgen. Dan komen er twee vrouwen
aanlopen. Ze zien in de verte een rouwstoet aankomen en vragen zich af ‘wie
dat zou zijn’. ‘Het zal er wel één van buiten
zijn, want er stond niets in de PZC’. ‘Er komen steeds meer
vreemden bij’. ‘Nou ja, dat is er dan weer eentje minder’.
Dan valt hun oog op het werk in de poort. Volgens hen klopt er iets niet.
“Die balk heeft daar nooit gezeten! Wat zijn jullie nou aan het doen?”
“Aan het breien, nou goed”. “Dus dat is nou balkenbreien?”
Van de Wetering, de begrafenisondernemer, loopt op de ‘troepen’
vooruit om de route te inspecteren. De stoet wil door de poort en hij vraagt
aan de bouwlieden om deze vrij te maken. Maarten wil daar echt niet aan
meewerken. Ook Dingeman vindt dat er op weg naar de begraafplaats toch geen
haast meer is. Van de Wetering dringt echter aan want voor de familie is
dit een betekenisvolle route. Jan is overtuigd en haalt de anderen over.
“Jullie zouden toch ook niet willen soebatten of je je dode mag begraven?”
“Niet overdrijven. Dat is nog nooit gebeurd”, volgens Dingeman.
Daar is van de Wetering het niet mee eens en begint te vertellen… |
In het oude
Israël komt een bedroefde Abraham bij de poort aan. Zijn vrouw, Sara,
is overleden en omdat Abraham in dit land een vreemdeling is heeft hij geen
plaats om haar te begraven. De Hethieten houden hun grondgebied liever in
eigen hand en bieden hem ruimte in hun beste graven. Maar Abraham wil een
stuk grond kopen als grafplaats. Een eigen stukje grond in het beloofde
land. Na lang onderhandelen koopt Abraham de grot van Machpela voor het
extreem hoge bedrag van 400 sjekel zilver van Efron.
Abraham betaalt
de 400 sjekel zilver aan Efron en vraagt toestemming op weg te gaan om
Sara uit te dragen en haar lichaam te begraven. Hij gaat door de poort
en doet zoals afgesproken is. |
Terug in het
heden loopt Maarten te mopperen. Jan vond het wel de moeite waard om de
weg vrij te maken voor de stoet, maar Maarten zal het Van de Wetering nog
eens een keer haarfijn uitleggen dat een poort er soms ook is om gesloten
te houden. “Als je er in aan het werk bent bijvoorbeeld”. Maarten
begrijpt de mannen uit het verhaal wel, die hun land niet willen verkopen.
Voor je het weet gaan ze er iets mee doen dat jij niet wilt; ‘Ontpolderen
bijvoorbeeld’. Dan
komt de 16 jarige Ellen langs. Ze is op zoek naar haar vader, maar deze
blijkt hier niet geweest, en ze loopt verder. Ze wordt achternagekeken door
Jan, die duidelijk van haar gecharmeerd is. “Daar zouden ze er meer
van moeten hebben”. “Je bent veel te oud voor zo’n jong
meisje”, reageert Dingeman. Jan droomt hardop dat het vroeger veel
makkelijker ging. Dan maakte je in de poort een praatje met de vader van
het meisje en dan was het maar zo geregeld. Maarten gelooft daar niets van,
waarna Jan zijn woorden kracht bijzet met het verhaal van Ruth… |
|
||||||
Noömi
en haar schoondochter Ruth zijn uit het land Moab teruggekomen in het oude
Israël. Ruth is ook weduwe geworden. Noömi wil haar land verkopen
en de oudste broer van de gestorven Elimelech heeft het eerste recht van
koop, onder voorwaarde dat hij dan ook trouwt met Ruth om de namen van Elimelech
en Machlon, van Noömi en Ruth voort te laten bestaan. Dit kan hij echter
niet doen en hij vraagt Boaz, de andere boer, om deze taak op zich te nemen.
Als teken geeft hij zijn sandaal aan Boaz. De mensen die op dat moment in
de poort aanwezig zijn, zijn getuigen van deze afspraak, en zo wordt in
de poort geregeld dat Boaz het bezit van Noömi overneemt en zal trouwen
met Ruth. |
Nu
Maarten het verhaal hoort, komt het hem toch wel bekend voor. Jan geeft
inmiddels toe dat hij Ellen gewoon leuk vindt en geen bijbedoelingen heeft.
De werkzaamheden worden hervat. Dan komt er een jongedame aanlopen met een
kind op haar arm. Ze begint op de muur van de poort te schrijven. Verbolgen
reageren de werklieden; “Ben je van de werkverschaffing?” Ze
zegt dat ze de naam van haar dochter, Mary-Jo, in de poort wil schrijven,
omdat ze ruzie heeft met haar moeder. Die vindt dat geen passende naam voor
een Zierikzeese. Deze dochter hoopt haar moeder te overtuigen door de naam
‘Mary-Jo’ in een poort van Zierikzee te schrijven. Het kan anders
of haar moeder zal die naam een keer lezen en er anders over gaan denken.
Dan ontdekt Jan dat ‘Mary-Jo’ er al staat. De jonge vrouw schrikt
als ze het ziet en loopt haastig weg. ‘Het is het handschrift van
m’n moeder!!!’Na deze onderbreking gaan de bouwlieden verder. Er blijkt nog een steen uit te moeten. Deze ziet er anders uit, het is Gobertange, Vlaams kalksteen. Na enig wrikken komt de steen met veel kabaal en stof uit de muur. Er lijkt iets achter te bewegen, maar de werklieden zien geen hand meer voor ogen. |
Uit
de stofwolk komt een Spaanse soldaat tevoorschijn. Hij heeft opgesloten
gezeten in de poort. Nadat z’n longen stofvrij zijn gehoest, begint
hij zijn verhaal te vertellen:“Madre mia! Dat was benauwd. Maar ik heb mijn post niet verlaten, Julio, soldaat uit het leger van veldheer Christóbal de Mondragón is trouw aan zijn heer”. Julio was opgesloten door zijn broeders die begonnen te muiten, toen hij daaraan niet wilde meedoen. Omstreeks 1600 moest Zierikzee capituleren en Mondragón trok de stad binnen met alleen zijn Waalse soldaten. Om de inwoners niet kwaad te maken moesten de Spaanse soldaten buiten de poort blijven, waarop deze vreselijk boos werden. Na een paar maanden vertrokken ze alweer. “En ik bleef achter. Ik heb mijn post niet verlaten. Een poort houdt niemand tegen, maar een poort kan wel onthouden”.
|
||||||
|
De
werklieden begrijpen niet wat er gebeurde en volgens Dingeman was het alleen
stof. “Stof van eeuwen”. Maarten stelt voor om die vreemde steen
niet terug te plaatsen, maar Dingeman is het er niet mee eens. “Je
mag de geschiedenis niet wegpoetsen”. Maar dat is toch precies wat
ze aan het doen zijn; de schade onzichtbaar herstellen. Ondertussen komt
Baanders aanlopen met de chauffeur ‘die dit allemaal veroorzaakt heeft’.
Het blijkt een vrouw te zijn en bouwvakkers zouden geen bouwvakkers zijn
als daar geen reactie op kwam. Ook is er verbazing dat Baanders vrouwen
achter het stuur heeft, conservatief als hij is. Baanders komt naar de vorderingen
kijken en het tempo valt hem tegen. Dat gaat meer kosten dan waar hij op
gerekend heeft. “Maar dat is toch gewoon verzekeringswerk, of bent
u niet verzekerd? Daar doet u misschien niet aan hè”. “Maar
wat toch belangrijker is, is dat uw chauffeur door het oog van de naald
gegaan is”. “Nee” zegt Baanders, “Ze is juist niet
door het oog van de naald gegaan”. Dat snappen de jongens niet (al
een poosje niet naar de kerk geweest). Baander legt uit dat Jezus dat verhaal
vertelt om duidelijk te maken wat rijkdom met je kan doen. Eén van
de poorten van Jeruzalem was zo klein dat een kameel er alleen op de knieën
en zonder bepakking doorheen kon. Mensen moeten ook kunnen afleggen wat
ze meedragen. Maar bij een mens kun je niet gemakkelijk zien wat hij allemaal
meesjouwt. Als je denkt dat al die rijkdom bij je hoort, dan kun je het
ook niet loslaten. Maar
mensen zijn kostbaarder dan hun bezit. En als je teveel zorgen meedraagt,
dan kom je ook vast te zitten.
De chauffeur blijft nog even kijken waar ze aan vast zat. |
||||||
|
||||||
De
burgemeester, mw. Poortman, zoekt telefonisch contact met de mannen van
Quint, die in de Zuidhavenpoort aan het werk zijn. Ze verwacht hoog bezoek
uit Japan, mogelijke investeerders voor Zeelandia. En de Middeleeuwse poorten
zijn de juwelen van de stad. Zaterdag moet het werk klaar zijn, want ze
wil bij een rondleiding goede indruk maken. Jan kijkt daar anders tegenaan.
Z’n hele familie werkt bij Zeelandia en ziet het somber in als het
bedrijf in Japanse handen over zal gaan. De burgemeester kan niet op zijn
medewerking rekenen. Met goed ‘poortambacht’ gaat het echt langer
dan twee dagen duren. “Neem die Japanners maar mee naar de Nobelpoort.
Dan kunt u ze vertellen hoe twee adellijke dames, de nobele Anna en Maria,
alles over hadden om buitenlandse overheersing buiten de deur te houden”. |
De
twee welgestelde Middeleeuwse dames Anna en Marie discussiëren al zeven
weken over de poort die ze willen bouwen. Er moet een besluit genomen worden
over het aantal zijden van de twee torenspitsen. Anna wil er niet meer over
praten want ze heeft het zo in haar rug. Maria denkt dat ze het eerder op
haar heupen heeft. Anna wil een achtzijdige spits, maar Maria wil de gulden
snede toepassen en kiest dus voor een zestienzijdige spits. Uiteindelijk
besluiten ze om het probleem voor te leggen aan hun buurman, heer Ghise
Nobelsone. Anna ziet echter direct kansen om haar zin door te drijven door
de buurman om te kopen. Maria wordt woest en beschuldigt Anna ervan dat
niet alleen haar rug krom is, maar dat haar gedachten het ook zijn. Anna
vindt haar zuster jaloers, en dat is niet erg nobel. |
DAG,
DAG, DAG BURGEMEESTERDag burgermeester, nu uw afscheid is gekomen u was zo aardig wat deed u eigenlijk niet? Steeds sprak u waardig, maar nu is de stad failliet. Dus vergeten wij uw goede eigenschappen, nu we spoedig naar de rechter moeten stappen. Dag
burgemeester, nu het afscheid is gekomen Dag burgemeester,
nu uw afscheid echt een feit is: Dag burgemeester,
had u dit niet aan zien komen? |
Ellen loopt
zoekend rond bij de poort. In de stilte probeert ze op de vragen over haar
afkomst een antwoord te krijgen. ‘Waarom zijn er van mij geen babyfoto’s,
en wat bedoelt oom Geert met de opmerking; ‘Weet je het nog niet?’.
Ben ik geadopteerd, ben ik een familiegeheim?
|
||||||||
Dan ziet Ellen plotseling haar vader: “Pa, daar ben je. Wacht, ik wil je iets vragen. Nee, ik wil je iets vertellen”. |
Het
karwei zit erop. De werklieden ruimen de spullen op. Het was wel een klus
met hindernissen. De poort is van iedereen en dat merk je. Een wat vreemd
uitgedoste man met een koffer komt aanlopen en vraagt met een zwaar buitenlands
accent, waar hier een plaats is om te slapen. Maarten heeft het er niet
zo op en wil hem het liefst rechtstreeks naar de vreemdelingenpolitie sturen.
De burgemeester komt ook net aanlopen om het werk te inspecteren. De man
die zich heeft voorgesteld als Annis, ‘mijn moeder zegt altijd Joannis’,
vraagt de burgemeester een plaats om te slapen. Ze reageert gastvrij. Er
komen kinderen aanlopen die een lied hebben ingestudeerd om zo de poort
op een feestelijke manier te heropenen.
|
||||||
|
||||
EINDE
|
HET
TEAM...
Spelers/zangers in volgorde van opkomst: Dik de Koning, Wim Bom, Stefán Gyarmathy, Ruben Maassen, Elias Speelman, Simon de Koning, Lucas de Koning, Jasmijn de Zeeuw, Rosalie de Zeeuw, lrene Mens, Maaike Speelman, Marlotte van't Hoff, Eleanor van Opdorp, Piet van der Schee, Jolanda van der Werf, Jitske Speelman, Ada van der Schee, Marijke Speelman, Tannie Stoutjesdijk, Nellie Maassen, Marja Jonker, Klaas Grootenboer, Tineke van der Werf, Aad van Poppel, Emily van Opdorp, Hilde Maassen, Abram de Pagter, Hanna Maassen, Stephan Kemink, Leen van der Werf, Charlotte Mens, Jolijne Mens, Sjoerd Ennenga, Jos Maassen, Jantina Gyarmathy, Esther van der Schee, Anja van lwaarden, Rianne van der Schee, lneke van Poppel, Dineke van Opdorp, Daan Bolle, Anne de Jong, Wiets Ennenga. Tekst en muziek: Michiel de Zeeuw en Mar van der Veer Regie: Lies Hanse Decorbouw: Frank Kemink, Richard Kemink, Sjoerd Ennenga, Bert Heming, Piet van der Schee Muzikale
begeleiding: Geluid: Licht: De
organisatie van deze musical was in handen van een kerngroep bestaande
uit: De
productie werd mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van:
Reageren
naar aanleiding van deze musical? Per
@-mail: |
| |